Marokkaanse voetballers

Waar blijft de eerste Marokkaanse hoofdtrainer in het voetbal? Ramzi wil het wel worden

Adil Ramzi als assistent-trainer van PSV, met achter hem twee spelers van eveneens Marokkaanse afkomst: Ibrahim Afellay (l) en Mohammed IhatarrenBeeld BSR

Op het veld zijn ze succesvol, maar waar blijft in het Nederlandse voetbal de hoofdtrainer of clubvoorzitter met Marokkaanse wortels?

Het kroonjuweel van PSV, Mohamed Ihattaren, kampte als jong lid van de selectie met een probleem dat wel meer voetballers van Marokkaanse afkomst hebben. “Mo was te dik”, zegt Adil Ramzi, als trainer werkzaam bij PSV. Ramzi kent de eetcultuur heel goed, met ‘heel veel sausjes’. En hij weet: bij jongens als Ihattaren moet je als club niet vragen om zijn voedingspatroon aan te passen, je moet hem dwingen. Ramzi: “Zo werkt dat in onze cultuur”.

Ramzi vertelt dit in het onlangs verschenen ‘Marokkaanse trots’. Dit boek bevat een serie interviews met (oud-)spelers en voetbalmensen met een Marokkaans-Nederlandse achtergrond. Ramzi was dit jaar met Saïd Bakkati (Feyenoord) de enige Marokkaanse assistenttrainer in de eredivisie. Een van de kernvragen in het boek is waarom de dominantie en het succes op het veld (tussen de 15 en 35 Marokkaanse Nederlanders per speelronde in de eredivisie) nog niet is vertaald naar de posities van leidinggevenden bij de 34 profclubs. 

Weinig veranderd

In 2017 bleek uit onderzoek van de Erasmus Universiteit al dat 40 procent van de voetballers in de eredivisie een migratie-achtergrond heeft, tegenover 5 procent van de (assistent)trainers. Er is weinig veranderd, net als in Engeland, waar afgelopen week de discussie over dit thema oplaaide. Ook daar zijn de directie- en bestuurskamers nog veelal wit. Mohammed Hamdi bij ADO Den Haag en Mo Allach (binnenkort weer RKC) zijn de enige Marokkanen met directiefuncties in het betaalde voetbal. Jeugdafdelingen lopen over van de Marokkaanse talenten, maar Saïd Ouaali bij Ajax is het enige hoofd opleidingen van Marokkaanse afkomst.

Ramzi wil de eerste Marokkaanse hoofdtrainer ooit in de eredivisie worden, zegt hij in het boek. PSV stelde hem zeer bewust aan. Jongens als Labyad en Bakkali waren veel te vroeg uit Eindhoven vertrokken, andere Marokkaanse jongens mislukten voortijdig. Zonder diversiteit missen veel spelers een klankbord en een voorbeeld, zegt Ramzi in het boek. “De cultuur zit in mij. Ik snap de opvoeding daarom ook beter. Je moet mensen binnen de club hebben die dat weten en dat combineren met structuur.”

Niet zelden is er onbegrip tussen de spelers met Marokkaanse wortels en de trainers of leiding van de club, zo blijkt uit de interviews. Zo kwam het tussen Mounir El Hamdaoui en Ajax-trainer Frank de Boer nooit meer goed, toen die de spits op een dag op de bank zette zonder uitleg. De Boer zei: ‘Wie denk je wel dat je bent?’ El Hamdaoui was in zijn trots gekrenkt.

Khalid Boulahrouz is een van de spelers die denken vanwege hun afkomst soms anders beoordeeld of behandeld te zijn. “Als Nederlander heb je het een stuk makkelijker in onze maatschappij. Ook in de voetbalwereld. Iedereen weet dat. Als je een Marokkaan in de eredivisie ziet, heeft hij het helemaal zelf gedaan”, zegt Anouar Diba, die al jong naar het Midden-Oosten ging om daar financieel onafhankelijk te worden. Bilal Ould-Chikh ging nog veel jonger, als zeventienjarige bij FC Twente, voor een miljoenencontract naar Benfica. Hij speelde er geen minuut. Via Utrecht en Vitesse is hij nu, als 22-jarig ‘probleemkind’, op een zijspoor beland. 

Jongens van de straat

Wat als zo’n jongen beter was begeleid? Die vraag komt vaker in het boek op. Had meer begrip en oog voor de sociaal-culturele achtergronden een verschil gemaakt? Was het anders gelopen als de leiding minder wit was geweest? We zullen het niet weten. De interviews gaan over jongens van de straat die hadden geleerd dat je je nooit moet laten afbluffen, maar die evengoed hunkerden naar waardering. Anass Achachbar, uit de Haagse Transvaalbuurt, vond die niet bij toenmalig Feyenoord-trainer Ronald Koeman. Het botste, want Koeman wilde rendement en ‘geen speeltuin’. “Begrijpelijk”, zegt Achahbar nu, inmiddels afgegleden tot Sepsi OSK in Roemenië. “Als ik toen de bagage had gehad die ik nu heb, had ik daar beter mee om kunnen gaan.”

Ook Hakim Ziyech stuitte bij Ajax aanvankelijk op veel onbegrip en fluitconcerten. Maar hij overleefde en werd in de armen gesloten. Dat Ziyech in 2015 voor Marokko koos en niet voor Oranje, was voor de jeugdvrienden en journalisten Thomas Rijsman en Nordin Ghouddani de aanleiding voor dit boek. Ghouddani meent dat Ziyech in Nederland onderschat is omdat hij Marokkaan is, zoals hij zelf het advies kreeg om naar de lts te gaan terwijl klasgenoot Rijsman met dezelfde citoscore naar het vwo ging. Jaren later maakten ze samen een boeiend sportboek dat echt ergens over gaat.

‘Marokkaanse trots. Smaakmakers in de eredivisie’, Thomas Rijsman & Nordin Ghouddani. Uitgeverij Atlas, 256 blz., 21,99. 

Lees ook:

Ook de top van voetbalclubs mag wel wat minder wit

De Black Lives Matter-beweging leidt in Engeland tot een pleidooi om ook de leiding van voetbalclubs minder wit te maken. Een quotum lijkt de enige oplossing.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden