null Beeld
Beeld

ColumnMarijn de Vries

Wat is er mis met verdriet, met onzekerheid en ongemak tonen, al is het in een tv-studio? Ik denk niets

De kinderen zouden zo thuiskomen van opa en oma en ik stond aardbeien te snijden, toen de grilligheid van het leven ons huis binnenkwam. Niet via de tv, die ik toen ik erbij nadacht al een tijdje nauwelijks hoorde, maar via de NOS-app op mijn telefoon. “Deense voetballer Eriksen in elkaar gezakt tijdens EK-wedstrijd Denemarken-Finland.”

Met een aardbei in mijn handen liep ik naar de tv. Het veld was leeg. De toeschouwers op de tribune stil. Handen voor monden. Telefoons aan oren. De stem van Jeroen Elshoff, die ik zelden zo zacht had gehoord. Het duurde even voor ik begreep wat er precies aan de hand was, maar dat het erg was, voelde ik al bij de eerste blik op het scherm. Een vol stadion, zo stil.

“Mamma. Mamma!” Er werd geklopt op de tuindeur, de stem van de oudste. Het leven rolde in al zijn vrolijkheid binnen. Knuffels en kussen, handen die naar de bakjes aardbeien reikten. De stille televisie op de achtergrond merkten ze niet op. Ik moest pyjama’s en ­luiers aantrekken, melk en een fles geven. In mijn ooghoek het veld, en de studio met Gert van ’t Hof, Kenneth Perez en Ibrahim Affelay. Bedrukte gezichten.

Tandenpoetsen met het lied van de aap. Stel je toch voor dat je nu in die studio zat. “We gaan naar jou, Gert”, klonk het dan vanuit de regie in je oor. Wat zeg je, wat voor vraag moet je stellen. De jongste naar boven, met een kus in haar bed. Tot morgen lieverd, slaap lekker.

“We gaan naar jou, Gert.”

De drie mannen, ze praatten, maar de tv stond te zacht om te horen wat er gezegd werd. Met de oudste naar boven, een high five en een boks, een knuffel en een kus.

Er is niks te melden, en toch wordt er gepraat

Terwijl de muziek­doosjes Twinkle Little Star speelden, spoelde ik terug naar het moment waarop voor het eerst naar de studio werd geschakeld. Ibrahim Affelay te veel in shock om te praten. Kenneth Perez vond wel woorden, en hoe. “Dit is wat elke dag gebeurt, in de maatschappij. Dat zien we dan niet. Maar op dit podium, met een jonge voetballer: daar heeft iedereen gevoel bij.”

Het duurt lang, de beelden van het lege veld en de stille tribune. Het gesprek in de studio is moeilijk, verdrietig, geschokt. Er vallen stiltes. Je hoort soms wat snuffen. De vergelijking met Abdelhak Nouri dringt zich vanzelfsprekend sterk op. Er is niks te melden, en toch wordt er gepraat. Als zoiets gebeurt, een sporter voor het oog van de wereld voor zijn leven moet vechten, dan kun je bijna niet doorgaan met het programma. Maar stoppen kan nog veel minder.

“We gaan zo naar jou, Gert.”

Het grote contrast tussen het feest dat het was, het EK na een jaar uitstel eindelijk begonnen, en de immense schok op het veld. De vrees voor het ergste. De verantwoordelijkheid om zo’n gesprek dan te leiden, een gesprek waarop niemand zich voor kan bereiden. Hoe pak je dat aan, hoe doe je dat goed?

Ook als er geen nieuws is, willen kijkers dat weten. Ook als het schuurt mag je dat laten zien. Wat is er mis met verdriet, met onzekerheid en ongemak tonen – ik denk niets. Wars van speculeren, met rust en respect, improviseerden vier mannen zich door deze vreselijke gebeurtenis heen. Dat zoiets gebeurt, hoort niet bij voetbal. Maar als het gebeurt, hoort het er wel bij. De kijker, net als ik tussen avondeten en kinderbedtijd vertwijfeld thuis op de bank, dan zo dichtbij houden – dat verdient alle lof.

Journalist en voormalig profwielrenner Marijn de Vries fietst u elke maandag door het sportweekend. Lees hier eerdere columns terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden