SchaatsenWereldbekerfinale

Veel schaatsgoud, maar de concurrentie sluipt naderbij

Ireen Wüst, voor de start van haar laatste (gewonnen) 1500 meter dit seizoen.Beeld BSR Agency

Nederland was in het laatste schaatsweekeinde van het seizoen wederom zeer succesvol. Toch is er ook kritiek na een jaar waarin de concurrentie ‘ingelopen’ is. 

Kai Verbij wisselde dit schaatsjaar ‘zes à zeven’ keer van materiaal, in de hoop zo toch een lekker schaatsgevoel te krijgen. Het lukte niet, ook omdat hij zich dit seizoen iets anders realiseerde: ‘Zelfs als ik op goed materiaal rijd, word ik niet de beste’. En om de beste te worden, moet het volgens Verbij anders in schaatsland Nederland.

Het zijn opvallende woorden na een succesvol weekend in een uitverkocht Thialf, waar tijdens de wereldbekerfinale het schaatsseizoen 2019-2020 werd afgesloten met vier baanrecords en een Hollandse goudvloot (zes keer winst). Het kwam bovenop een jaar met voor Nederland drie individuele wereldtitels op de WK afstanden en met Ireen Wüst en Patrick Roest twee wereldkampioenen allround.

Waar bij de vrouwen Ireen Wüst onverwoestbaar blijft (zie kader) en Jutta Leerdam uithangbord is geworden van een nieuwe generatie, is bij de mannen alleen de 1500 meter echt Nederlands monopoly. Kjeld Nuis werd wereldkampioen (en zette het baanrecord op de 1500 meter in Thialf zondag op een zeer snelle 1.43.00) , Thomas Krol zit vlak achter hem. Patrick Roest won bijna alle lange afstanden, maar kende op de WK afstanden een slecht moment. Kjeld Nuis verwoordde het afgelopen weekend het best: “Bij de sprint lopen we ver achter, met de inhoud zit het goed.”

Nakende recessie 

Maar als de dominantie van de Nederlandse schaatsers vergelijkbaar is met een conjunctuur, dan is een nakende recessie hoorbaar in de woorden van Verbij, die juist een heel jaar lang gefrustreerd achter concurrenten moest aanschaatsen. Al zei hij het wel enigszins omfloerst: “Ik ben er niet heel bang voor, maar over twee jaar zijn de Spelen en over een jaar wil je toch al wat zekerheid.”

Volgens Verbij, de luidste stem in de discussie, is er geen twijfel: de concurrentie is toch echt dichterbij gekomen. Wil Nederland de komende jaren meedoen, dan is het ‘logisch’ als goede mannen met elkaar trainen. De Russen doen het, de Japanners ook en in iets mindere mate de Canadezen eveneens. In Nederland kan dat niet, omdat de topschaatsers verspreid zijn over de commerciële teams. “Door de concurrentie onderling stuwen we elkaar op, maar het lijkt alsof die strijd groter is dan de landenwedstrijd. Wellicht als je het format iets wijzigt en als snelle jongens samen kunnen rijden, dan denk ik dat we veel sneller kunnen.”

Kai Verbij (links) eindigde op de tweede plaats in het eindklassement van de 1000 meter. Thomas Krol (midden) werd eerste en Lurent Dubreuil (Canada, rechts), pakte het brons. Beeld BSR Agency

Johan de Wit, bondscoach van de succesvolle Japanse ploeg, moest eigenlijk wel lachen als hij de woorden van Verbij hoort. “Dat is toch flauwekul. Ze hebben in Nederland veruit het meeste geld, het is alsof Spanje tegen Nederland voetbalt. Eigenlijk is het belachelijk dat wij als andere landen prijzen van Nederland afpakken.”

De Wit: “Wij hebben ongeveer 35 mensen in de ploeg. Tien staf en 25 rijders. Het geld dat er bij ons in gaat is niet eens een tiende van wat er hier in Nederland in wordt gepompt. Er is geen enkel excuus in Nederland. Dan moeten ze het maar beter neerzetten. Alleen Jumbo-Visma is een team met visie. Die hebben misschien een iets minder jaar gehad, maar die ploeg is een garantie voor succes.”

Andersom denken

De Wit vindt dat in Nederland bij sommige ploegen andersom moet worden gedacht. “Ik vind dat je een ploeg moet opbouwen van bovenaf. In Nederland denkt men van onderaf. Je wil je de beste rijders hebben en daar wordt om gevochten. Maar er is niemand die zegt: we moeten de beste fysio hebben, of de beste coach. Dat hebben wij in Japan wel gedaan. En over Rusland kan je van alles zeggen, maar daar staat nu ook een goede structuur.” Verbij ziet een taak voor de KNSB weggelegd, maar ook de ploegen zelf moeten ‘iets professioneler’ worden. “Er is veel gebaseerd op salaris. Dat moet ook wel, want anders kunnen we niet leven. Maar sporttechnisch kan het beter.” 

Volgend jaar is daarvoor een eerste nieuwe kans. Eerst een zomer vol contractonderhandelingen. Want dat hoort ook bij het Nederlands model.

Ireen Wüst verzekerd van nog twee jaar topschaatsen

Ireen Wüst (33) heeft sinds dit weekend zekerheid over een traject richting haar mogelijk vijfde Olympische Spelen. De komende twee jaar rijdt ze voor Team Reggeborgh, de sprintploeg van Gerard van Velde. Binnen een week was de deal beklonken. Een ‘cadeau’, zo stelde ze, want het was niet gelukt om een sponsor te vinden voor haar huidige ploeg TalentNed.

De focus komt te liggen op de 1000 en 1500 meter. De trainingen gaan vooral op snelheid. “Ik zal me soms een trage Harrie voelen, maar ik kijk er wel erg naar uit.”

In Thialf liet Wüst zien dat dit jaar een van haar beste jaren ooit was. In een ‘erewedstrijd’ met wereldkampioen sprint Miho Takagi won ze de 1500 meter met een baanrecord op de 1500 meter (1.53,10). Terwijl Takagi vallend over de streep ging, bleef Wüst recht overeind.

Lees ook: 

Zevende wereldtitel allround voor Wüst, derde op rij voor Roest

Ireen Wüst en Patrick Roest werden vorige week in Hamar wereldkampioen allround. Volgend jaar kunnen ze hun titel niet verdedigen, want allrounden staat niet meer op de planning. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden