ReportageTour de France

Voor de media is het hengelen naar reacties in de Tour

Primoz Roglic staat de pers te woord.Beeld AP

De media moeten anders werken in de Tour de France. De toegankelijkheid van de renners, een kenmerk van het wielrennen, is vanwege gezondheidsredenen ingeruild voor veiligheid. En dat vraagt om interviews met selfiesticks.

De keuze valt op Cees Bol. Hij is de renner die prioriteit één krijgt aan de finish in Privas, zo is de stilzwijgende afspraak tussen de Nederlandse pers, kort nadat Bol tweede is geworden in de massasprint van de vijfde etappe in de Tour de France. Maar voordat er een klein kansje is om Bol na de finish te roepen, rijdt hij al op flinke snelheid door. Te snel om hem nog aan te spreken.

De finishstraat van de Tour is dit jaar geen zee van hoofden, maar een lege snelweg. Althans, zo lijkt het voor de renners, die na de finish niet meer in een massa mensen tot stilstand komen. Het is niet meer dringen rond Tom Dumoulin, het is niet meer achter Bauke Mollema aan rennen.

Eén journalist per land in de mixed zone

De verslaggevers die dit jaar in de Tour zijn, zo’n 30 procent minder dan voorgaande jaren, zijn dit jaar vanwege corona gebonden aan een ‘mixed zone’, waar met dranghekken kleine langwerpige hokjes zijn gemaakt. Die zijn zo smal dat de verplichte afstand er niet wordt gehouden. Vanuit die hokjes is het hengelen naar een reactie van een renner die vooraf bij een persvertegenwoordiger van de ploeg is aangevraagd. Er wordt verplicht een uitschuifbare selfiestick gebruikt, die in grootte kan wisselen van dertig centimeter tot drie meter. Alles om niet te dicht bij de renners te komen.

Vanwege de coronaregels mag dit jaar maar één journalist per land na afloop in de mixed zone staan, net zoals er maar één fotograaf na de finish mag werken. De Nederlandse pers heeft hokje nummer elf, waardoor deze krant moet samenwerken met het AD, de Volkskrant, Nu.nl, het ANP en NRC. De Telegraaf koos ervoor niet mee te doen. Wie een renner spreekt, deelt het spraakbericht in de speciaal opgezette appgroep. Frans chauvinisme is overigens niet ver weg: sportkrant l’Équipe heeft de eerste box, als enige.

De regels werden na de relatief regelloze Dauphiné aangescherpt, vertelt Tour-verantwoordelijke voor de perszone Paul Corbery. Hij is de verkeersregelaar die elke dag journalisten toelaat tot de smalle hokjes. Hij controleert nu vooral op hesjes. Alleen iemand die er een draagt, mag zo’n hokje in, al vervaagt die regel enigszins naarmate de Tour vordert. Zo staan er in Privas ook Nederlandse journalisten in de hokjes voor de Spaanse en Noorse pers.

Corbery voelde zich de eerste dagen vooral politieagent, en iemand die alle frustraties over zich heen kreeg. Want er werd een hoop gevloekt in de eerste dagen van de Tour. “Maar voor de gezondheid van iedereen moet ik toch vragen of mensen weg gaan.”

Frankrijkpromotie

Dieper ligt het gegeven dat de Tour de media letterlijk aan de zijkant zet. De volledige toegankelijkheid van de wielrenners, zo gebruikelijk voor de sport en voor de Tour, is vanwege gezondheidsredenen logischerwijs ingeruild voor veiligheid. Toch zal Tour zich wel hoeden zich helemaal te vervreemden van de media, zegt Jeroen Wielaert, die dit jaar in zijn 26e Tour als verslaggever een kroniek maakt voor het blad De Muur. “Ze horen te erg bij elkaar.”

De media hebben de Tour nodig, en de Tour heeft de media nodig. Want de wedstrijd is niet alleen bedoeld om de renners, maar ook Frankrijk zelf te promoten. De eerste Tour, in 1903, begon bovendien als een laatste redmiddel voor een noodlijdende krant, l’Auto, met een ronde die heel Frankrijk aandeed. De oprichter, Henri Desgrange, was hoofdredacteur van l’Auto. Tijdens de Tour steeg de oplage met 300 procent.

Wielaert: “Dit jaar ontbreekt het directe spektakel aan de finish, de suspense en de climax. Maar het plooit zich, er is meer te doen dan gedacht. Het is anders dan voorheen, dat zeker. De tijd dat je in een hotel naast de lift de kamerindeling bekeek en bij een renner aanbelde, is verdwenen toen de managementlaag van de pr-mensen ontstond. En zeker toen collega’s in de dopingjacht gingen, sloot het wielrennen zich als een oester. Maar nu is er juist behoorlijk wat ruimte om renners te bereiken. Het is het vooral oppassen dat de diversiteit van de verhalen niet verdwijnt en dat er transparantie blijft.”

Cees Bol bij hokje elf

Cees Bol komt uiteindelijk toch terug naar de hokken aan de finish. Hij staat de NOS en Sporza te woord voordat hij zich voor ruim drie minuten komt vervoegen bij hokje elf. Tijdens zijn interview wriemelt hij wat aan zijn rem. Ook al werd hij tweede, toch is hij tevreden, zegt hij. Het gesprek verschijnt om 18.07 uur in de appgroep, evenals interviews met Dylan van Baarle, George Bennett en Primoz Roglic.

Opvallend genoeg zijn het meer reacties dan in eerdere jaren mogelijk was. Bovendien bezorgt France 2 elke dag bewegende postkaartjes in de huiskamers in 186 landen. Zo anders is het dus toch ook niet dit jaar.

Lees ook: 

Het is stil op de bergen rond de Tour zonder de massa’s toeristen

De Tour hoort bij juli, niet bij september. Op een dinsdag komen weinig mensen naar de koers, zelfs bij een aankomst bergop.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden