null Beeld
Beeld

ColumnAntal Crielaard

Voor even de bubbel uit, in een vlaag van acute verstandsverbijstering

In een vlaag van recalcitrante verstandsverbijstering besloot ik vandaag een stukje Tokio in te lopen. Dat is natuurlijk niet de bedoeling, maar bij aankomst in het Yoyogi National Stadium kon ik de verleiding van de stad niet weerstaan. Het neonlicht lonkte, en voor het eerst zag ik normale mensen. Op de boulevard voor het stadion probeerden vijf meisjes en twee jongens een nieuwe touwspringtechniek uit. Dat lukte niet erg goed.

Het voelde aanvankelijk goed om even uit de olympische bubbel te zijn. Ik wilde de touwspringmeisjes aanspreken om te vragen wat zij nou van de Spelen vinden, in deze lastige tijden. Ze haalden hun schouders op, en besloten ‘yes’ en ‘no’ te antwoorden op mijn vragen. Daarna draaiden ze de springtouwen weer tegen elkaar in, en struikelde één van de meisjes steeds bij het inspringen.

Het wemelde van de bewakers en militairen

Ik liep verder en begon me ongemakkelijk te voelen. De afgelopen dagen werden op verschillende plekken in Tokio toernooipassen afgepakt van journalisten die zich niet aan de quarantaineregels hielden. Maar vanuit Amsterdam was de vraag gekomen of ik, als verslaggever ter plaatse, eens kon uitzoeken hoe de ‘normale’ Japanner nu toch over die vermaledijde Spelen denkt. En of het sentiment keert, nu de ploeg van het gastland het verrassend goed doet en de ene na de andere medaille wint.

Dus wandelde ik verder. En voelde de ogen in mijn rug. Op het kleine stukje promenade wemelde het van de bewakers en militairen, of in ieder geval van mensen met een pakje aan, een kaart om de nek en een portofoon aan de riem. Door al die bewaaktypes besloot ik om niemand meer aan te spreken. De regels die we vooraf kregen waren immers glashelder: geen contact met mensen buiten de bubbel.

Ik telde op het stukje promenade uiteindelijk acht bewakers, vier politieagenten en drie mannen met een blauw pakje van de organisatie. Gehaast keerde ik terug naar de ingang van het stadion. Handen ontsmetten, temperatuur opmeten, gezichts- en kaartcontrole, tas door de scanner, een slokje van mijn water - om zeker te weten dat ik daarmee niemand zou vergiftigen - en pfoe, ik was terug in mijn veilige olympische ballonnetje. Monter op weg naar een wedstrijd van de handbalsters.

Helaas heb ik nog altijd geen idee hoe de normale Japanner over de Spelen denkt. Wellicht later - in een nieuwe moedige bui.

Lees ook:

Rode oortjes na mijn coming-out op de Spelen

Aanvankelijk durfde ik er niet over te spreken, schrijft Antal Crielaard in zijn Tokio-column. Wat zijn nu een paar pijnlijke oren in een olympische wereld die wordt gekenmerkt voor de angst voor een oprukkend en muterend virus?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden