InterviewLaura Aarts

Waterpoloster Laura Aarts: ‘Het was allemaal zo streng. Ik wilde ook gewoon kunnen leven’

Keepster Laura Aarts: ‘Het voelt goed om weer terug te zijn’. Beeld Bram Petraeus
Keepster Laura Aarts: ‘Het voelt goed om weer terug te zijn’.Beeld Bram Petraeus

Laura Aarts is terug bij het Nederlands waterpoloteam, maar wel onder andere voorwaarden.

Esther Scholten

Ze was er helemaal klaar mee. Iedere ochtend moest Laura Aarts (25) in een schema invullen hoe ze zich voelde. Dat was volgens het protocol waar de waterpolosters zich bij de nationale selectie aan moesten houden. Op alles werd gelet: bedtijden, voeding, gewicht, vetpercentages. Ze werd daar helemaal gek van. “Het was allemaal zo streng. Ik wilde ook nog gewoon kunnen ademen, kunnen leven. Af en toe doen wat ik wil. Dat raakte ik totaal kwijt.”

In de zomer van 2019, met de Olympische Spelen van Tokio in het zicht, beëindigde de keepster haar interlandloopbaan. Aarts zei dat ze klaar was met topsport. Als amateur speelde ze verder in het derde damesteam van UZSC.

Maar nu is ze terug. En hoe. Aarts straalt. Ze draagt hetzelfde oranje tenue, traint in hetzelfde door haar zo verfoeide oude zwembad, in dezelfde Zeister bossen die haar zo vaak benauwden. Toch zegt ze: “Het voelt goed om weer terug te zijn. Het voelt als thuis.” Het zijn deze eerste woorden van het interview die nieuwsgierig maken.

Nieuwe bondscoach wakkerde het vuurtje aan

Aarts was helemaal niet bezig met een rentree, vertelt ze. Haar agenda vulde zich moeiteloos met studeren (fysiotherapie), het organiseren van waterpolokampen en hier en daar wat training geven. Prima toch? Het was de nieuwe bondscoach Evangelos Doudesis die met zijn vragen het vuurtje aanwakkerde dat kennelijk nog altijd in haar brandde. Wat ben je nog van plan? Wat wil je nog bereiken? “Misschien, dacht ik toen, zou ik toch nog wel een keer op hoog niveau willen waterpoloën.”

Aarts kon het altijd al goed vinden met Doudesis, of Eva zoals ze hem noemt, die jarenlang de assistent-coach van Oranje was. Sinds november heeft hij als hoofdverantwoordelijke de taken overgenomen van zijn vroegere baas Arno Havenga, die vertrok na de teleurstellende zesde plaats in Tokio.

“Ik ben altijd een sportfanaat geweest”, verklaart Aarts. In UZSC 3 trainde ze 2,5 uur per week, verspreid over de dinsdag en de donderdag. Niet te vergelijken met wat ze gewend was: tweemaal daags een oefensessie in het water en drie keer per week krachttraining. Ze merkte dat ze smaller begon te worden. ‘Wat ben je mager’, kreeg ze van oude bekenden te horen. “Dat wilde ik eigenlijk niet. Ik hou ervan om sterk te zijn. Dus nog voor Eva mij vroeg, was ik al weer meer aan het trainen.”

Alleen een diploma middelbare school

Een van de eerste dingen die Doudesis tegen haar zei, was dat hij wilde dat ze bleef studeren. “Die mogelijkheid moet er voor jullie zijn.” Hèhè, dacht Aarts, eindelijk. Want dat was ook een van de redenen geweest voor haar vertrek: een groeiende onrust, straks ben ik dertig en wat dan? Ze had destijds alleen een diploma van de middelbare school.

Het was een stapeling van factoren die ervoor zorgden dat zij het topsportleven vaarwel zei. “Ik was in die tijd lichamelijk en mentaal vermoeid. Moet ik nou weer 100 procent geven? Moet ik weer net zo ver doorgaan tot mijn benen verzuurd zijn? Op 80 procent trainen kan ook wel, dacht ik. Dat is natuurlijk niet goed.

“Daarbij kwam dat Arno en ik niet op één lijn zaten. Ik wilde bij mijn Hongaarse club blijven spelen en hij wilde dat ik terugkwam naar Nederland om hier te trainen met het Nederlands team. Ik ken mezelf te goed. Als ik dat had gedaan, zou het te eentonig worden, zou ik in een gat gezogen worden en me afscheiden van al het sociale buiten het waterpolo. Daar word ik gewoon helemaal niet gelukkig van.

“In Hongarije, dat een van de sterkste competities van Europa heeft, was het leven buiten het waterpolo veel relaxter. Bovendien was daar niet iemand die me in de gaten kon houden, dus ik had daar veel meer vrijheid. Daar trainden we volle bak, vergis je niet, maar na een zware week was het de coach die zei: ‘Vanavond met z’n allen bij mij thuis’. Dan speelden we spelletjes, gingen de sauna in, pakten een drankje. Daar ontspan je van.

“Bij het Nederlands team kreeg je de opdracht om op tijd naar bed te gaan. In Hongarije was het: ‘Jongens, let op jezelf, zorg goed voor jezelf’. Dat doet Eva nu ook. Niet iedereen is immers gelijk. De een heeft dit nodig om uit te rusten en zich op te laden, een ander iets anders.”

Studeren wordt aangemoedigd

Ze had een lijstje met eisen voor haar terugkeer. Maar nog voor ze daar om kon vragen, had Doudesis al gezegd: ik ga dit anders doen en dat ook. Zelfs in een olympisch jaar mogen de internationals bij een buitenlandse club spelen. Studeren wordt aangemoedigd, en die schema’s, die zijn gelukkig ook verleden tijd, zegt Aarts lachend.

Zo kan ze weer van de topsport genieten. “Dat mijn studie goed gaat, geeft zoveel rust en vertrouwen. Dat maakt dat ik nu veel beter kan trainen en spelen. Ik ben veel relaxter in mijn dagelijkse leven. Ik kan alleen maar aan waterpolo denken, maar ik kan dat ook los laten en er even helemaal niet aan denken. Het is veel meer in balans.”

Lees ook:

Blij hoeven de waterpolosters van de nieuwe bondscoach niet te zijn, maar gelukkig wel

Voor de nieuwe bondscoach van de waterpolosters, Evangelos Doudesis, staat het welzijn van zijn speelsters voorop.‘Voor mij is tactiek onderdeel van het mentale plan.’

Zwemster Kira Toussaint: ‘Een olympische medaille gaat niet boven alles, ik wil mentaal gezond blijven’

Toen Kira Toussaint merkte dat ze minder gelukkig was met de topsportsetting in Nederland, besloot ze naar de VS te verhuizen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden