Tour de France

Weer twee concurrenten minder voor Roglic, maar die ene andere is wel erg sterk

Tom Dumoulin werkt voor Primoz Roglic. Het ploegenspel kon niet worden afgemaakt. Beeld EPA

Primoz Roglic zag perfect teamspel, maar kon zelf niet winnen. Daarvoor was die ene andere Tourfavoriet te sterk: Tadej Pogacar, de vlieg die maar niet weggaat. 

Jumbo-Visma is zo sterk deze Tour de France, dat het aan het rekenen slaat. Elke dag in de bergen vallen er wel een paar mensen uit het klassement, is het idee. Zondag gingen er twee favorieten overboord: Egan Bernal en Nairo Quintana. “Dat is goed nieuws natuurlijk”, aldus Tom Dumoulin. Maar er kon geen nieuw streepje achter het woord ‘etappezeges’. Primoz Roglic kon voorbeeldig ploegwerk niet afmaken en werd op de top van de Grand Colombier geklopt door zijn grootste rivaal, Tadej Pogacar.

De ploeg reed zondag desondanks een etappe waarin het vanaf de start domineerde. Twee weken lang kon worden geschermd met ‘de derde week’, die zo zwaar ging zijn. Er werd gespaard. Dan kreeg Robert Gesink een ‘spaardag’, dan weer George Bennett. Maar zondag waren alle verloven ingetrokken. Iedereen moest aan het werk in de zware etappe in de Jura, met de ‘steilste klimkilometers van Frankrijk’, aldus parcoursbouwer Thierry Gouvenou.

Het was de ‘eigen race van Jumbo-Visma’, analyseerde George Bennett in de mixed zone, beneden in het dal. Amund Grondahl Jansen en Tony Martin gingen eerst. Daarna: Robert Gesink. Die rijdt zo lang op kop, dat hij zelfs na de een na laatste klim, de Col de la Biche, in de vallei richting Culoz zijn werk kan doen. Op die manier brengt hij zoveel mogelijk ploeggenoten naar de slotklim. Dat was de gewenste tactiek, want als er één adagium is bij Jumbo-Visma, dan wel dat het team zoveel mogelijk bij elkaar moet blijven. Hoe meer mensen, hoe moeilijker het voor anderen is om weg te rijden.

Tactiek afgekeken van Team Sky

Het is een afgekeken tactiek, want op dezelfde manier domineerde Team Sky (nu Ineos) jarenlang de belangrijkste wedstrijd in de wielersport. Ook toen reden op papier knechten een voor een de grote kopmannen van andere teams op achterstand. Het is namelijk mentaal eenvoudiger dan op kop te rijden, dan aan te hangen, zoals Tom Dumoulin het na afloop verwoordde.

Dit keer heette de Jumbo-Visma-beul Wout van Aert. Onder zijn bewind werd het peloton in de beroemde slingerbochten van de Grand Colombier uitgedund. De man die zichzelf deze Tour aan het uitvinden is als sprinter én als klimmer, kon na afloop van zijn lange stint (van de voet op 17,4 tot 8,8 kilometer voor de finish) twee vinkjes zetten. Zowel Nairo Quintana als Egan Bernal werd gelost.

Vooral Bernal was het een ruw einde van zijn klassementsambities en voor Team Ineos het einde van een tijdperk. Voor de tweede keer in negen jaar wint de Britse ploeg de Tour niet. Het was in een keer over voor de Tourwinnaar van vorig jaar. Het ging zelfs zo moeizaam dat toen Van Aert van kop kwam, hij bij Bernal in het wiel ging zitten. Nee, ze hadden niet gesproken, zei de Belg later.

Na Van Aert kwam Bennett. Hij reed de steilste stroken op, met een maximum van 14 procent. Na een aanval van Adam Yates was het voor hem gedaan. Yates was de enige die nog probeerde weg te rijden uit de favorietengroep. Richie Porte, nu zesde in het klassement, wist na afloop waarom: “Ze reden zo hard, dat er weinig te doen was. Aan het eind van de dag moet je ze bijna als teamgenoten zien, omdat ze zo sterk zijn.”

Elke dag volle bak tot Parijs

Dumoulin loste Bennett af. Zijn bril ging ondersteboven in zijn helm. Zijn benen brachten hem en het kleine groepje tot 650 meter voor de finish. Hij was er tevreden mee. “Ik heb met mezelf en de ploeg afgesproken dat ik elke dag volle bak ga tot in Parijs. Tenzij het niet gaat, maar daar is nu geen reden toe.”

Toen ging er iets fout in de planning. Sepp Kuss was nog in lijn om werk te doen, maar Roglic viel zelf aan, zijn eerste echte aanval deze Tour de France. Hij kwam alleen niet weg, en Kuss kon weinig meer doen. Dumoulin had aan de andere kant wel een verklaring voor die aanval. “Als hij had gewacht tot tweehonderd meter, had hij misschien wel gewonnen maar geen tijd gepakt op anderen. Daarom viel hij eerder aan.”

Roglic reed ook iedereen op afstand, op één iemand na. Die ene vlieg die maar niet weg wil gaan: Tadej Pogacar, die met zijn sprintzege ook nog vier bonificatieseconden terugpakte op Roglic. Het verschil tussen de nummers één en twee is nu veertig seconden. Rigoberto Urán is nu derde, op 1.34 minuut. Dumoulin: “Dat betekent dat we nog niet met het geel in Parijs zijn.”

Lees ook: 

Aan de dominantie van Roglic twijfelt niemand in de Tour

Primoz Roglic laat de Nederlandse ploeg Jumbo-Visma hopen op een eindzege. Maar met nog een zware week voor de boeg wil niemand het over winst hebben.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden