Joop Zoetemelk, hier links, in de Tour van 1980. Rechts van hem de puffende Bernard Hinault.

InterviewJoop Zoetemelk

Vraag het hem niet, maar Joop Zoetemelk is toch wel trots

Joop Zoetemelk, hier links, in de Tour van 1980. Rechts van hem de puffende Bernard Hinault. Beeld AFP

Joop Zoetemelk praat niet graag over zichzelf. Toch maakte hij tijd voor een Zoom-gesprek. 

Eigenlijk zit hij al te lang stil, daar achter de computer op de eerste etage van het vrijstaande huis in het Franse Germigny-l’Évêque. De herten, ‘zijn’ herten, wachten in de tuin, en misschien kan er nog één boom om.

Je houdt Joop Zoetemelk niet lang binnen, ook niet in zijn 74ste levensjaar. Zeker nu hij weer naar buiten mag, want ook in Frankrijk zijn de corona­regels versoepeld. Natuurlijk past hij op in de coronacrisis. Hij blijft als het even kan thuis. Pas afgelopen weekend kwamen de kinderen en kleinkinderen weer eens langs, op afstand, om te barbecuen.

Wat helpt is dat het huis van Zoetemelk, gelegen in een rivierbocht van de Marne, midden in het bos staat. Ruim negen hectare grond is van hem. De laatste weken kwam hij eindelijk toe aan het omzagen van dode bomen, regelmatig fietst hij nog een rondje van vijftig kilometer. Niet te hard, hij gaat iets meer dan twintig kilometer per uur. En op de ochtend voor het interview was hij nog naar de schillenboer gegaan om voer voor de damherten op zijn terrein te kopen. Met een aanhangertje, dat ‘helemaal vol’ werd geladen. “Hoef je niet voor te betalen. Krijg je zo mee.”

2020 is een dubbel jubileumjaar voor Zoetemelk. In 1980 won hij de Tour de France, eindelijk, na vijf keer een tweede plaats. En 35 jaar geleden werd hij wereldkampioen, op zijn 38ste, als oudste renner ooit. In een sport die heroïsme en romantiek vereist, is ‘Joop’ de antiheld van top tot teen. De man van weinig woorden, die leeft bij de zin ‘Joop is Joop’. Toch verscheen dinsdag een nieuw groot naslagwerk over hem: ‘Joop Zoetemelk Ongezien’, een fotoboek, met daarin talloze foto’s die lange tijd in koffers op Zoetemelks zolder ­lagen. 

Op de schouders na zijn Tour-winst in Parijs.Beeld Joop Zoetemelk Ongezien

De feestelijke presentatie in maart (feest vooral voor anderen, voor Zoetemelk was het ook goed als het niet wordt gevierd) werd verstoord door de uitbraak van het coronavirus, net als de negen theatershows in mei en juni.

Die ‘avonden met Joop’, feitelijk niets anders dan samen met Joop beelden van Joop terugkijken, zijn verplaatst. Maar in coronatijd is voor een interview wel alle ruimte.

Voor alles is een eerste keer, dus ook voor een interview via Zoom. Niet zozeer over zijn carrière, wel over hoe het nu is. Vraag Zoetemelk niet over vergezichten, vraag hem naar het nu. Zijn vrouw, Dany Pouille, zet op de eerste verdieping voor hem de computer aan. Joop is zelf niet zo goed met schermen, maar via de computer ziet hij in de ­coronatijden zijn kinderen en kleinkinderen.

Tot vier keer toe vraagt hij of het beeld goed staat. Een klein deel van zijn voorhoofd is niet te zien, maar dat deert niet. Joop zit doodstil, alsof hij bang is het delicate evenwicht tussen computerscherm en stoel te verbreken. Slechts af en toe illustreren zijn handbewegingen de woorden die hij uitspreekt.

Bent u voor uw eigen kleinkinderen wielrenner Joop, of opa Joop?

“De ene keer opa, de andere keer papi, of gewoon Joop. Net wat ze op dat ­moment uitkomt. (lachend) Ik vind ­alles prima, natuurlijk.”

Heeft u het met uw (klein)kinderen over wielrennen?

“Mijn kinderen zijn ermee opgegroeid. Het is heel leuk dat mijn zoon fietst en dat de kleinkinderen leren fietsen. Maar ik heb het niet meer over mijn ­eigen carrière.”

Wat staat u nog het meeste bij van de Tour de France van 1980?

“De eindoverwinning, de finish in ­Parijs. Wat het allemaal teweegbracht. Overal waar je kwam, waar je nu nog komt: de Tour blijft altijd in herinnering. Net als de wereldtitel is het een kroon op mijn carrière. Ik krijg nog steeds veel post. En als mensen een handtekening of foto willen, is het vaak niet voor henzelf, maar voor hun vader of opa. Dan denk ik toch: ik heb toch wat neergezet.”

U hield meer van wielrennen dan van winnen, is weleens gesteld.

“Ja, ik vond het wielrennen mooi. Als anderen beter waren, kon ik daarmee leven. Merckx was beter, Hinault was beter. Maar winnen hoort erbij. Als je gaat wielrennen en je wint niet, dan is de aardigheid er weer vanaf.”

Mede daardoor was er wel een flink programma voor u opgezet dit jaar, met presentaties, een theatertour en andere plichtplegingen. Was dat niet een beetje te veel?

“Inderdaad, het was een beetje een dol jaar geworden. Eerst was het te veel, maar nu toch wel te weinig.”

Veel op pad, terwijl Zoetemelk juist uitblonk in rusten. De Tour win je niet voor niets in bed. In Joop Zoetemelk Ongezien staat een anekdote over hoe Zoetemelk zich in zijn wielerjaren ­minutieus voorbereidde.

Samen met Raymond Poulidor, de inmiddels overleden Franse renner die de grootvader was van Mathieu van der Poel, lagen ze op de kamer vaak op de routekaart te kijken hoe de volgende dag eruit ging zien. Ruim op tijd ging het licht in de kamer uit.

Joop Zoetemelk als kind, op school.Beeld Joop Zoetemelk Ongezien

Hoe is het met uw gezondheid?

“Zoals ik nu ben, ben ik content en ­tevreden. Als je je veters nog kan strikken, is het goed. Vroeger reed ik rondjes met veertig kilometer per uur, nu gaat het met twintig. Het gaat achteruit, maar het gaat goed. Ik kan nog steeds doen wat ik wil. Lopen gaat wat moeilijker, maar fietsen is prima. En ik kan nog jagen.”

Het is een groot onderdeel van Zoetemelks leven, de jacht. Na zijn carrière werd Zoetemelk fervent jager. Onlangs nog schoot hij herten. Er lopen er momenteel te veel in zijn bos. “Er zijn er nu twintig, terwijl het er tien moeten zijn.”

Dan haalt u zelf de trekker over.

“Ja, inderdaad. Laatst nog. Als er een afschotplan is, mag je gewoon afschieten. Ik heb lootjes van de jachtvereniging. Zo kan je laten zien dat het officieel mag. Als ik ze schiet, vil ik het hert en geef ik delen weg.”

U heeft weleens gezegd dat u vooral last heeft van zwijnen.

“Het hele terrein is hier omheind. Maar die beesten wippen het gaas omhoog, zorgen voor overlast. Soms kijk ik ’s nachts weleens of er eentje zit. Als ik hem zie, blijft hij er liggen ook.”

Wat is het mooie aan de jacht?

Het is niet het schieten, maar op het ­gemak in de natuur te lopen. Dat is het plezier. Je schoot wat je mocht. Als er niet veel hazen waren, laat maar dan. Je had toch een mooie dag in de natuur ­gehad. Ik en mijn hond dan. Ik had een jachthond die altijd bij me bleef. We gingen samen.”

De laatste bocht naar de Champs-Elysees in de Tour van 1980, Zoetemelk hier in het derde wiel. Beeld Joop Zoetemelk Ongezien

Het laatste hondje overleed toen Zoetemelk 65 werd, op ongeveer het moment dat hij verhuisde naar een ­ander huis in hetzelfde dorp. Voor dat moment was zijn leven versluierd, zeker voor de buitenwereld. Zijn vrouw Françoise, met wie hij twee kinderen kreeg (Karl en Loetitia), was verslaafd geraakt aan alcohol, waaraan zij in 2008 zou overlijden. Haar ouders hielden Zoetemelk in een figuurlijke wurggreep. Hij kon niet weg, anders zou hij zijn kinderen niet meer zien.

Slechts één keer wilde hij er uitgebreid over praten. Dat staat in ‘Joop Zoetemelk, een open boek’, gepubliceerd in 2011.

“Ik heb het daar verteld. Toen we kinderen kregen, was alles goed. Naderhand is het verkeerd gelopen. Ik had het geluk dat ik heel veel weg was. Ik praat er zelf liever niet over, maar het is zo gebeurd.”

In het ziekenhuis waar zijn vrouw uiteindelijk lag, ontmoette hij zijn huidige vrouw. Destijds was Pouille gewoon een buurvrouw, pas later werd het meer dan vriendschap. Zij gaf hem vertrouwen ook over zijn eigen leven te vertellen. Ze besloten samen het openbare leven te herontdekken. Daar hoorde een jachthond niet bij.

Zoetemelk: “We dachten over een nieuwe. Maar we gingen een nieuw ­leven beginnen. Moesten veel van huis zijn, wat heb je dan aan een hond?”

Toevallig komt Pouille achter Zoetemelk de trap op en zet een gele knuffel van een leeuw op de schoot van Zoetemelk. Het is een knuffel die de geletruidrager in de Tour na elke etappe krijgt. Zoetemelk kreeg er vorig jaar een ­omdat hij in de Tour op bezoek was.

Omdat het gesprek in het Frans verder gaat, schuift Pouille aan. Ze wiegt heen en weer op een grote fitnessbal. “Het heeft moeite gekost om Joop weer zelfvertrouwen te geven. Voor hem was zijn carrière voorbij en hoefde hij er niet over te praten. Toen heb ik wel ­gezegd dat hij met zijn borst vooruit moest lopen.”

Gebeurde dat niet?

Zoetemelk: “Dat kwam door de problemen met mijn eerste vrouw. Niemand wist wat er zich thuis afspeelde.”

Pouille: “Joop stopt alle emoties weg. De goede en slechte. Je moet hem drie keer vragen om te weten wat hij echt denkt. Hij wilde ook al zijn medailles en leiderstruien weg blijven stoppen in koffers. Toen zei ik: stop. Je bent wielrenner, die hebben karakter. Dat kan niet anders in zo’n zware sport. Nu kan hij er heel enthousiast over ver­tellen.”

Is hij trots nu?

Zoetemelk draait zich een kwartslag, ­de eerste keer in het gesprek dat hij een andere houding aanneemt. Ze kijken ­elkaar aan. Zoetemelk neem het woord: “Je suis fier. Ja, ik ben trots.”

Lees ook: 

Advies van Joop Zoetemelk helpt verzorgers de crisis door

De personeelsleden in de zorg kunnen in de coronacrisis overeind blijven door het spoor van oud-wielrenner Joop Zoetemelk te volgen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden