ColumnMarijn de Vries

Wereldkampioenen horen niet te sterven

Er zitten drie meisjes op een bankje. Het hadden er vier moeten zijn. Ze hadden moeten kletsen. En lachen. En als het even stilviel, hadden ze moeten horen hoe helder de vogels floten in de frisse berglucht. Daarna hadden ze terug naar het hotel moeten wandelen. En naar de ijsbaan.

Het zijn al lang geen meisjes meer, de drie, maar vrouwen van 22, 29 en 30 jaar. In lelijke T-shirts van de sponsor praten ze over de vierde, die ontbreekt. Lara, 27. Wereldkampioen shorttrack op de 500 meter. Ze overleed vrijdag in een ziekenhuis in Perpignan, door een stoornis aan het immuun­systeem.

Verdriet maakt mensen ouder, zeggen ze weleens. Maar haar drie ploeggenoten maakt het ­jonger. Kleiner. Kwetsbaar. We kregen er thuis wat onenigheid over. Veel te sensatiebelust van de NOS, om ze meteen voor de ­camera te trekken. Want natuurlijk huilden ze, Suzanne, Yara en Rianne. Waarom moest dat nou?

Het was ongemakkelijk om naar te kijken: de drie, hun armen stijf om elkaar heen. De tranen. De woorden die moeilijk kwamen. Was het sensatiebelust?

Ik weet het niet. Ze hadden het interview vast mogen weigeren, maar ze zaten er. Verdoofd en ­helder tegelijk. Ik kan me voorstellen dat het hen goed deed om over Lara te praten, voor het oog van heel het land. Nu ze er niet meer is, leeft ze voort in woord en verhaal. Je kunt alleen nog over haar vertellen. Aan ­elkaar. Aan iedereen.

Maar wat weet ik er nu van?

Ik leef in het voorrecht nog nooit iemand die me zo na staat te hebben verloren. Zeker niet iemand die zo jong is. Misschien is het wel sensatie, om haar ploeg­genoten nu te willen horen. ­Misschien is het wel te intiem voor op tv, dat ze haar hand nog hebben vastgehouden. Een kus op haar arm hebben gegeven.

En hoe fijn dat was.

Of misschien is het wel ons ­eigen ongemak zulk immens ­verdriet te moeten aanschouwen. Rouwen doe je maar binnens­kamers. Niet in het zicht van ­anderen – en al helemaal niet op tv. Topsport gaat om winnen en verliezen. Om keihard beulen, om je lichaam afmatten. Om ­sterker worden. Onoverwinnelijk. Dat staat haaks op de dood. Wereldkampioenen horen niet te sterven. En al helemaal niet op een intensive care in Perpignan.

Suzanne heeft een haarelastiek met panterprint om haar pols. Panter Lara, zo noemden ze haar. Dol op panterprintjes, als een panter op het ijs. Het elastiek heeft vast ooit in Lara’s lange haar gezeten. Een tastbare ­her­innering. En eigenlijk is het ­interview dat ook. Lara was altijd vrolijk. Optimistisch. Lara zeurde nooit. Ze floot altijd hetzelfde deuntje, en dan breekt bij de drie een lach door. Dat stomme deuntje. Weten jullie nog wel? Daar hield ze nooit mee op.

De hele wereld hoort te weten hoe mooi en lief Lara was. Hoe bijzonder. Als topsporter, maar vooral als mens. Dan maar ver­tellen als het verdriet nog rauw is. Dan maar tussen de tranen door. Als iedereen het maar gehoord heeft. Dit interview is geen ­sensatie, vind ik, maar een laatste podium.

Journalist en voormalig profwielrenner Marijn de Vries fietst u elke maandag door het sportweekend. Lees hier eerdere columns terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden