Sport Column

Waarom raakt het vrouwenvoetbal me?

Nee, het niveau is niet fantastisch. Slechts bij vlagen is het spel prachtig. Hoe Vivianne Miedema de 1-0 tegen Italië inkopte. En die 2-0 van Stefanie van der Gragt: nog zo’n beauty van een kopgoal. De penalty van Lieke Martens tegen Japan vond ik ook geweldig, zeker omdat het even duurde voor de VAR de doorslag gaf dat de bal op de stip moest. Een toonbeeld van coolness, Martens, met een gedecideerd schot over de grond.

Maar zeker in de voorrondes heb ik dramatische wedstrijden gezien. Ook van Nederland. Balverlies, slecht positiespel, weinig tempo. Inderdaad: misschien had niet alles uitgezonden hoeven worden. Maar zoals dat gaat met emancipatie, schieten dingen eerst vaak door om uiteindelijk een evenwicht te vinden.

Voetbal is niet mijn favoriete sport. Alleen een echt flitsende wedstrijd kan me bekoren – Ajax dat in Madrid Real uit de Champions League knikkerde, mijn hemel, dat was goddelijk om naar te kijken. Maar zo zie je ze maar zelden. En al helemaal niet op het WK voor vrouwen. Ja, ik vergelijk toch even, omdat dat nog steeds continu gebeurt terwijl we al tijden geleden hebben afgesproken dat niet meer te doen.

Waarom raakt het vrouwenvoetbal me dan toch zo? Ik breek er al weken mijn hoofd over. Zoals vaak brengt iemand anders het ineens heel goed onder woorden. Sportjournalist Thomas Rijsman, op Twitter: “EK winst. Halve finale WK. Eerste keer Olympische Spelen. Vrouwenemancipatie. LHBT-emancipatie. Eindelijk: media-representatie in tv-journalistiek. En meer. Noem mij één Nederlands team anders dan de Oranjevrouwen dat een grotere impact heeft gehad op… op wat niet?”

Dat is het. Dát is het. Natuurlijk, de hockeyvrouwen, handbalvrouwen en volleybalvrouwen – ook zij hebben hieraan bijgedragen. Maar niets heeft zoveel impact als voetbal. Meisjes en jongens van nu kijken televisie en staan er niet eens bij stil dat het vrouwenvoetbal tot voor kort eigenlijk nooit te zien was. Sterker nog, dat meisjes pas veertig jaar mogen voetballen van de KNVB.

De Nederlandse voetbalsters zijn rolmodellen. Welbespraakt. Open. Over alles – ook over hun geaardheid. Kom daar in het mannenvoetbal maar eens om, om er nog maar een vergelijking in te gooien.

Wat zegt u? Kappen met dat vergelijken? Oké, maar dan houden we er ook écht mee op. Mijn collegacolumnist Henk Hoijtink schreef vorige week donderdag op deze plek: “Voetbal (oog-voetcoördinatie) is een moeilijke sport, moeilijker dan bijvoorbeeld volleybal en handbal (oog-hand).” En: “Bekijk en benoem het [vrouwenvoetbal] als wat het is en wat het kan zijn: een sport met begrenzingen in aantrekkingskracht, ook door, ja, de moeilijkheidsgraad.”

Ik hoop vurig dat ik het verkeerd begrepen heb en dat hij niet echt bedoelde dat voetbal te moeilijk is voor vrouwen om er écht goed in te worden. Ik bedoel: turnen is misschien wel de moeilijkste sport die er bestaat als het om coördinatie gaat. Vrouwen zijn daarin nu niet bepaald slechter dan mannen. Als we dan toch de reden moeten aanwijzen waarom vrouwen technisch minder goed voetballen lijkt me dit eerder de verklaring: voetbal voor mannen is gestart in 1863, met de Football Association in Engeland.

Vrouwen voetballen kortom ruim honderd jaar korter. Moet je eens zien wat voor inhaalslag er al gemaakt is – met dank aan de kennis en kunde uit het mannenvoetbal uiteraard. Dus inderdaad: bekijk en benoem wat het vrouwenvoetbal is, in historische context, en wat het als snelst groeiende vrouwensport kan zijn én worden.

Dan spreek ik de gewaardeerde vergelijkers over een jaartje of honderd wel weer.

Journalist en voormalig profwielrenner Marijn de Vries fietst u elke maandag door het sportweekend. Lees hier eerdere columns terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden