Wetenschappelijk onderzoek

Turnen onder het vergrootglas: hoe ziek is de sport?

Turnster in actie op het onderdeel balk.  Beeld ANP
Turnster in actie op het onderdeel balk.Beeld ANP

Vandaag worden de resultaten bekend van een langverwacht wetenschappelijk onderzoek naar de aard en omvang van grensoverschrijdend gedrag binnen de Nederlandse turnsport. Welke vragen schreeuwen om een antwoord?

Sporten is gezond. Maar turnen ook? Die vraag dringt zich op na de ontelbare misstanden in gymzalen die wereldwijd zijn gemeld. Is het toeval dat juist die beerput opengaat, in een tijdperk waarin sporters steeds mondiger worden en de MeToo-beweging slachtoffers sterkt om over misbruik en mishandelingen te praten? Of is dit dé beerput van de sport? Is turnen extra kwetsbaar voor wanpraktijken?

Toen in de zomer tientallen Nederlandse oud-turnsters zich bij het internationale koor van slachtoffers aansloten, werd er een wetenschappelijk onderzoek gestart naar de aard en omvang van grensoverschrijdend gedrag binnen de nationale gym­sport, en de aanpak hiervan. Vandaag worden de uitkomsten gepresenteerd.

Loes Linders weet wel wat haar sport uniek maakt. Ze heeft het aan den lijve ondervonden. “De trainers en de turncultuur hebben mij een identiteit opgelegd”, verklaart de oud-international, die zestien jaar geleden op de Europese kampioenschappen in meerdere finales stond. “Omdat dat gebeurde tijdens de puberteit, heb ik nooit kunnen ontdekken wie ik ben. Ik heb mijn eigen persoonlijkheid niet kunnen ontwikkelen. Dat maakt turnen ook zo anders dan andere sporten. Een voetballer staat niet dertig uur op het veld als hij twaalf is. Ik denk dat veel topsportwerelden verrot zijn, maar daar ben je beter tegen opgewassen als je een min of meer normale jeugd hebt gehad. Dan kun je ook beter de afweging maken: wil ik dit wel?”

Raakt het alleen de topsport?

Het is een van de vragen die schreeuwen om een antwoord: wat maakt de heersende turncultuur zo kwalijk? Volgens de laatste cijfers die de Koninklijke Nederlandse Gymnastiek Unie (KNGU) heeft verstrekt, zijn er sinds de zomer 157 mensen beschuldigd van misstanden. Gezien dat aantal lijkt het geen voorbarige conclusie om te stellen dat er structureel iets mis is. Maar hoe ziek is de sport precies? Raakt het alleen de topsport of ook de breedtesport? En speelt het in het mannenturnen?

Er wordt al maandenlang reikhalzend uitgekeken naar dit rapport. Niet in de laatste plaats omdat de KNGU en het ministerie van volksgezondheid, welzijn en sport in de communicatie naar slachtoffers meermaals hebben aangegeven met beleid te wachten tot de uitkomsten bekend zijn.

Hoofdonderzoeker Marjan Olfers, hoogleraar sport en recht aan de VU, heeft zich de afgelopen acht maanden één keer uitgelaten over het onderwerp van haar studie, tijdens een rondetafelgesprek in de Tweede Kamer. “Turnen is een gevaarlijke sport, waarbij zeer jonge meisjes die veel trainingsuren maken continu worden uitgedaagd om angst – bijvoorbeeld om te vallen – te overwinnen. De afhankelijkheid van de trainer is zeer groot. Dat er daarbij gewerkt wordt met uitgangswaardes van oefeningen waarna puntenaftrek volgt, voedt ook bepaald gedrag.”

Achter de gesloten deuren van de trainingszalen

Toen de affaire in Nederland losbarstte, stelde de KNGU al snel dat ‘het huidige systeem niet langer kan voortbestaan en door de pedagogische wasstraat moet’. Maar waarom nu pas? Er waren al veel eerder signalen dat het welzijn van de sporter niet centraal staat achter de gesloten deuren van de trainingszalen.

Zo werd er tussen 2006 en 2008 nota bene op verzoek van de KNGU door NOC-NSF een onderzoek uitgevoerd naar de zogeheten steunpunten van de turnbond, de vier plekken waar de grootste talenten op dat moment trainden. Onderwerp was ‘de pedagogische en ontwikkelingspsychologische aspecten van de talentontwikkeling binnen het damesturnen’. Het eindrapport is in een la verdwenen en nooit openbaar gemaakt.

Arnold Witjes, destijds bestuurslid van steunpunt Topturnen Oost Nederland (TON) en vader van slachtoffer Petra, doet afgelopen november – als de Tweede Kamer zich met de turnaffaire bemoeit – nogmaals een oproep aan de KNGU om de uitkomsten na twaalf jaar eindelijk te delen. Hij stelt: “Dat de KNGU (met NOC-NSF) geen gevolg heeft gegeven aan de bevindingen en adviezen uit het eindrapport, heeft er in grote mate aan bijgedragen dat een angstcultuur en machtsmisbruik nog vele jaren konden voortduren binnen het topturnen in Nederland.”

Sportprestaties en kinderwelzijn

Onlangs heeft NRC Handelsblad het rapport over TON ingezien, de plek waar trainer Vincent Wevers de scepter zwaaide. Een duidelijke conclusie luidt: ‘Het streven naar sportprestaties en kinderwelzijn is bij de club niet in evenwicht’.

Wie goed had geluisterd naar oud-turnsters wist al dat de balans zoek was tussen enerzijds de jacht op sportief succes en anderzijds het bewaken van een veilig en positief leerklimaat. Want hoewel er pas deze zomer massaal misstanden gemeld werden, waren er al eerder klokkenluiders.

In het tijdschrift Helden deed de gouden generatie tien jaar geleden al een boekje open over het keiharde turnregime van oud-bondscoach Frank Louter. Renske Endel, Suzanne Harmes, Verona van de Leur en Gabriëlla Wammes – de vrouwen die Nederland als turnnatie internationaal op de kaart hadden gezet – vertelden hoe zij gekleineerd werden, uitgehongerd en ‘corrigerende’ klappen kregen. Er verandert na het interview niets.

Acht jaar geleden schreven Stasja Köhler en Simone Heitinga een boek over het schrikbewind van trainer Gerrit Beltman. Hij trok meisjes aan hun haren door de zaal, sloeg en vernederde. Köhler onderstreept dat nog eens in een interview met deze krant afgelopen december. Ook overhandigt ze haar boek opnieuw aan de directie van de KNGU met de boodschap ‘kijk dit keer niet weg’. Ze hoort daarna niets meer.

Turnsters wordt geleerd dat hun mening niet telt

Dat is ook een vraag die zich opdringt: waarom heeft de KNGU al die jaren niets gedaan met de signalen? In 2015 – zeven jaar na het steunpuntenonderzoek – wilde de KNGU wederom dat het topsportklimaat in het vrouwenturnen onder de loep werd genomen. Dat resulteerde in de rapportage Turnonkruid: gemaaid maar niet gewied. Onderzoeker Froukje Smits van de Hogeschool Utrecht, stelt terugkijkend: “Uit onze analyse bleek dat turnsters wordt geleerd dat hun mening vaak niet telt en dat de coach de baas is. Dit creëert een sterke fysieke, mentale en emotionele afhankelijkheidsrelatie.” Tot noemenswaardige beleidsaanpassingen leidt ook dat rapport niet.

En nu is er dus het zogeheten Verinorm-onderzoek, gefinancierd door het ministerie. Volgens Olfers ontbrak representatief kwantitatief onderzoek. De eerdere rapporten waren gebaseerd op relatief kleine groepen geïnterviewde personen. Olfers en collega Anton van Wijk, die bij een adviesbureau werkt op het terrein van integriteit en sociale veiligheid, hebben meer dan 17.000 gymsporters benaderd om deel te nemen – leden en oud-leden van de KNGU.

Dat biedt perspectief op duidelijkheid of de misstanden vooral uit het verleden stammen, zoals de beschuldigde trainer Vincent Wevers suggereert. Begin september zegt hij in Trouw: “Er heerste vijftien jaar geleden nu eenmaal een andere cultuur in Nederland. De politieagent op straat, de onderwijzer voor de klas – allemaal deden ze het anders dan vandaag de dag het geval is. Het is duidelijk dat er in het turnen destijds anders werd getraind.”

Wanneer start je een tuchtrechtelijk onderzoek?

KNGU-directeur Marieke van der Plas, sinds 2017 in functie, hoopt door dit onderzoek handvatten te krijgen wanneer welke aanpak de juiste is. “Bij doping, matchfixing en seksueel misbruik is het heel duidelijk wanneer je in de fout gaat. Grensoverschrijdend gedrag is een grijs gebied. Wanneer start je een tuchtrechtelijk onderzoek? En wanneer probeer je het op verenigingsniveau op te lossen? Dat is een zoektocht.”

Oud-turnster Loes Linders heeft een klein beetje hoop dat dit onderzoek wél impact zal hebben. “Dat de problemen niet op een paar trainers worden afgeschoven, maar dat onderkend wordt dat het de hele cultuur betreft. Mijn grote angst blijft alleen het vervolgtraject. Wie gaat de KNGU straks controleren in het doorvoeren van veranderingen?” Ook op die vraag moet een antwoord komen.

Lees ook:

Oud-turnster Stasja Köhler blikt terug: ‘De mea culpa van coach Beltman is niet de hele waarheid’

2020 was een veelbewogen sportjaar. Trouw blikt in een serie terug. Vandaag oud-turnster Stasja Köhler.

Topsport vraagt offers. Maar is het normaal om die al van kinderen te vragen?

De schokkende verhalen deze zomer over misstanden in de Nederlandse turnwereld roepen veel vragen op. Hoeveel druk ligt er op kinderen die een topsportcarrière ambiëren? Is de prijs niet te hoog? Trouw duikt in hun dagelijkse werkelijkheid.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden