null Beeld Trouw
Beeld Trouw

ColumnMarijn de Vries

Tom Dumoulin, word maar eens gewoon Tom

Het heeft gesneeuwd. Een dik pak bedekt Zuid-Limburg. In een dorp aan de voet van de Sint Pietersberg pakt Tom Dumoulin zijn mountainbike. Hij gespt zijn helm dicht en zet zijn fietsbril op zijn door de Spaanse zon gebruinde neus. Hij is net thuis. Heeft geen lange nacht geslapen, maar de sneeuw roept. De lucht knispert. Hij steekt de Maas over. Richting Sint Geertruid rijdt hij, maar voor hij het dorp bereikt, draait hij het Savelsbos in.

De sneeuw plakt aan de takken. Nog niemand hier geweest. Het is doodstil. Honderd kilo lichter dan zijn laatste rit rijdt hij als een veertje over nog niet vast­gefietste vlokken. Hij denkt aan de eerste paar kilometers, van huis naar hier, met ondanks de vroege zondagochtend al aardig wat volk op de been. Iedereen wil ­genieten van de sneeuw. Gewend als hij is aan groeten, roepen, wijzen: “Hee, daar rijdt Tom Dumoulin” – zo ­genoot hij zonder geelzwart tenue nu van het totale niks. Geen draaiende hoofden. Geen vingers in een ­grote boog achter hem aan.

Zo fietste Tom, de niet-wielrenner, gisterochtend, stel ik me voor. De enorme opluchting nog steeds aanwezig. De toekomst open. Hij hoeft niets. Niet van zijn trainer. Niet van de ploeg. Niet van zichzelf. Hij mag ­alles, denkt hij, als hij de Wolfsberg op fietst. Witte pluimpjes adem wolken recht omhoog.

Hij is te gevoelig, zeggen ze. Hij denkt te veel. Hij wil het voor iedereen goed doen, zegt hij zelf. Voor zijn ploeg. Voor zijn trainer. Voor zijn ouders. Voor zijn vrouw. Voor ons allen, stuk voor stuk, alle zeventien miljoen. En dat kan niet. Want wat je goed doet voor de een, betekent juist niet goed doen voor de ander. Hij verloor zichzelf. Hij staat even stil, kijkt uit over het land ­richting de Voerstreek. Haalt dieper adem dan hij in jaren deed.

Glanzend in je vel

Ik leerde van Marianne Vos, ze was toen nog maar 21, dat je als wielrenner soms vaker dan één keer in je carrière bewust moet kiezen of dit is wat je écht wilt. Dat je niet fietst uit gewoonte. Omdat je talent hebt. Omdat anderen het van je verwachten. Dat hou je niet vol. Je moet het zelf intens graag willen. Vanuit je tenen. Veel wielrenners, zei ze, fietsen door, omdat ze niet beter weten, en branden dan heel langzaam op.

Hoe logisch is dat wel niet: vasthouden aan je ­zekerheden? Aan dat wat je goed kunt. Waar je je geld mee verdient. De meeste mensen weten niet beter, want alles loslaten is veel enger dan maar doorgaan zonder echt geluk. Maar de topsport liegt niet: zonder glanzend in je vel zul je nooit meer overtuigend presteren.

Ploegend omhoog vanuit Slenaken, door de diepe sneeuw, voelt Tom al dat hij zichzelf minder kwijt is. Door eindelijk te kiezen voor zichzelf. Topsporters, ­zeggen ze, zijn egoïstisch. Tom was dat niet. Tot nu, tot dit moment. Juist door te kiezen voor een tijdje ­profwielrenner af te zijn, laat hij zien dat de topsporter écht in hem zit.

Marianne vertelde dat bijna niemand haar naam ­zonder Vos noemt. Zelfs haar buurkinderen zeggen ­Marianne Vos. Lang wist ze niet precies wie Marianne was, tot ze zich ernstig blesseerde. Zij koos er niet, zoals Tom, zelf voor, maar ging noodgedwongen ook op zoek naar zichzelf. Ze ontdekte wie Marianne zonder Vos en fiets was en dat maakte haar een rijker mens.

Ik gun de fietser in de sneeuw hetzelfde. Wordt eerst maar gewoon eens Tom. Wat je met Dumoulin doet, zien we daarna vanzelf.

Journalist en voormalig profwielrenner Marijn de Vries fietst u elke maandag door het sportweekend. Lees hier eerdere columns terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden