Paralympische sport

Vals spel in het parazwemmen: ‘Ik moest het afleggen tegen iemand die niets mankeert’

De gestopte paralympische zwemmers Thijs van den End (links) en Simon Boer, in zwembad Amerena Amersfoort.Beeld Bram Petraeus

In een wereld zonder Covid-19 waren deze week in Tokio de Paralympische Spelen begonnen. Voor de zwemmers Thijs van den End en Simon Boer betekende het jaar uitstel van dat evenement het einde van hun carrière. Eindelijk kunnen ze nu vrijuit praten over de misstanden in de gehandicaptensport.

Tot een half jaar geleden was het zelfs geen moment in hem opgekomen uit de school te klappen. En dus voelt Simon Boer, sinds enkele maanden paralympisch zwemmer in ruste, zich deze middag nog altijd ‘enigszins ongemakkelijk’. Na veel te lang te hebben gezwegen praat hij eindelijk vrijuit over de volgens hem grove misstanden in het parazwemmen. “Het wielrennen heeft doping. Wij hebben fraude bij classificaties.”

De 25-jarige Boer, die werd geboren zonder hiel- en kuitbeen en daarom op vroege leeftijd een amputatie aan beide onderbenen onderging, had jarenlang geen andere keuze dan zijn mond te houden. Hetzelfde geldt voor Thijs van den End (26), zijn voormalige teamgenoot van de nationale paralympische zwemploeg die eveneens naar voren is gestapt nu ook zijn carrière erop zit.

“Als ik dit probleem had aangekaart toen ik nog zwom, had het ongetwijfeld mijn carrière geschaad”, zegt Boer. “Dit ligt namelijk supergevoelig. Nu ik vrijuit kan praten, wil ik laten zien wat er in werkelijkheid gebeurt achter die fraaie façade van de paralympische sportwereld. Want zo idyllisch als het allemaal lijkt is het allang niet meer.”

Het jaar uitstel van de Paralympische Spelen in Tokio betekende voor beiden dit voorjaar vroegtijdig afstel. Nog eens twaalf maanden alles opzij zetten om in augustus 2021 misschien aan te kunnen treden op het paralympisch zwemtoernooi was te veel gevraagd. Boer geeft prioriteit aan zijn nieuwe baan, Van den End kiest voor zijn studie. De groeiende onvrede over de malversaties in het paralympische zwemmen werkte bij die keuze als katalysator, zegt Boer.

 Iemand met dwerggroei kan racen tegen een atleet met een dwarslaesie

Classificaties. Het is het woord waar het in de loopbaan van zowel Boer als Van den End te vaak om draaide. Deze paralympische doping, zoals het in het parazwemmen ook wel bekend staat, komt voort uit de complexiteit van topsport voor mensen met een lichamelijke beperking. In het zwemmen worden atleten op basis van hun handicap ingedeeld in klassen oplopend van S1 tot S10. Hoe lager het nummer, hoe zwaarder de handicap. Binnen die klassen kunnen atleten met verschillende beperkingen tegen elkaar aantreden. Zo kan iemand met dwerggroei bijvoorbeeld racen tegen een atleet met een dwarslaesie.

Het is atleten er veel aan gelegen te worden ingedeeld in een (te) lage categorie. Zo kan tijdens grote internationale titeltoernooien als EK’s, WK’s en Paralympische Spelen legitiem worden aangetreden tegen opponenten die er lichamelijk gezien slechter aan toe zijn. Achterliggende gedachte: hoe zwakker de tegenstand, hoe groter de kans op goud.

Bij de indeling in categorieën hanteert World Para Swimming, de overkoepelende mondiale bond, vijf criteria. Mate van amputatie, spierkracht en buigzaamheid van ledematen, bevindingen van eigen lichamelijk onderzoek, gegevens uit medische dossiers die atleten overleggen en de uitkomst van testen in het zwembad.

Volgens Boer en Van den End is het bestaansrecht van het parazwemmen in gevaar nu steeds vaker aan het licht komt dat zwemmers bij meetmomenten veinzen ernstiger gehandicapt te zijn dan in werkelijkheid het geval is. Daarnaast komt het voor dat atleten louter op basis van zelf aangeleverde medische dossiers worden ingedeeld, zonder dat die rapporten nader worden bestudeerd. “Of tegenstanders die normaliter gewoon lopend naar het zwembad komen melden zich bij de classificatie ineens op krukken”, zegt Boer. “Dan weet ik genoeg.”

Verslechteren van de fysieke gesteldheid

Een andere beproefde methode om bij de classificatie met opzet te laag te worden ingedeeld is het tijdelijk verslechteren van de fysieke gesteldheid, zegt Van den End. “Atleten met een hersenbeschadiging stappen vlak voordat ze gekeurd worden onder een ijskoude douche, zodat ze minder spierkracht hebben. Of ze gaan voor de keuring snel nog even tien kilometer hardlopen, zodat ze zo moe zijn dat ze bijna niets meer kunnen.”

Intimidaties vinden volgens Boer eveneens plaats. “Coaches en andere begeleiders dreigen met advocaten wanneer de classifier een atleet naar hun mening in een te hoge categorie indeelt. Dit is inherent aan de enorme vlucht die de paralympische sport heeft genomen. Het is big ­business. En waar geld een rol speelt, worden nu eenmaal vuile spelletjes gespeeld.” Hij doelt op het feit dat de paralympische sporters steeds aantrekkelijker worden voor bijvoorbeeld sponsors.

‘De oplossing is simpel. Laat de keuringen uitvoeren door onafhankelijke medici.’Beeld Bram Petraeus

Het wordt atleten al jaren te gemakkelijk gemaakt om de zaak te flessen, menen Boer en Van den End. De keuring geschiedt door goedwillende vrijwilligers zonder medische achtergrond die op basis van reis- en verblijfskosten en tegen een schamele dagvergoeding hun werkzaamheden verrichten. Meer dan eens staan ze tegenover teamartsen die het wat minder nauw nemen met de eed van Hippocrates. Eensluidend: “De oplossing is simpel. Laat de keuringen uitvoeren door onafhankelijke medici. Ook dan zal de classificatie niet 100 procent eerlijk zijn. Niemand heeft nu eenmaal dezelfde beperking. Het speelveld wordt dan wel gelijkwaardiger.”

Aanleg is inmiddels van ondergeschikt belang in de race naar onvergankelijke paralympische roem. Boer: “In het parazwemmen wordt 70 procent van de prestatie bepaald door de uitkomst van de classificatie en gaat het voor de overige 30 procent om trainen en talent. Dat kan nooit de bedoeling zijn.” Op deze manier, zegt hij, wordt voorbijgegaan aan de essentie van sport. “Bij valide sporters wordt gekeken naar wat je wél kunt, bij paralympiërs draait het om wat je níet kunt. Het loont om met een zo dik mogelijk medisch dossier naar de keuring te komen.”

Fraude in de paralympische sport kwam vaker aan het licht. Zo werd de complete Spaanse ploeg na de Spelen van 2000 in Sydney alsnog gediskwalificeerd nadat basketballer Carlos Ribagorda verklaarde dat van de in totaal tweehonderd atleten er vijftien geen lichamelijke of geestelijke handicap hadden en niemand uit de delegatie welke test dan ook had ondergaan. Nu er steeds meer aandacht is voor de Paralympische Spelen – Rio 2016 trok wereldwijd 4,1 miljard televisiekijkers, een verdubbeling van de cijfers ten opzichte van Athene 2004 – komen misstanden volgens Van den End als vanzelf meer aan de oppervlakte. “Vroeger verdwenen misstanden in de doofpot, nu wordt er steeds meer over gesproken. Dat laat zien dat we er eindelijk toe doen.”

Vals spel speelt volgens de twee vooral in het paralympisch zwemmen. In die sport zijn atleten niet afhankelijk van hulpmiddelen. Boer: “Rolstoelbasketballers en -tennissers zitten allemaal in een stoel, zitvolleyballers blijven allemaal op de grond zitten. Voor hen zijn de omstandigheden te allen tijde gelijk. En in de atletiek gaat het voornamelijk om blades. Daar wordt hooguit gekeken naar de afstelling van de ­vering.”

Ten onder aan vals spel

Boer en Van den End staan in de zwemwereld niet alleen met hun kritiek. Zo uitten ook Cis Knols, de enige classifier die Nederland kent, en voormalig bondscoach parazwemmen Mark Faber hun zorgen over het toenemend aantal malversaties. In maart van dit jaar luidde de Amerikaanse zwemster Jessica Long, met haar twaalf gouden medailles het paralympisch equivalent van Michael Phelps, in het toonaangevende tijdschrift Sports Illustrated de noodklok. Ze zei het niet langer aan te kunnen zien hoe haar sport ten onder gaat aan vals spel.

Omwille van de privacy mogen medische dossiers van atleten niet openbaar worden gemaakt. Dus doet Boer op zijn beurt maar een beroep op het gezonde verstand. Hij haalt een smartphone uit zijn broekzak en laat voor de zoveelste keer beelden zien van de olympische finale op de 100 meter schoolslag (SB7) in Rio de Janeiro, waarin hij op 0,1 seconde naast het brons grijpt.

Gedrongen atleet die op het eerste oog niets mankeert

Vier jaar na dato strijden boosheid en verwondering nog altijd om voorrang. Kijk hier, zegt hij terwijl hij wijst op de Colombiaan Carlos Serrano Zarate. Op het scherm is een gedrongen atleet van zo’n 1,60 meter te zien die op het eerste oog niets mankeert. Overigens is daar geen hard bewijs voor. Het wekt dan ook geen enkele verbazing dat deze kleine spierbundel met een straatlengte voorsprong wint van tegenstanders die (deels) geamputeerde ledematen hebben of, zoals in twee gevallen, zelfs beide armen missen. Cynisch: “Leuk hè, zwemmen?”

Je kunt Zarate niet verwijten dat hij goed is, zegt tweevoudig Europees kampioen Boer. “Je kunt het systeem wel aanrekenen dat hij de kans krijgt om in deze olympische finale uit te komen, waarin de rest van het veld wél aan elkaar gewaagd is. Ik heb zeven jaar van mijn leven alles gegeven voor het zwemmen. En dan moet ik het in de allerbelangrijkste race van mijn leven afleggen tegen iemand waar niets aan mankeert.”

Rugslagspecialist Van den End had in de categorie S9, de standaardklasse voor zwemmers met een enkele beenamputatie, tijdens internationale toernooien te maken met

de Italiaan Simone Barlaam. Waar Van den Ends linkerbeen op 12-jarige leeftijd vanwege een tumor tot twintig centimeter boven zijn knie moest worden geamputeerd, heeft Barlaam twee benen. “Het ene is weliswaar aanzienlijk korter dan het andere, hij heeft wel twee voeten. En dat is tamelijk essentieel voor een zwemmer. Op basis van zijn beperkte handicap hoort hij in de lichtste klasse S10 thuis.”

Hoe het kan dat Barlaam toch in een klasse lager uitkomt, laat zich volgens Van den End raden. Atleten uit toonaangevende paralympische landen als Oekraïne, Groot-Brittannië en Italië worden wel vaker verkeerd ingedeeld, klinkt het veelzeggend. “De classificaties zijn volstrekt subjectief. Carrières worden gemaakt of gebroken door de willekeur van een vrijwilliger. Het ontbreekt ook aan represailles. Wie tegen de lamp loopt met malversaties tijdens een classificatie, komt weg met een waarschuwing. Ik snap het dan wel dat mensen misbruik van de situatie maken wanneer het ze zo gemakkelijk wordt gemaakt om de kluit te ­belazeren. Al hebben wij als Nederlands team ons daar nooit aan be­zondigd.”

‘Goud? Als je met goud zilver bedoelt: ja.’

Ondertussen woekert volgens Boer in het zwembad het sarcasme. “Als mij voor een toernooi gevraagd werd of ik voor goud ging, had ik mijn antwoord al klaar. ‘Als je met goud zilver bedoelt: ja.’ Ambities moeten worden bijgesteld omdat er geen eerlijke concurrentie is.”

Het parazwemmen bevindt zich op een hellend vlak, waarschuwt hij. “Het is te triest voor woorden dat je als oprechte atleet zo’n beetje gedwongen wordt om mee te gaan in deze fraude. Als je niet aanhaakt, ben je vrijwel zeker de pineut.”

KNZB: Keuren moet beter

André Cats, technisch directeur van zwembond KNZB en chef de mission tijdens de Paralympische Spelen van Vancouver 2010, Londen 2012, Sochi 2014 en Rio 2016, kan zich de frustratie van Simon Boer en Thijs van den End goed voorstellen. Hij is al enkele jaren in gesprek met het Internationaal Paralympisch Comité en World Para Swimming om de misstanden tijdens de classificaties aan de kaak te stellen.

‘’De paralympische sport heeft zich zo ontwikkeld dat het zich kan meten met de valide topsport. Het probleem is alleen dat het systeem van de classificaties in vijftig jaar tijd niet wezenlijk is veranderd.

‘’De handelwijze van World Para Swimming is ouderwets en niet adequaat. Na kritiek tijdens de Spelen van Rio 2016 zijn alle zwemmers wereldwijd opnieuw geclassificeerd. Omdat daarbij de al jaren geldende methode en criteria werden gehanteerd, leverde dat niets op. Het is om hopeloos van te worden. Wij bepleiten al ­geruime tijd atleten in goed geoutilleerde testcentra te classificeren, in plaats van ze rond een toernooi een half uurtje te keuren. Op die manier werk je ­namelijk misinterpre­tatie van handicaps in de hand.’’

World Para Swimming en het overkoepelende World Para Sports (dat onder het Interna­tionaal Paralympisch Comité valt) reageerden niet op ­verzoeken om een reactie.

Lees ook:

In sportethisch opzicht is een spelbreker erger dan een valsspeler

In 2018 werd België opgeschrikt door  verdenkingen van matchfixing in het voetbal. Houdt sportief bedrog dan nooit op? Neemt het aantal misstanden toe?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden