DWSV, de Utrechtse vereniging die binnenkort nooit meer mag voetballen bij de KNVB.

Uit competitie Probleemclubs

Van in de gaten houden naar straffen: hoe de KNVB geweld op het veld aanpakt

DWSV, de Utrechtse vereniging die binnenkort nooit meer mag voetballen bij de KNVB. Beeld Werry Crone

Monitoren, duiden, sturen en straffen aan de hand van ‘maluspunten’. Vijf woorden die in het kort aangeven hoe de KNVB geweld in het amateurvoetbal probeert aan te pakken. Trouw kon op het hoofdkantoor in Zeist meekijken.

 De vergadering is nog maar tien minuten ­bezig en het is een wonder dat er nog niemand is overleden. Niet bij de aanwezigen, maar bij de lijdende voorwerpen die worden besproken tijdens het agendapunt ‘zaken die opvallen’. Scheidsrechters die moesten vluchten, vechtpartijen en dreigende intimidaties. Wie de vergadering in de All Star-kantine van de KNVB in Zeist bijwoont, kan bijna niet anders dan denken dat het amateurvoetbal in Nederland heel gevaarlijk is.

Toch is dit dagelijkse praktijk voor verschillende medewerkers van de KNVB. De afgelopen maanden kon Trouw aansluiten bij diverse vergaderingen, waaronder samen met onder anderen de teamleider van die commissie en een verenigingsadviseur bij een gesprek van de zogenoemde ‘monitorcommissie West’.

Alle incidenten die plaatsvinden op de velden worden besproken in deze zogenoemde ‘monitorcommissies’. De KNVB heeft er drie, voor elke regio één. De monitorcommissies worden binnen de bond soms ook wel ‘scharnierpunten’ genoemd. Alles wat aan excessen op de voetbalvelden gebeurt, komt eens per week in deze kleine groepen ter sprake. De commissies kijken terug naar wat er in een weekend heeft plaatsgevonden, maar proberen ook in te grijpen bij verenigingen waar problemen worden verwacht. Het gaat er bijna klinisch aan toe. Af en toe emotieloos, soms met galgehumor.

Het veld van DWSV, één van de twee Utrechtse clubs die de KNVB uit competitie heeft gehaald. Beeld Werry Crone

Er is geen andere sportbond die (gedwongen) zoveel aan veiligheid doet als de Nederlandse voetbalbond. Helemaal sinds 2012, toen grensrechter Richard Nieuwenhuizen uit ­Almere overleed nadat hij meerdere trappen had gekregen bij een jeugdwedstrijd. Het aantal daalt weliswaar, maar nog steeds vinden op het voetbalveld jaarlijks honderden zware incidenten plaats. In het seizoen 2017-2018 waren dat er 257. Nieuwe cijfers worden over twee weken verwacht, als de KNVB het jaarverslag publiceert.

Sinds dit seizoen werkt de KNVB met een nieuw digitaal controlesysteem. Hiermee kan de bond verenigingen waar het uit de hand loopt beter in de gaten houden om sneller te kunnen ingrijpen – het liefst voordat het mis gaat. In dit systeem worden scheidsrechterrapportages, (lopende) tuchtzaken en klachten in één gemeenschappelijke lijst ­gevat. Op die manier kan niet alleen per wedstrijd worden gekeken, maar kan worden ­gezocht naar een rode lijn. Wat is er aan de hand in een vereniging? Dat kan volgens de bond alleen als alle meldingen worden samengevoegd.

Dat systeem geldt als de basis voor het overleg in de monitorcommissie. Het staat niet meer in een Excel-bestand, maar in een op maat gemaakt programma. Belangrijk is het woord ‘maluspunten’. Aan een straf die een vereniging krijgt, hangt ook een aantal punten. Hoe hoger het totaal, hoe meer er misgaat bij een vereniging.

De strafmaat is per incident anders. Staakt de scheidsrechter een wedstrijd vanwege scheldpartijen bij een team, dan staat dat gelijk aan 50 maluspunten. Een vechtpartij betekent tussen de 150 tot 200 punten. Een boete van 1000 euro, voor welk vergrijp dan ook, geeft 325 punten.

Waarnemers naar de wedstrijden

Bij een stijging van het aantal punten komt de ploeg op de radar van de monitorcommissie. Dat was eerst pas als een vereniging de grens van 300 punten over ging, maar de KNVB wil verenigingen die dreigen af te glijden eerder in beeld krijgen. Lange tijd werkte de bond met ongeveer veertig probleemclubs, maar dankzij deze nieuwe insteek wisselt die lijst regelmatiger. In Nederland zijn ongeveer drieduizend verenigingen.

Staat een vereniging op de radar, dan kan de commissie besluiten extra waarnemers naar wedstrijden te sturen. Deze fase heet dan ook ‘monitoren’. Na monitoren volgt ‘duiden’. Clubs die in die fase belanden (en in het computersysteem een andere kleur hebben), krijgen bezoek van een verenigingsadviseur, die vertelt dat de KNVB de vereniging in de gaten houdt. Clubs zitten dan nog ver van een straf af, maar zijn wel gewaarschuwd. De meesten nemen dan zelf al maatregelen.

Enkele clubs stromen door naar het proces ‘sturen’, waarin gezamenlijk een plan wordt gemaakt om geweldsincidenten te vermijden. Lukt dat niet, dan kan de KNVB niets anders doen dan ‘straffen’.

Het proces kan zoals hierboven in drie alinea’s worden beschreven, maar voor een vereniging kan een traject jaren duren. SC Hoge Vucht uit Breda, de club die vorig jaar uit de competitie werd genomen, zat tien jaar in een dergelijk hulpprogramma. De KNVB hoopt dat dat met de nieuwe vorm van werken maximaal twee jaar kan duren.

Een belangrijke rol is daarin weggelegd voor dossiervorming, soms tot op teamniveau aan toe. Uiteindelijk is het doel dat er zoveel gegevens worden verzameld dat een oordeel op feiten kan worden gegeven, en niet langer op de onderbuik van leden in bijvoorbeeld de monitorcommissie. De KNVB benadrukt dan ook hoe belangrijk het is om incidenten te melden. Niet om meteen een elftal of club uit de competitie te halen, wel om een beeld te krijgen van hoe het er binnen een vereniging aan toegaat.

Genoeg is echt genoeg

Daarom is de monitorcommissie ook zo ­belangrijk. In de vergadering wordt onder meer de top-10 aan stijgers en dalers in de ­maluspuntenlijst besproken. Krijgt een vereniging snel meer punten of wordt een club twee keer genoemd, dan stuurt de KNVB snel een waarnemer naar die vereniging toe.

Monitoren, duiden, sturen en straffen. ­Beleid wat duidelijk maakt hoe een club kan afzakken, maar er eveneens voor zorgt dat de KNVB sneller tot actie over kan gaan om een club te helpen. Er is een systeem dat werkt, en waar aan het eind van het traject ook straffen staan. Dat is voor alle verenigingen duidelijk. Het is ook de reden dat de bond nu de Utrechtse verenigingen DWSV en SVA Papendorp uit de competitie wil zetten.

Het nieuwe digitale systeem biedt de KNVB de mogelijkheid om daadkrachtiger te worden. De lijn van de bond is om aan de hand van het proces ook eens te zeggen dat ‘genoeg ook echt genoeg is’. Met een goed dossier, dat duidelijk de afspraken laat zien, kan de bond beslissen om te straffen op basis van bestuurlijke verantwoordelijkheid om het organiseren van de competitie veilig te houden.

De vraag is nu of een bestuurlijk besluit van de KNVB juridisch goed sluitend te maken is. In principe lopen strafzaken via het onafhankelijke tuchtsysteem. Aan de andere kant heeft de bond dus ook die eigen verantwoordelijkheid.

Volgens Marjan Olfers, hoogleraar Sport en Recht aan de Vrije Universiteit, is een bestuurlijk besluit een logisch gevolg van een traject. “Juridisch zit het wel anders dan sanctierecht. Dat doet de tuchtcommissie namelijk. Op een dergelijk moment zegt de bond: wij nemen verantwoordelijkheid, want wij kunnen ook aansprakelijk worden gesteld als wij ongeregeldheden van onze leden te lang door laten gaan. Dat is natuurlijk wel een ­besluit dat niet lichtzinnig genomen dient te worden.”

De beslissing kan voor de rechter komen. Die gaat niet op de stoel van het bestuur zitten, zegt Olfers. “Die toetst of de bond in redelijkheid tot een besluit had kunnen komen. Wat redelijkheid is, kan soms nog wel onduidelijk zijn, maar ik zeg altijd dat onredelijkheid iets is waar je buikpijn van krijgt.”

Verenigingsrechtadvocaat Fred van Brussel, in de jaren negentig nog kort bestuurslid bij FC Utrecht, vindt het goed dat de KNVB ‘leiderschap toont’. Het straffen via een bestuurlijk besluit is voor de bond een mogelijk waardevolle toevoeging, zegt hij. “Je bent toch op zoek naar een norm. Ook in het amateurvoetbal. Het is alleen maar goed als de timmerman, de KNVB in dit geval, meerdere hamers in de gereedschapskist heeft zitten.”

Ook Olfers is blij dat de KNVB nu ‘de nek uitsteekt’. “Ik zou veel bonden willen aanraden te kijken naar clubs of mensen die dermate veel overlast veroorzaken dat de situatie niet meer in de hand te houden is.”

Gelukkig is er niemand overleden als gevolg van de incidenten waar de monitorcommissie nu over praat. Als het aan hen ligt, komt dat er ook niet van. Volgens de leden van de commissie is het huidige controlesysteem er met ­name voor om verenigingen juist sterker te maken.

Dit artikel kwam tot stand na gesprekken met diverse medewerkers binnen de KNVB die zich bezighouden met veiligheid. De namen van deze mensen zijn bij de hoofdredactie bekend.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden