Roeien

Vrouwen acht voor het eerst in 25 jaar niet naar de Spelen

De vrouwen acht met Hermijntje Drenth (midden, zonder zonnebril) na de finish in Luzern. Beeld Merijn Soeters
De vrouwen acht met Hermijntje Drenth (midden, zonder zonnebril) na de finish in Luzern.Beeld Merijn Soeters

De deels nieuwe bemanning van de vrouwen acht liep op de Rotsee het olympische ticket mis. ‘We waren niet goed genoeg.’

Een van de onderdelen van topsport is keuzes maken en achter die keuzes blijven staan. In de olympische cyclus naar de Spelen van Tokio maakte Josy Verdonkschot, de bondscoach van de roeivrouwen, de keuze om de dubbelvier en de vier-zonder te prioriteren. Die boten hebben in zijn ogen de grootste kans om goud te halen op de Sea Forest Waterway in Japan.

Het gevolg was dat er minder toproeisters beschikbaar waren voor de vrouwen acht, en dat er voor deze boot andere doelstellingen moesten worden geformuleerd. Na het voor de acht mislukte WK van 2019 in Linz én het uitstel van de Spelen besloot Verdonkschot van de acht een mix te maken met ervaren roeisters en jonge meiden.

Op het olympisch kwalificatietoernooi van dit weekeinde in Luzern lukte het de nieuwe vrouwen acht niet zich te plaatsen voor Tokio. In de finale op de Rotsee had de boot in de finale van zondag bij de beste twee moeten eindigden. Die missie slaagde bij lange na niet. Nederland werd vierde, achter China, Roemenië en Duitsland. Voor het eerst sinds Atlanta (1996) zal de vrouwen acht dus ontbreken in de olympische finale.

Alles aan gedaan

“Wat mij betreft hebben ze er alles aan gedaan en moeten ze accepteren waar ze nu staan”, zegt Verdonkschot. Natuurlijk had hij graag gezien dat de acht wel het olympisch ticket had bemachtigd, maar volgens hem is er geen man overboord. “Dit is een groep die zich moet ontwikkelen en die nog jaren vooruit kan. Het is voor ons altijd een project geweest met het oog op de Spelen van Parijs, in 2024.”

Hermijntje Drenth (26) is een van de nieuwe roeisters in de vrouwen acht. Ze deed aan wedstrijdzwemmen en kwam in 2014 tijdens haar studie in Amsterdam in aanraking met de roeisport, bij ASR Nereus. Voor de fun, vooral. Een jaar later (2015) meldde ze zich aan bij Project 2020, opgestart door oud-olympisch kampioen Nico Rienks met als doel een gouden vrouwen acht voor Tokio te formeren.

Hoewel de Olympische Spelen voor Drenth abstract en ver weg waren, voelde ze zich aangetrokken door de oproep: wie wil er goud halen in Tokio in 2020? En ze voldeed aan de criteria voor Project 2020, ze was langer dan 1.85 meter, ze was jonger dan 26 jaar en ze woog rond de 80 kilo. Ach, ik roei toch al en ik kan het allicht proberen, dacht ze.

Nadat ze in 2016 op de WK-onder 23 in Rotterdam brons haalde in de vier-zonder, werd ze een jaar later door de roeibond gevraagd om zich aan te sluiten bij de nationale selecties. Drenth, die zich omschrijft als een ‘loyaal persoon’, vond dat lastig. Ze schakelde zelfs een sportpsycholoog in om voor haarzelf inzichtelijk te krijgen wat ze precies wilde. “Ik voelde me er rot over, omdat ik door Project 2020 zo goed ben geworden dat de bond mij wilde hebben”, zegt Drenth.

Niet goed genoeg

Na het zilver op de EK van dit jaar in Varese reisde Drenth vol goede moed af naar Luzern, waar zondag een streep ging door de olympische ambities. “We hebben stappen gemaakt, we hadden er vertrouwen in, maar we waren niet goed genoeg”, zegt ze. Na de voorwedstrijd van zaterdag, met een derde plaats achter China en Roemenië, besloot Nederland in de finale hard van start te gaan. “Op het laatst sloeg de vermoeidheid toe en konden we niet meer technisch goed roeien.”

Drenth is vooralsnog van plan om na de Spelen van Tokio door te gaan. Ze zegt fysiek nog niet op haar top te zijn en wil uitzoeken waar en hoe er nog winst voor haar valt te halen. “Wat bij mij nu overheerst, is wat we kunnen doen om wel te slagen. Ik geloof erin, ook in de andere meiden in de boot. Maar het is natuurlijk voor iedereen in de ploeg verschillend of ze het nog kunnen opbrengen.”

Op de voorgaande zes Olympische Spelen haalde de vrouwen acht vier keer een medaille, zilver in Sydney en Peking en brons in Athene en Londen. Heel mooi, vindt Verdonkschot, maar hij ‘mist wel een kleur’. “In topsport moet je kijken waar de kansrijkheid het grootst is. Niet hoe je zoveel mogelijk mensen aan een medaille helpt, maar hoe je zo hoog mogelijk eindigt. En die kans in Tokio is het grootst in de dubbelvier en de vier-zonder.”

Lees ook:
Het weer sloeg om in Oostenrijk – en de Holland Acht ook

Tijdens een training op een meer in Oostenrijk is de boot van de Holland Acht omgeslagen nadat hij door onstuimig weer vol water liep.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden