Bureaucratie

Tienduizenden sporters met een beperking krijgen niet de goede hulp. Dus sporten ze maar niet

Sportprotheses, zoals deze blades die bij het hardlopen worden gebruikt, vallen wel onder de zorgverzekeringswet. In de praktijk vergoeden verzekeraars die echter niet.Beeld ANP

Mensen met een fysieke beperking die willen sporten, worden van het kastje naar de muur gestuurd als ze hulpmiddelen nodig hebben.

Enkele tienduizenden mensen met een fysieke beperking doen niet aan sport omdat ze niet de goede hulp krijgen. Bij pogingen om de kostbare hulpmiddelen vergoed te krijgen worden ze van het kastje naar de muur gestuurd. Zorgverzekeraars geven zonder wettelijke basis vaak nul op rekest en verwijzen naar gemeenten. Maar veel gemeenten wijzen de aanvragen af, met een beroep op de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).

Dit zegt het Kenniscentrum Sport & Bewegen op basis van onderzoek. “Het is vaak al moeilijk om uit te vinden waar je moet zijn. En dan volgt op de beoordeling van Wmo-aanvragen meestal afwijzingen”, zegt Lonneke Schijvens van het kenniscentrum. Ze signaleert dat samenwerking in de keten ontbreekt en dat er grote verschillen zijn in het Wmo-beleid van gemeenten. “Dit creëert willekeur. In een rolstoelbasketbalteam zitten meestal spelers uit verschillende gemeenten. Sommigen krijgen de rolstoel volledig vergoed, teamgenoten krijgen helemaal niks.”

Het gaat behalve om sportrolstoelen ook om handbikes, ligfietsen, aangepaste zadels voor paardrijden en rolgoten voor boccia, een miksport verwant aan jeu de boules voor mensen in een rolstoel. De bedragen lopen op tot boven de 10.000 euro. Sommige gemeenten vinden dat vergoedingen voor hulpmiddelen onder de Wmo vallen, omdat sporten een vorm van participatie is. Veel meer gemeenten vinden ze te duur, of niet onder de Wmo vallen of wijzen naar de zorgverzekeraar. Schijvens: “Door de overschrijdingen op de Wmo en bezuinigingen zijn gemeenten nog strenger geworden.”

‘Afwijzingsgronden zelden in overeenstemming met de wet’

De zorgverzekeraar vergoedt in principe alleen protheses voor algemeen dagelijks gebruik. Maar om het ingewikkeld te maken: sportprotheses, zoals de blades die bij het hardlopen worden gebruikt, vallen wel onder de zorgverzekeringswet. In de praktijk vergoeden verzekeraars die echter niet. “De afwijzingsgronden zijn heel divers en zelden in overeenstemming met de wet. Er wordt geen onderzoek gedaan, verzekeraars vinden het te duur of zeggen dat sporthulpmiddelen niet worden vergoed”, aldus Schijvens. 

Ricardo Fecken, die aan amputatievoetbal doet, kreeg ook een afwijzing van de zorgverzekeraar, maar kreeg zijn blade wel vergoed van de gemeente. Fecken: “Ik had het geluk dat ik een ambtenaar trof die een goede dag had. Die vond het onder de Wmo vallen.”

Kenniscentrum KSB bracht met Gehandicaptensport Nederland, stichting Special Heroes en de Esther Vergeer Foundation met geld van het ministerie van volksgezondheid, welzijn en sport de situatie in kaart. In een enquête zeggen gemeenten dat ze onvoldoende overzicht hebben en te weinig inzicht in een kleine doelgroep. Ze zeggen volledig de doelstelling uit het Nationaal Sportakkoord te onderschrijven: laat mensen met een beperking zoveel mogelijk sporten. Schijvens. “Maar sport en Wmo zijn bij gemeenten aparte afdelingen die elkaar niet weten te vinden.” Ook een bezwaarschrift wordt meestal negatief beoordeeld.

‘Van de doelgroep blijven er tienduizenden langs de kant staan’

De sporters zelf hebben meestal niet het geld om hulpmiddelen zelf te betalen. Het is een van de redenen waarom maar 9 tot maximaal 27 procent van de mensen met een beperking (afhankelijk van de categorie) voldoet aan de beweegrichtlijn. Gemiddeld over alle Nederlanders ligt dat percentage op 51. Schijvens: “Van de doelgroep van zo’n 80.000 mensen die bij het sporten zijn aangewezen op een hulpmiddel, blijven er tienduizenden langs de kant staan.”

Het ministerie van vws herkent en erkent de problemen, zegt beleidsmedewerker Elvira Stinissen. Zij was zelf drievoudig paralympisch sporter en won brons in Peking in 2008 met de zitvolleybalvrouwen. De kern van het probleem is volgens Stinissen is dat de zaken nu te versnipperd zijn, waardoor mensen het bos in worden gestuurd. “Sporthulpmiddelen worden vanuit verschillende wetgevingskaders gefinancierd. Dat is heel diffuus. Gemeenten hebben de vrijheid om de Wmo zelf in te vullen, waardoor er verschillen zijn. Vaak zijn de afwijzingsgronden ook niet duidelijk”, zegt Stinissen. “Als iemand met een beperking wil sporten moet die best volhardend zijn. Je ziet dat mensen voortijdig afhaken. Het zou niet zo moeilijk moeten zijn.”

Centraal landelijk loket

Hoewel het probleem volgens haar al jaren bestaat, is er weinig gebeurd om het aan te pakken. Dat is wel de wens. Volgens Stinissen wil het ministerie geld voor een landelijk loket vrijmaken, hoeveel is nog onduidelijk. Zorgverzekeraars en gemeenten moeten daaraan meebetalen. Het plan is om een platform in te richten waar mensen direct terechtkunnen voor advies, een aanvraag én de financiële afhandeling. Dit zal worden ondergebracht bij het Fonds Gehandicaptensport. 

Maar dat is er nog niet. Om medewerkers van gemeenten, zorgverzekeraars en leveranciers te wijzen op wat er mogelijk is en wat de regels zijn, heeft het Kenniscentrum Sport & Bewegen een Handreiking Sporthulpmiddelen opgesteld. 

Lees ook:

‘Rennen op een blade gaf bevrijdend gevoel. Waarom krijg ik die niet?’

Amputatievoetballer Wesley van Ingen probeerde vergeefs een blade vergoed te krijgen om te kunnen hardlopen. ‘Ze weten niet hoeveel zo’n ding voor iemand kan betekenen.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden