null Beeld Trouw
Beeld Trouw

ColumnMarijn de Vries

‘Trut! Kijk nu eens hoe je daar staat, in dat mooie fietspakje’

“Wat vind ik jou een ontzettende trut!” Ik kijk om me heen. Niemand achter me. De oude dame die met haar rollator de bakkerij uit komt, heeft het echt tegen mij. “Ja, jóu vind ik een trut”, zegt ze nog een keer, en ze priemt met haar vinger naar me.

Ik moet haar in opperste verwarring hebben aangekeken, want ze begint een beetje te lachen. “Kijk nu eens hoe je daar staat in dat mooie fietspakje. En hoe heerlijk het zonnetje schijnt. Je hebt vast fantastisch gefietst. Weet je wel hoe jalóers ik op je ben?”

Ze schaterlacht. En ik lach wat schaapachtig mee. Ze begint te vertellen over alle dingen die ze mist in het leven, nu ze oud is, en zichzelf met een rollator moet verplaatsen. Het is geen zelfbeklag. Het is zelfspot, keihard, doorspekt met luidop lachen. Heus, ze geniet nog wel van het leven. En de zon. Maar och, wat had ze graag nog eens een rondje gefietst op zo’n mooie snelle racefiets.

Slingerende landweggetjes

Ik moet aan haar denken als ik een dag later mijn vaste rondje Windesheim-Herxen-Heino-Laag-Zuthem-Zwolle fiets. Prachtig rondje. Over slingerende landweggetjes. Langs water. En tussen bomen door. Er rijden altijd veel wielrenners hier, en één keer per jaar komt de Ster van Zwolle er langs.

Ook langs het boerderijtje waar een andere oude vrouw woont. Een boerderijtje op de vlakte, zonder bomen eromheen. Het heeft vrij uitzicht aan alle kanten. De oude vrouw die hier woont zit vaak voor het raam. Bijna elke keer als ik het rondje fiets, zit ze daar. Soms staat ze in de tuin. Heel soms is er iemand op bezoek. Maar meestal is ze alleen. Als ze voor het raam zit en naar buiten kijkt, dan zwaai ik. Ze zwaait altijd terug.

Als ik haar huis gepasseerd ben, blijft mijn hoofd vaak bij haar. Wat voor leven zou ze hebben? In mijn gedachten kan ze niet veel meer, omdat ze zo vaak daar in diezelfde stoel zit. Zou ze naar alle wielrenners die passeren zwaaien? Zou ze in gedachten meegaan, in het wiel, naar plekken waar ze misschien al jaren niet meer komt? Ik hoop het. Want het kale land kan vooral in de winter ook aanvliegen, als de wind vrij spel heeft en om het huis giert. Dat kan heel eenzaam zijn.

Wat zou ik missen?

Hoe zijn de dagen als je ouder wordt, en het leven zich aan de andere kant van het glas voltrekt? Of achter rollatorwielen? Maak je er harde grappen over, zoals de dame bij de bakker? Of ben je tevreden achter het raam, zoals ik hoop dat de vrouw tussen Herxen en Heino is? Als je jonger bent, denk je daar niet zo over na. Ik niet, tenminste. Wat zou ik missen? Het fietsen, dat weet ik zeker. Het steeds minder goed kunnen bewegen. Maar vooral: onderdeel zijn van het leven zelf.

De verkoopsters in de bakkerij schudden hun hoofd als ik binnenstap. “Wat een figuur, hè. Die neemt je wel te pakken”, zeggen ze over de dame met de rollator. Ik lach met ze mee. Maar later denk ik: misschien is ze wel mijn voorland. Door vreemden zo aan te spreken blijf je toch een beetje onderdeel van het leven. Ruik en proef je aan de dingen die jij zelf niet meer kunt.

Ik ben blij dat ik haar zo uitgebreid over mijn fietstochten verteld heb. Misschien moet ik dat bij de vrouw in de eenzame boerderij ook maar eens gaan doen.

Journalist en voormalig profwielrenner Marijn de Vries fietst u elke maandag door het sportweekend. Lees hier eerdere columns terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden