Roel Seele en Teun Hooijer laten de zonnepanelen op het dak van het nieuwe clubhuis van Witteveense Boys ’87 zien.

ReportageGroene clubs

Van energievreter naar duurzame voetbalclub: ‘Met gezond verstand kom je heel ver’

Roel Seele en Teun Hooijer laten de zonnepanelen op het dak van het nieuwe clubhuis van Witteveense Boys ’87 zien. Beeld Herman Engbers

Witteveense Boys ’87 maakte soepel een omslag van energievreter naar duurzame voetbalclub. De Drentse amateurvereniging geldt inmiddels als schoolvoorbeeld. Deel 2 van een serie artikelen over duurzaamheid en sport.

Met gekruiste armen zit Teun Hooij­er (57) aan tafel in het fraaie clubhuis uit vurenhout van amateurclub Witteveense Boys ’87. Zijn borstelige haar grijst aan de slapen. Buiten trapt Hooijers tienerzoon een balletje op het hoofdveld. “Je zit in de parel”, zegt hij zelfvoldaan. “Dit is de provincie: de schoonheid, de rust, de mooie bossen, de schitterende heide. Witteveen is het jongste en mooiste dorp van Drenthe, vroeger was het woeste grond. Hier is álles mogelijk.”

In enkele jaren onderging de club in de gemeente Midden-Drenthe een soepele transitie naar een duurzamer bestaan. Samen met clubvoorzitter en ondernemer Roel Seele (60) trok melkveehouder Hooijer die kar. Het plan om een milieuvriendelijker te worden, ontstond in 2015, toen de gemeente aankondigde dat sportclubs voortaan zelf voor hun energielasten zouden opdraaien. Een onhaalbare eis, die het clubbestuur aan het denken zette. “Het zou betekenen dat we 8000 euro meer moesten betalen voor de energiekosten”, vertelt Seele. “Toen is het balletje snel gaan rollen. Anders waren wij ook lui geweest.”

Een vlucht naar voren, zo omschrijft Seele de duurzame transformatie van de club. De timing was perfect. Het was een periode waarin de groei van de club zich deed ­voelen. Ze was door de opkomst van het vrouwenvoetbal aan een verbouwing toe. We wilden het gelijk goed doen”, zegt Seele. “Als we dan toch bij nul beginnen, met nieuwe kleedkamers, konden we beter meteen ook de boel goed isoleren, zonnepanelen installeren, vloerverwarming aanleggen, aangestuurd door een lucht-waterwarmtepomp. Vanwege het prijskaartje namen we veel verbouwingen voor eigen rekening.”

‘De vrieskist verbruikte zo’n 500 euro per jaar, het nieuwe exemplaar slechts 100 euro

Onderzoek van het Mulier Instituut afgelopen jaar leert dat de helft van de sportverenigingen de afgelopen drie jaar investeerde in energiebesparende maatregelen of duurzame energieopwekking, vaak met hulp van subsidies. Hoewel veel sportclubs de ambitie koesteren groener te worden, kúnnen ze niet altijd. Een spaarpot  voor zonnepanelen, goede isolatie, ledverlichting of een zuinige pomp ontbreekt vaak.

De grootste hobbel bij vergroening is volgens het Mulier ­Instituut geld, ondanks een subsidieregeling. Ook gebrek aan kennis en tijd – organisaties draaien voornamelijk op vrijwilligers – zit verenigingen in de weg. Seele schudt krachtig het hoofd, duidelijk geërgerd. “Je moet het willen. Vanzélf zal het niet gaan”.

De dorpsclub telt 140 leden op 600 inwoners. Hooijer frunnikt aan iets zijn kin. “Nee, wij weten ook niet alles van duurzaamheidstechnieken en energiebesparende maatregelen, maar met gezond verstand kom je al heel ver.”

Hun allereerste klus, het ophangen van een slimme energiemeter, zorgde voor inzicht in het verbruik van gas en stroom. Die informatie hielp vervolgens bij de keuze welke maatregelen te nemen. “Het gasblok scheelde al een kuub of vijftig aan gas per dag. Onze oude vrieskist verbruikte zo’n 500 euro per jaar, het nieuwe exemplaar kost slechts 100 euro aan stroom. Een verschil van 400 euro en dat is nog iets banaals als de ijskast. Mensen zeggen vaak, het kán allemaal niet, maar het kan dus wel.”

“Toewijding, dat is eigenlijk het belangrijkste”, zegt Hooijer. “Je kan zeggen: we laten het lopen, hier hebben we geen zin in. Dat kan dus niet meer. Het is niet de bedoeling dat het geld als rook uit de schoorsteen vliegt.” De gemeente vervulde een ondersteunende rol bij de transitie. Seele: “Zonder de gemeente hadden we waarschijnlijk gewoon doorgesukkeld. Maar we hadden ook een dusdanig goed plan dat we de gemeente konden overtuigen. Daarop konden ze geen nee zeggen.”

Op het dak staan de pronkjuwelen van de vereniging

Het huiskamergehalte van het chaletachtige clubhuis is hoog. Bestofte voetbalshirts en teamfoto’s sieren de vuilwitte muur, een paar dartborden hangen in een hoekje. Een pilaar, geschilderd in de clubkleuren wit en groen, domineert de ruimte. Uit een opberghokje haalt Hooijer een ladder om de pronk­juwelen van het project te kunnen presenteren. Dankzij de 88 zonnepanelen die sinds de zomer van 2017 op het dak van de kleedkamers kwamen, uit eigen zak betaald, zijn Witteveense Boys ’87 nu nagenoeg van het gas af.

Op de website pronkt de vereniging met de positieve gevolgen voor het milieu in de vorm van 74 geplante bomen en 22.237 kilo bespaarde CO2-uitstoot. Dat is voor de club vooral een aardige bijkomstigheid. “Veel mensen verduurzamen uit idealisme”, terwijl Hooijer uitkijkt over de naburige ijsbaan. “Opwarming van de aarde? Dat besef is er wel, maar de drijfveer om écht iets te doen, is geld. Dat is vaak zo, hè?”, grijnst hij.

Van vier ging de club naar zes lichtmasten op het hoofdveld. Door de nieuwe zonnepanelen bleven de energiekosten van de verlichting gelijk. “Alleen hebben we nu meer licht.” De weerkaatsing van de stralende zon op het nagelnieuwe kunstgrasveld voor het clubhuis verblindt. Witteveense Boys krijgt vaak complimenten voor de accommodatie. Voetballen jullie in de eerste klasse of zo, wordt vaak gevraagd.

Financieel draait de club nu ‘best redelijk’. De grootste inkomstenbronnen zijn sponsoring, contributie en de bar. Seele: “We proberen ieder jaar wat geld over te houden. Die buffer spraken we aan om te inves­teren.” 

‘Startkapitaal is vaak de hoogste drempel, je dus wel een goed verhaal hebben’

Niet elke amateurvereniging beschikt over zulke middelen. De huidige stop op alle activiteiten levert nog eens extra financiële problemen op, die clubs niet zomaar te boven zijn. Uit onderzoek bleek eerder al dat 33 procent van de amateurverenigingen in Nederland geen investeringsgeld meer heeft. De KNVB ziet heil in De Groene Club, een initiatief om voor verduurzaming, maar daarvoor moeten clubs dan wel hun eigen vermogen aanspreken, zegt Seele. “En ja, het startkapitaal is vaak de hoogste drempel. Het is een hele stap om te investeren, zo’n hap uit je budget, dat je daar binnen je club een goed verhaal voor moet hebben. Niet iedereen weet wat een lucht-waterpomp is. Bij ons wist de helft vier jaar terug ook niet waarover het ging.”

Hooijer: “Het is onwetendheid, men is onbekend met het onderwerp”. Het is die onwetendheid die het duo bij andere clubs wil aanpakken met het delen van kennis en ervaring. Seele en Hooijer organiseren bij clubs in de regio regelmatig informatieavonden. Je ziet ze knikken in reactie op ons verhaal, zegt Seele. “Maar de meeste clubs pakken niet door.”

Van de tien voetbalclubs die Midden-Drenthe telt, was Witteveense Boys de eerste die het zo deed. “De meeste clubs wachten vooral op het initiatief van de gemeente”, zegt Hooijer. “Maar daar moet je niet op wachten. Wij profiteren inmiddels al jaren profiteren van onze investering.”

Seele: “Sommige clubs komen nu pas met plannen, maar voor je het weet ben je zo weer vier, vijf jaar ­verder. In de tussentijd hebben wij dus al vier tot vijf keer 7000 euro ­bespaard.”

Hij draait een kwartslag en wijst op de prijslijst voor de bar, die onder een paar houten klompen met lege bierflesjes hangt. Hij heeft een omineuze boodschap voor verenigingen met zo’n afwachtende houding: “Dan drink je geen bier meer voor een euro. Of de contributie wordt hoger, en dat vinden de leden ook niet leuk. Maar ja, je moet het geld ergens halen.”

Ted van Haren, bestuurslid vv Sparta Nijkerk

“Voor zonnepanelen ben je als amateurclub afhankelijk van sub­sidie. Daarin worden we begeleid door een bureau. Want het is een grote administratieve onderneming: de berekening van het financiële plaatje en de terugverdientijd en de regelgeving. Ondanks de forse investering voel je de voordelen niet meteen. Bovendien ben je afhankelijk van politiek beleid, en dat verandert voortdurend. Je hebt vaak een horizon van een jaar of vijf en continuïteit is belangrijk. Tegelijk leef je in de waan van de dag. Een club vergroent vaak pas op een natuurlijk moment, in de marge, als de accommodatie aan vervanging toe is.”

Jan Peereboom, voorzitter SV Marken

“Met hulp van De Groene Club van de KNVB inventariseren we wat er kan worden verbeterd op het vlak van duurzaamheid. Daarover krijg je een rapport. Waarom verduurzamen? Het is gewoon de trend. Als voetbalvereniging moeten we ook acte de présence geven. Stichting Coöperatie Windenergie Waterland hielp ons bij het aanleggen van zonnepanelen. Als we grote veranderingen aanbrengen in onze infrastructuur, kijken we hoe het zo duurzaam mogelijk kan. Je moet ook de middelen hebben en ervoor openstaan. Wij zetten geld opzij. De motivatie? De kosten drukken: minder voor gas, water en elektriciteit betalen.”

Lees ook:

Met ledverlichting kunnen clubs veel geld besparen

Investeren in nieuwe verlichting is voor veel sportclubs nog een drempel. Ze investeren liever in hun sport en kijken vooral naar de terugverdientijd.

De grote massa meekrijgen in denken over duurzaamheid in sport

Deel 1 van deze serie: ‘In een circulaire economie is ook sport belangrijk.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden