Sportboek Basta

Van Basten spaart niemand en zichzelf al helemaal niet

Marco van Basten als bondscoach van Oranje in 2006. Beeld anp

De persoon achter de grote voetballer blijkt een man met tegenstrijdige karaktertrekken. ‘Ik was een gewond dier.’

Voor wie oud-voetballer Marco van Basten deze weken in de media voorbij zag schieten, na zijn onthutsende Sieg Heil-afgang als analist bij Fox en ter promotie van ‘Basta’, zijn autobiografie, is het haast onvoorstelbaar dat Nederlands beste aanvaller jaren leefde als een kluizenaar. De man die in 1988 Oranje naar de enige hoofdprijs schoot, was na vijf schitterende voetbaljaren geveld door een slepende enkelblessure. De geestelijke pijn was na 1993 onverdraagbaar.

Basta – geschreven door journalist Edwin Schoon – is een bijzonder boek geworden. Niet alleen lezen we voor het eerst hoe Van Basten zelf denkt over zijn jeugd in Utrecht, de grote successen, zijn relatie met Johan Cruijff, het bondscoachschap en zijn angst- en paniekaanvallen tijdens de trainersloopbaan. We zien vooral in het tweede deel van het boek dat Van Basten een persoon wordt, iemand met tegenstrijdige karaktertrekken, een man ook die radeloos was, depressief, agressief, wanhopig. “Ik was een gewond dier.”

Gouden jaren bij AC Milan met Gullit en Rijkaard

De eerste pakweg honderd pagina’s zijn aardig. Er ontbreekt in het begin vooral emotie. De gouden jaren bij AC Milan, met Ruud Gullit en Frank Rijkaard, komen er wat karig vanaf. Over Gullit en Rijkaard laat hij zich nauwelijks uit. Van Basten heeft moeite zijn gevoel over te brengen, waardoor je nooit ergens écht ‘dichtbij’ bent.

Hetzelfde kun je zeggen van het EK dat Oranje wint, mede dankzij zijn vijf legendarische treffers, tegen Engeland, West-Duitsland en de Sovjet-Unie. Het is vertellen, nog geen schrijven. Te fragmentarisch, te veel: hap-slik-weg, even snel en door, volgende stuk. Je vraagt je af of Van Basten nog een persoon wordt of slechts de verteller van zijn verhaal blijft.

Marco van Basten na de gewonnen EK-finale van 1988 tegen de Sovjet-Unie, waarin hij de weergaloze 2-0 scoorde. Beeld ANP

Gelukkig verandert dat helemaal in het derde deel van het boek, ‘De Enkel’. Vanaf dat moment is het moeilijk weg te leggen. Omdat Van Basten zich tijdens de revalidatie en de jaren erna zo heeft verscholen, ervaar je nu pas de strijd die hij heeft geleverd. De onwaarschijnlijke gang langs genezers, goeroes, handopleggers, healers, chirurgen, masseurs en psychologen; de martelingen van een door een Rus bedachte constructie die zijn botten uit elkaar moest zien te trekken om kraakbeen te laten herstellen, de slapeloze nachten (“Ik heb last van mezelf”) en de uiteindelijke opluchting na het afscheid in zijn stadion (in 1995), San Siro in Milaan, mooi beschreven door Schoon.

Druk en twijfel

Dan zijn er nog de financiële problemen met de Italiaanse fiscus (een aanslag van 32,8 miljoen), het verdampen van 10 miljoen aan beleggingen en de daaropvolgende keus bondscoach (2004-2008) te worden, omdat Johan Cruijff zegt dat hij dat kan (“Ik liet me meeslepen”), omdat hij het salaris goed kan gebruiken en de daarbij ontluikende angst. Van Basten blijkt niet opgewassen tegen de druk en de twijfel en constateert na contracten bij SC Heerenveen en AZ dat hij niet geschikt is voor het trainersvak. Een onwaarschijnlijke scène is de botsing met Cruijff tijdens de Ajax-revolutie als Van Basten er wel brood in ziet directeur voetbalzaken/algemeen directeur te worden van Ajax, maar Cruijjf erachter komt dat zijn oogappel ook heil ziet in de plannen van Steven ten Have, voor Cruijff een niet-voetballer en dus ongeschikt om ook maar iets te mogen beslissen bij Ajax. Het treffen aan de voordeur met Cruijffs vrouw Danny (“Nou, als jij daar zo van overtuigd bent, ben je hier niet meer welkom. Dan kun je beter gaan”) doet denken aan de betere maffiafilms.

Pijnlijk mooi

Pijnlijk zijn ook Van Bastens observaties over zijn familie. Hij oordeelt hard over de rol die zijn dominante vader heeft gespeeld (hij richtte zich op Marco en liet zijn oudere kinderen tamelijk links liggen) en probeert zijn moeder te begrijpen, die bekneld zat in een stug huwelijk, een zelfmoordpoging deed en na een herseninfarct geheugenproblemen kreeg en in verzorgingshuizen belandde. Pijnlijk mooi is de scène waarin Van Basten zijn jongenskamer leeghaalt en veel van de herinneringen die zijn vader had verzameld bij het grofvuil zet. “Dat kamertje is in die bijna dertig jaar sinds mijn vertrek verworden tot iets waar ik vanaf wil. Een soort grafzerk van een verdwenen voetballer (...) Ik ben vastberaden. Ik flikker alles weg (...) Met handen vol gaat alles in de blauwe zakken (...) Het leven gaat door. Een enorme opluchting overvalt me, terwijl ik drie zakken tegelijk naar de voordeur sjouw.”

Van Basten spaart niemand in zijn boek, ook zichzelf niet. Tegen het einde zegt hij dat hij mentale problemen kreeg door te zijn “vastgelopen in mijn streven naar rijkdom en roem, met die enkel als obstakel”. Zijn genadeloze zelfoordeel en harde analyse van de voetbalwereld waarin hij zich begaf, maakt Basta een van de beste Nederlandse sportboeken van de laatste vijf jaar.

Edwin Schoon / Basta - Marco Van Basten - (Uitgeverij: Lebowski (352 blz, 21,99) 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden