Voorbeschouwing Nederland - VS

Voor de finale tegen de VS schakelt Nederland over op de ‘vechtmodus’

Beeld EPA

Het is echt waar, Nederland staat in de finale van het WK. Maar niet met het voetbal dat bondscoach Sarina Wiegman graag wil spelen. De speelsters moeten de mouwen opstropen.

Alles is anders bij Oranje op dit WK. Met het vaak als on-Nederlands getypeerde vechtvoetbal en niet met het beoogde positiespel en vloeiende aanvalspatronen, plaatsten de voetbalsters zich voor een wedstrijd die zelfs in hun dromen onbereikbaar leek: de finale van het WK, met aanstaande zondag in Lyon titelverdediger en drievoudig wereldkampioen de Verenigde Staten als tegenstander.

In de voorbeschouwingen op het WK zei Sarina Wiegman bij herhaling dat Nederland zich op dit toernooi moest wapenen tegen landen die zij omschreef als vechtmachines. Landen uit andere culturen, landen met andere opvattingen over voetbal. Een interessante uitdaging, vond de bondscoach en ze meende ook te weten hoe Nederland zich daartegen moest verweren: met snel en verzorgd combinatievoetbal en vertrouwend op het scorend vermogen van de voorste linie.

In de afgelopen zes wedstrijden in Frankrijk bleken die bespiegelingen niet veel waard. Het spel was vaak te stroef en te slordig om tegenstanders de wil op te leggen. Het balbezit leidde doorgaans wel tot een veldoverwicht, maar dat werd te weinig omgezet in het creëren van grote kansen. Dat kwam ook doordat twee leden van het gevreesde aanvalstrio, Lieke Martens en Shanice van de Sanden, ver verwijderd bleven van de EK-vorm van 2017.

Met een voorhoede in vorm – Martens, Vivianne Miedema en Van de Sanden – zou Nederland zomaar wereldkampioen kunnen worden, voorspelden veel ‘kenners’ vóór het WK. Het is bijna ongelofelijk maar waar, maar het kan inderdaad nog echt ook. Met een andere manier van voetballen en met onverwachte doelpuntenmakers als Stefanie van der Gragt, Anouk Dekker, Dominique Bloodworth en Jackie Groenen. In de 247 interlands die zij speelden scoorden zij welgeteld twintigmaal.

Sarina Wiegman Beeld Getty

Leeuwinnenhart

Voetballend schakelde Nederland over op de ‘vechtmodus’. Met succes, tegen Zweden leidde de strijdvaardigheid en de bereidheid om voor elkaar te knokken tot de zesde zege op rij en tot een historische plaats in de WK-finale.

“Nu het voetballend niet gaat zie je dat we een andere kracht hebben”, zei Stefanie van der Gragt, tegen Zweden onverzettelijk in het hart van de defensie. Ze corrigeerde wel de verslaggever die opmerkte dat Nederland met een leeuwenhart had gespeeld. “Nee, nee, met een leeuwinnenhart”

De meeste speelsters lieten zich in dezelfde bewoordingen uit na de triomf op Zweden. Sherida Spitse noemde Nederland ‘een voetballende vechtmachine’ en Sari van Veenendaal sprak over ‘een grote omslag in het voetbal’. “Wat we geleerd hebben is hoe we wedstrijden over de streep moeten trekken. Op het EK veranderde bijna alles wat we aanraakten in goud. Dat is nu niet zo, er worden nu andere dingen gevraagd.” Zelf kwam de keepster een aantal maal hardhandig in aanraking met de fysiek sterke Zweedse aanvalsters. “Ach, ik ben zelf ook geen slappe.”

Keihard knokken

Wiegman erkende dat het predicaat ‘vechtmachine’, dat ze vóór het WK vooral op andere landen plakte, nu ook van toepassing was op haar eigen ploeg. Al kwam dat voor haar niet helemaal uit de lucht vallen, ook op het EK in eigen land had ze gezien dat de speelsters bereid waren de mouwen op te stropen. “We schuwen het leveren van arbeid niet. Als het voetballend niet gaat zoals je wilt, moet je met elkaar keihard knokken om tot een resultaat te komen.”

Als voetbalster kwam Wiegman eind jaren tachtig twee seizoenen uit voor de University of North Carolina. Daar werd ze elke dag geconfronteerd met de Amerikaanse levensvisie dat je meer kunt bereiken door dingen samen te doen.

“Dat heeft zeker invloed op mij gehad, al heeft dat ook met mijzelf te maken. Ik ben een teamspeler en ik vind het interessant hoe je een team formeert.” Op het WK wordt ze soms geraakt door de saamhorigheid in haar hele team. “Onze yell voor de wedstrijd voel je tot in je kleine teen.”

Twee vrouwelijke bondscoaches in finale

Met Sarina Wiegman en Jill Ellis staan er zondag twee vrouwelijke bondscoaches in de finale van het WK. Beide coaches waren al eens succesvol op een eindtoernooi. Wiegman werd in 2017 met Nederland Europees kampioen, Ellis veroverde vier jaar geleden met de Verenigde Staten de wereldtitel.

Wiegman en Ellis waren niet de enige vrouwelijke bondscoaches die ver reikten op het WK in Frankrijk. Vijf van de acht kwartfinalisten hadden een vrouw als bondscoach. Vrijdag is er in Lyon een symposium van de wereldvoetbalbond Fifa over de rol van de vrouwelijke coach in het voetbal. 

“Dat is mooi”, zei Wiegman. “Het is goed dat vrouwen de mogelijkheid krijgen zich te ontwikkelen en niet alleen in het voetbal. Ik trek het liever breder naar andere sectoren van de maatschappij. Zelf vind ik dat vrouwen ook de guts moeten tonen en risico’s moeten durven nemen om op hogere posities terecht te komen.”

Lees ook:
Sarina Wiegman heeft de blik altijd gericht op de eerstvolgende wedstrijd
Sarina Wiegman is in dertig maanden uitgegroeid tot de succesvolste bondscoach van de nationale vrouwenploeg ooit. Een portret. 

Groenen schiet Oranje naar WK-finale
Nederland mag zich zondag meten met de Verenigde Staten, de onbetwiste uitblinker van het toernooi

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden