AnalyseSchaatsen

Uitglijders op het ijs worden uitzondering

Ronald Mulder ging in zijn rit tegen Lennart Velema onderuit op de NK Sprint, twee weken geleden in Heerenveen. Beeld Hollandse Hoogte / Soenar Chamid sportfotografie

Schaatsers worden nog steeds sneller, maar het aantal valpartijen neemt gek genoeg af. Voor een groot deel komt dat door beter geprepareerde schaatsen.

Het was vorig jaar begin maart in het Canadese Calgary en het Amerikaanse Salt Lake City een opvallende vaststelling. In een na-olympisch jaar, toch meestal een schaatswinter waarin niet iedereen messcherp in vorm is, reed Kjeld Nuis naar twee bijzonder scherpe wereldrecords. En niet alleen hij. In de Noord-Amerikaanse schaatsweek werden zeven van de tien wereldrecords uit de boeken gereden. Vier bij de vrouwen, drie bij de mannen. 

De ontwikkeling zet zich dit jaar waarschijnlijk door. Op het razendsnelle ijs van Calgary dit weekend en volgende week bij de WK afstanden in Salt Lake City is de kans op minimaal één wereldrecord levensgroot.

Maar de schaatsers worden niet alleen sneller, ze maken ook steeds minder grote fouten. Zelfs met de hogere snelheden zijn valpartijen schaarser geworden. Vooral sprinters houden de bocht steeds beter en knallen niet vaak meer spectaculair tegen de boarding omdat ze niet opgewassen waren tegen de enorme druk op hun schaatsen en hun ijzers niet meer stabiel konden houden. 

Bloedspoor op het ijs van Calgary

De Noor Grunde Njos die op de Spelen van 1998 Erben Wennemars’ kans op een olympische plak omver gleed, of Gerard van Velde, die op de WK sprint in 2005 een bloedspoor achterliet op het ijs in Calgary: ze krijgen, gelukkig, weinig navolging.

Exacte cijfers over glijpartijen zijn er niet, maar onderzoeksbureau Gracenote keek voor Trouw wel naar het aantal DNF’s (Did Not Finish) in schaatsresultaten van internationale wedstrijden tussen 2010 en 2020. Enig voorbehoud: dat kan ook betekenen dat iemand een blessure opliep tijdens een wedstrijd en dus niet viel.

Het aantal DNF’s komt in al die jaren nooit boven de acht per jaar uit. Maar wat wel opvallend is, is dat valpartijen de laatste jaren vooral plaatsvinden tijdens de teamsprint of de massastart. Dit seizoen is tijdens individuele races tijdens de wereldbekerwedstrijden en het Europees kampioenschap nog geen enkele schaatser gevallen. Wel ging er al zes keer iemand onderuit tijdens een teamonderdeel.

Op Nederlandse toernooien vielen dit seizoen wel al vijf schaatsers, met Ronald Mulder op de NK sprint twee weken geleden als duidelijkste voorbeeld. Toch overheerst een breed gedeeld idee dat het schaatsen verfijnder is geworden. Mark Tuitert, voormalig olympisch kampioen en nu analist bij de NOS, wil namelijk nog wel iets toevoegen. Valpartijen alleen zeggen volgens hem niet alles. Er zijn ook minder misslagen te zien.

Nieuwe lastechniek

Tuitert, die overigens in de DNF-lijst van Gracenote drie keer voorkomt, heeft wel een reden voor het grotere aantal vlekkeloze ritten. Veel heeft te maken met de manier waarop het mes van de schaats is gelast. Tuitert: “Wij reden op schaatsen die waren gepuntlast. Het lemmet en de buis waren op kleine puntjes gelast. Dat gaf een springerig gevoel. Inmiddels is er de laserlas, waardoor het lemmet over de hele lengte is vastgezet. Dat is evident beter. Je kan je kracht veel beter kwijt en een schaatser kan veel makkelijker de bocht houden.”

Ronald van der Ing, de ‘schaatsdokter’ voor veel topschaatsers wat materiaal betreft (Sven Kramer liet Van der Ing soms invliegen), is ervan overtuigd dat een betere schaats de foutenlast danig heeft teruggedrongen. “Ik ben met topschaatsers begonnen rond de Spelen van Turijn in 2006. Als een auto die geen grip heeft, gleden de schaatsers toen nog door de bocht.”

Van der Ing: “Er werd gezegd dat het door de klapschaats kwam, maar dat was onzin: de ronding en buiging van de ijzers klopten gewoon niet. Toen we vroeger met Sven Kramer ijzers uitzochten, haalden we dertig paar op. Met allerlei meetapparatuur keken we welke het best paste bij die we wilden hebben. Er bleef dan één paar over, ongeveer.”

Zelf noemt Van der Ing 2014 als belangrijk jaar in de ontwikkeling van de schaats. “Van 2006 tot 2010 ben ik bezig geweest om de schaatsen egaler te maken. Tussen 2010 en 2014 ben ik bezig geweest met de settings. En vanaf dat jaar konden schaatsers rijden op de afstellingen die ik ideaal vond.”

Tot die tijd was het bijna onmogelijk om goed te trainen, aldus Van der Ing: “Slechte ijzers leidden tot wisselende druk voor een schaatser. Van veel druk naar weinig druk, waardoor met het lichaam moest worden gecorrigeerd. Dat leidde tot een ingeslepen verkeerde schaatshouding. Goed trainen was onmogelijk.”

Uitbuiken als er druk komt

Overstappen op nieuw materiaal is eng in een conservatieve wereld, en het duurt normaal gesproken lang voor iemand is gewend aan nieuwe afstellingen. Soms werkt het ook helemaal niet: Jan Smeekens zocht een hele zomer tevergeefs naar de juiste afstellingen. Maar heel star is de schaatswereld toch ook weer niet. Als iets werkt, dan gaat het gros mee. Bijna alle Nederlanders rijden nu op de ijzers van Viking. De sprinters op Sapphires, anderen op Icon.

Hiddo Visser, topman van Viking, zegt dat zijn ijzer voor veel stabiliteit zorgt. “Je zoekt in een bocht naar grip. Dat kan je doen met een buiging in het ijzer, maar daar heb je last van op het rechte stuk. De Sapphire buikt uit als er druk op komt, zoals wij dat noemen. En met minder druk, buikt het ijzer minder uit. Dat is goed voor zowel bochten als rechte stukken.” 

Veranderingen in materiaal leiden onherroepelijk ook tot een andere manier van bochten rijden. Het is een aanpassing die voor Van der Ing een vliegwiel is. “Als de schaats goed is, kan een schaatser aan techniek werken. Dan wordt hij sneller, en moet het materiaal weer worden aangepast. Dat gaat de hele tijd hand in hand.”

Want, zo zegt ook Tuitert: er spelen veel factoren mee om sneller te worden zonder fouten. De preparatie van het ijs, de gepersonaliseerde trainingsvormen, voedingsadviezen. Maar ook dus de manier waarop naar bijvoorbeeld de bocht als onderdeel van een race wordt gekeken.

De ideale techniek is nog onderwerp van onderzoek. Jeroen van der Eb, verbonden aan de Universiteit Leiden, werkt samen met de Vrije Universiteit en Viking aan de ‘meetschaats’, waarmee allerlei sensoren krachten meten die door de schaatser worden uitgeoefend. Hij meet onder meer bij Jumbo-Visma. “Ik zie bijvoorbeeld dat sprinters heel anders afzetten dan in alle literatuur staat. Wat doen ze anders, hoe kunnen we dat inzichtelijk maken? Daar zoeken we naar.”

Schaatsen wordt steeds meer Formule 1

Van der Eb: “We hebben met Jac Orie een test gedaan met windturbines in Thialf. Als schaatsers niet nadenken, rijden ze de bocht op hoge snelheid eenvoudig. Maar met wind in de rug kunnen ze dat opeens niet. We onderzoeken hoe dat komt.”

Kai Verbij, wereldkampioen op de 1000 meter, is continu bezig met het verfijnen van zijn techniek en zijn raceplan. “We beginnen nu snelheden te halen waarop daarmee bezig zijn een verplichting is. Schaatsen wordt steeds meer Formule 1. De limiet van wat ons lichaam aankan, komt dichtbij.”

De benadering van een bocht is bij Verbij veranderd. Hij tekent de ideale lijn uit. “We neigen nu naar later insturen om de apex van de bocht zo lang mogelijk uit te stellen. Dat is het kritieke moment in de bocht, waar je met de ideale lijn de binnenkant van de bocht raakt. Pas op dat moment weet je of je jezelf nog in de bocht kan blijven drukken, of dat je eruit vliegt.”

De techniek zorgt er ook voor dat de schaatsers van tegenwoordig meer uit hun bocht kunnen halen, aldus Tuitert. “In mijn tijd was een snelle binnenbocht vooral overleven. Nu is het mogelijk om hard door te trappen.”

Dai Dai Ntab reed afgelopen december in Thialf al een keer 61,8 kilometer per uur door de laatste binnenbocht tijdens een 500 meter. Nooit reed hij naar eigen zeggen sneller. Hij waaierde ver de bocht uit, maar had wel een gevoel dat hij stabiel rondreed. Als gevolg van stabiliteit is zijn techniek ook anders geworden, zegt hij. “Ik reed altijd een bocht als een shorttracker. Terwijl het toch langebaan is. Als je terugkijkt, hield ik me in in de bocht. Een shorttracker wacht ook tot eind van de bocht om te versnellen. Nu kan ik vrijer bewegen en ga ik sneller.”

Lees ook: de schaatsploeg slijpt de messen voor goud

Schaatsen is werken op de millimeter: het verschil tussen winnen of een val in de kussens. Sven Kramer laat zelfs een materiaalman invliegen. Een verhaal over de schaats, zoals dat in Trouw stond voorafgaand aan de Spelen in Pyeongchang.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden