Sportklimaat

Waarom er in het belang van het kind een nieuwe spelregel in het volleybal nodig was

Een positief sportklimaat is een thema van deze tijd. Beeld ANP
Een positief sportklimaat is een thema van deze tijd.Beeld ANP

Het merendeel van de sportbestuurders denkt dat zij (nog) meer kunnen doen voor het welzijn van het kind.

Twee op de drie bestuurders van Nederlandse sportverenigingen ziet mogelijkheden om het pedagogisch klimaat te verbeteren. Dat blijkt uit onderzoek van het Mulier Instituut. Voor slechts 17 procent vraagt de huidige situatie daar niet om. Zorgwekkend is dat 15 procent aangeeft geen ontwikkelingsbehoefte te hebben omdat er niet gestreefd wordt naar een pedagogisch sportklimaat.

In zo’n klimaat gaat het er niet alleen om dat een kind veilig en met plezier kan sporten, maar dat het zichzelf ook kan ontwikkelen en psychosociale leerervaringen opdoet. Onderzoekster Marieke Reitsma noemt het positief dat zoveel bestuurders aangeven dat het beter kan. “Maar dat 15 procent dit niet als noodzakelijk thema beschouwt, is interessant voor nader onderzoek.”

Pedagogische expertise van jeugdtrainers

Als belangrijkste verbetermogelijkheid noemen bestuurders de pedagogische expertise van jeugdtrainers. Sommigen geven daarbij aan dat het een lastig punt is, omdat ze veel met vrijwilligers werken. Wie heeft er tijd om zich naast zijn gewone baan ook nog te verdiepen in de beste kindgerichte aanpak?

Peter van Tarel, manager sportontwikkeling van volleybalbond Nevobo, herkent veel in de uitkomsten. “Het is echt een thema van deze tijd. Wij zijn twee jaar geleden gestart met de positieve sportcultuur. Dat houdt bijvoorbeeld in dat wij spelregels aanpassen. Vroeger werd bij de jongste jeugd een kind na een fout uit het veld gestuurd en dan konden teamgenoten hem of haar weer terugverdienen. Dat was een afgeleide van spellen als tikkertje, maar dat vinden we niet meer van deze tijd. Iedereen mag meedoen, ook als je een fout maakt.”

Opvallend genoeg oordelen bestuurders van (semi-) individuele sporten over het algemeen positiever over het heersende pedagogische klimaat dan hun collega’s bij de teamsporten. De ouders trouwens ook. Van Tarel kan dat alleen met z’n onderbuik verklaren. “In een individuele sport is misschien meer ruimte voor individuele aandacht, omdat de groepen kleiner zijn.”

Gediplomeerde leraren

In het geval van tennis schuilt de kracht volgens Alexander Nonnekes, bij de KNLTB verantwoordelijk voor jeugdzaken, in het type trainer. “In veel andere sporten mag iemand met een certificaat al een groep kinderen lesgeven, of een goedbedoelde ouder. Bij ons niet. Er staan alleen gediplomeerde leraren op de baan en in hun opleiding gaat een van de drie tentamens over pedagogiek.”

Volgens hem is het in deze tijd voor sportbonden een uitdaging om invloed te houden op de eigen jeugdtrainers. “Zonder controle is het lastiger om ze te leren beter met kinderen om te gaan. Ik zou zo de F4 van de plaatselijke voetbalvereniging kunnen trainen. Dan hoef ik alleen een Verklaring Omtrent Gedrag te laten zien. Dat kan natuurlijk goed gaan, maar de KNVB heeft op dat moment geen idee wie er voor die groep kinderen staat. Wij weten precies wie onze jeugdleden lesgeven en kunnen hen met gerichte bijscholingen versterken.”

Onderzoekster Reitsma heeft ook de trainers/coaches zelf bevraagd. Kanttekening daarbij is dat het alleen trainers uit voetbal en hockey betreft, waar de bestuurders in het onderzoek alle sporten vertegenwoordigen. Liefst 95 procent van de trainers ziet zelf ook verbeterpunten. Hoe stel je bijvoorbeeld ontwikkelingsgerichte doelen op de training in plaats van resultaatgerichte? Daar worstelen velen mee.

“Ik vind dat een belangrijk signaal”, zegt Reitsma. “De trainers geven aan behoefte te hebben aan het uitwisselen van ervaringen of best practices. Dat is iets anders dan het volgen van een cursus. Ze willen meekijken bij collega’s. Tips krijgen van anderen: hoe handel jij in zo’n situatie? Die interactie zouden de bonden kunnen faciliteren. Het is belangrijk om daar nu mee aan de slag te gaan.”

Lees ook:

Topsport vraagt offers. Maar is het normaal om die al van kinderen te vragen?

De schokkende verhalen deze zomer over misstanden in de Nederlandse turnwereld roepen veel vragen op. Hoeveel druk ligt er op kinderen die een topsportcarrière ambiëren? Is de prijs niet te hoog? Trouw duikt in hun dagelijkse werkelijkheid.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden