InterviewWaterpolo

Waterpolovrouwen moeten stalen zenuwen tonen in jacht op olympisch ticket

Bondscoach Arno Havenga van het nationale waterpoloteam.  Beeld ANP
Bondscoach Arno Havenga van het nationale waterpoloteam.Beeld ANP

Het olympisch kwalificatietoernooi voor de waterpolovrouwen belooft een thriller te worden. Wie heeft het lef om te schieten? Dinsdag speelt Oranje haar eerste wedstrijd.

Hun laatste olympische optreden was goed voor goud. Maar dat dateert alweer van ruim twaalf jaar geleden. De Nederlandse waterpolovrouwen strijden deze week in het Italiaanse Triëst voor hun allerlaatste kans op kwalificatie voor Tokio 2021.

Het toernooi belooft een thriller te worden. Acht landen, vier toplanden, twee olympische tickets. Eigenlijk draait het maar om één wedstrijd, de halve finale op zaterdag. Koppel dat gegeven aan het feit dat de krachtsverschillen aan de wereldtop minimaal zijn en iedere deelnemer weet: een balletje binnenkant paal kan het verschil betekenen tussen een gouden droom of een lege agenda in de zomer.

“Normaal gesproken bereid je altijd een heel toernooi voor, nu niet. Ik heb heel bewust tegen de meiden gezegd dat het alleen om 23 januari gaat”, vertelt bondscoach Arno Havenga. “Ik ben ervan overtuigd dat de mentaal sterkste ploeg zal winnen. Het team dat het beste onder druk presteert, van wie de individuen hun verantwoordelijkheid durven te nemen: je moet het lef hebben om te schieten.”

Extra prikkel voor de geest

Door continu de allesbeslissende datum te benoemen, hoopt Havenga ‘die wedstrijd gewoner te hebben gemaakt’. Het was onderdeel van de mentale voorbereiding. Al tijden traint Oranje samen in Zeist. In trainingsvormen werd er gewerkt met beloningen, als extra prikkel voor de geest. Speelsters werden uit hun comfortabele situatie gehaald door expres verkeerd te fluiten bij onderlinge oefenwedstrijden. Zodat ze geïrriteerd raakten en toch door moesten gaan. Ook stonden er gesprekken met een sportpsycholoog op het programma.

Havenga: “Fysiek staan we er goed voor, dat laten alle testen zien. Maar hoe we mentaal en speltechnisch uit deze periode komen, zullen we pas weten als we in Triëst eindelijk weer échte wedstrijden kunnen spelen. Dat het dan gelijk alles of niets is, maakt het wel heel bijzonder.”

De laatste wedstrijd van Oranje was een jaar geleden. Volgens aanvoerster Dagmar Genee hoeft de coronacrisis niet per se een nadeel te zijn. “Als je naar het verleden kijkt, kennen wij vaak een flitsende start na een pauze. Natuurlijk was deze stop extreem lang, maar wij zijn als team in staat om gretigheid om te zetten in goed spel.”

Het is traditie dat de nationale waterpoloselectie zich het seizoen voorafgaand aan de Spelen terugtrekt in Zeist. Zo geschiedde in de aanloop naar Tokio 2020. Na het uitstel van de Zomerspelen voegde een handvol speelsters zich weer bij hun clubs over de grens. Havenga wilde ze niet twee jaar achter elkaar buitenlandse ervaring ontzeggen. Begin december keerden die waterpolosters terug.

Allerlaatste kans op het hoogste podium

Het experiment is goed bevallen. Volgens Genee bleken beide groepen even wedstrijdfit. “Een oefenpartij tussen de ‘buitenlanders’ en de Nederlanders ging heel gelijk op.” Ilse Koolhaas speelde als enige in Griekenland. Dat land is samen met Hongarije en Italië een belangrijke concurrent van Nederland op het olympisch kwalificatietoernooi. Aan een voorspelling waagt ze zich niet, behalve dan dat het spannend zal worden. “Dat maakt het ook zo mooi. Hier train je voor. Al jaren doen wij er alles aan om de Spelen te halen.” Voor Koolhaas (23) is het haar eerste olympische cyclus, voor Genee (31) de ‘de aller-, allerlaatste kans’ om op het hoogste podium uit te komen.

De Nederlandse olympische titel in 2008 was volgens Havenga een incident. Hij was destijds assistent-bondscoach. “Toen waren we heel onbevangen. We kwamen uit het niets. Nu zijn wij degenen die opgejaagd worden. Dat is een groot verschil. Sinds 2014 horen we structureel bij de wereldtop, maar een garantie voor olympische deelname is dat niet. Tussen de toplanden is het ieder jaar stuivertje wisselen.”

Drie besmettingen en de hele ploeg ligt eruit

Voor het OKT in Italië gelden strenge coronaregels, opgesteld door wereldzwembond Fina. Bij één of twee positieve tests mogen de betreffende speelsters worden vervangen. Na een derde positieve uitslag, van staf of ploeg, wordt het hele team uit het toernooi gehaald. De verschillende landen zijn daarover geïnformeerd. Een minder streng tegenvoorstel van Hongarije wilde bondscoach Arno Havenga niet steunen. “Bij drie positieve tests is de kans groot dat er meer besmettingen zijn. Dan moet het gevaar voor de volksgezondheid zwaarder wegen dan sportief belang.”

Oranje heeft er alles aan gedaan om de risico’s te minimaliseren. De laatste week in Nederland leefde de ploeg in een afgesloten bubbel. Ze verbleven in het teamhotel van voetbalbond KNVB zonder personeel of andere gasten. Eenzaam was de afzondering allerminst. Ilse Koolhaas, lachend: “Ons huishouden bestaat uit 21 man”. Dagmar Genee vult aan: “Vergeleken met de gemiddelde Nederlander op dit moment hebben wij een groot sociaal leven. Er is altijd wel iemand die zin heeft in een spelletje of een potje pingpong.”

Natuurlijk maken de strenge Fina-regels het iets spannender, maar de speelsters hebben er vertrouwen in. Genee: “Wij zijn heel voorzichtig”. Havenga noemt de vliegreis naar Italië ‘de enige kwetsbare factor in het hele bubbel-verhaal’. “We krijgen een aparte ruimte in het vliegtuig en dragen mondmaskers en spatschermen. Maar dan nog blijft dat een risico.”

Lees ook:

Succescoach Robin van Galen trok het waterpolo uit de goot

Na 31 jaar zegt waterpolocoach Robin van Galen het trainersvak vaarwel, anderhalf jaar eerder dan gepland.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden