InterviewTheo Bos

Theo Bos, de nestor van het Nederlandse baanwielrennen, gaat nog voor goud

Theo Bos tijdens de keirin op de tweede dag van de wereldkampioenschappen baanwielrennen in Berlijn.Beeld ANP

Routinier Theo Bos weet van geen stoppen. Vrijdag doet de nestor van het Nederlandse baanwielrennen op de kilometer een gooi naar een medaille.

Het nijpende gebrek aan ruimte op het middenterrein van de Velodrom in Berlijn dwingt Jeffrey Hoogland om rondjes om een aantal dranghekken te maken. De sprinter rijdt warm voor zijn kwartfinale van de keirin. “Wat doet ie nou?”, vraagt Theo Bos (36) met gespeelde verbazing. Het trosje Nederlandse verslaggevers dat om hem heen cirkelt bij het pershoekje kan zijn jolige toontje wel waarderen. Bos was de eerste Nederlander die strandde in de eerste ronde, maar wat maakt het uit?

De keirin, het onderdeel waarop hij al een keer wereldkampioen werd, speelt voor de routinier op de WK baanwielrennen in Berlijn slechts een secundaire rol. Zijn focus ligt op de kilometer, de discipline waarin hij vrijdag start.

Deze week verblijven zijn ouders, die dit jaar hun gouden huwelijk vieren, ook in de Duitse hoofdstad. Net als zijn broer Jan die in 1998 in het Sportforum in de buurt van De Kuip wereldkampioen schaatsen op de sprint werd. “Mijn ouders wilden met het jubileum wat leuks doen hier. En toevallig moest ik dan fietsen. Ik zei nog: mam, pap, waarschijnlijk wordt het heel moeilijk vandaag, kom maar niet kijken. Dus ze zijn er ook niet bij. Ze zijn lekker in de stad, sightseeing.

Harrie Lavreysen racet naar zijn tweede titel

Met goud op de keirin redde Harrie Lavreysen donderdag de eer voor Nederland. Na de indruk­wekkende triomf op de openingsdag in de teamsprint stelden de Nederlanders aanvankelijk teleur op de tweede dag van het wereldkampioenschap in Berlijn. Op de keirin haalde alleen hij de finale. Titelverdediger Matthijs Büchli, ­Jeffrey Hoogland en Theo Bos haalden de finale niet. Roy Eefting, vorig jaar nog goed voor ­zilver, greep naast een medaille op de scratch (15 kilometer). Hij werd vijfde. Bij de vrouwen overleefde Laurine van Riessen de kwartfinales van de sprint niet.

Gekscherende opmerkingen ruilt hij zo nu en dan in voor een uitgestreken gezicht

Het is bijna cabaret. Theo Bos presenteert zich in zijn bekende stijl, een man met een vrolijke levensopvatting, ongedwongen en zo nu en dan gekscherende opmerkingen inruilen voor een uitgestreken gezicht: nuchter en droogjes in zijn bewoordingen. Bos, die in 2004 zijn eerste van vijf gouden WK-medailles vierde, is de pionier van het Nederlandse baansprinten en ondanks zijn jeugdige voorkomen de nestor van de Nederlandse equipe. “Maar binnen de ploeg ben ik gewoon één van de renners.”

Tijdens zijn loopbaan vond Bos zichzelf verschillende keren opnieuw uit. Van wereldkampioen op de baan naar de weg, en weer terug . “En na de Spelen maak ik een comeback op de weg. Renner slash ploegleider. Dan rijd ik 100 kilometer mee om vervolgens in de volgauto te stappen.” Hij zegt het met een grote grijns.

Donderdag kwam hij nooit echt in zijn race. Bos speelde voor de wedstrijd nog met de gedachte niet te starten en alles op de kilometer te gooien. “Jehoopt dat je tijdens de rit alleen hoeft te volgen, en zuinig verder kan, maar eigenlijk is dat onzin. Geen enkele rit is makkelijk op de WK; de dag erna zit je met zere poten. Morgen is het opnieuw twee keer leegrijden”.

Op het onderdeel van vrijdag, de kilometer, hoort Bos ondanks zijn leeftijd nog steeds bij de wereldtop. “Als ik goed rijd, kan ik onder de minuut rijden. Dat is de doelstelling. Er zijn er één of twee die dat ook kunnen. Lukt dat, dan maak je ook kans op wereldtitel. Dat is de ambitie.”

‘Het komt meer op dieselvermogen aan, zeg maar’

Ja, de snelheid is er wat af, beaamt hij. “Het komt meer op dieselvermogen aan, zeg maar. En dat was vandaag niet genoeg. De echte absolute topsnelheid mis je dan wel een beetje. Zoals dé Nederlanders.” Hij werpt een blik op Hooglands warming-up. Met de Nederlandse ploeg won de jonge sprinter woensdag met ongeëvenaard machtsvertoon de teamsprint. “Ik heb misschien iets meer WK’s meegemaakt, maar dit is een andere tijd, weet je wel. En die tijden, die veranderen nu eenmaal. Ja, ik heb de sfeer van gisteren geproefd en heb met verbazing gekeken. Het is gewoon ongekend.”

Zijn wielerpensioen spookt nog niet door Bos’ hoofd. De baansport blijft hem boeien. Geen enkele topsporter met wie hij weleens van gedachten wisselt, zegt te willen stoppen op zijn hoogtepunt als atleet. “Wie ik ook spreek, elke topsporter die is gestopt, die zegt me: ga gewoon door. Als je het leuk vindt, stop niet.”

“Er zijn altijd mensen die zeggen dat je als 36-jarige oud bent en veteraan. Zelf geloof ik niet dat je op zo’n leeftijd klaar bent. Ik voel me nu echt niet anders dan tien jaar geleden.” In april reist Bos naar Bolivia, waar hij het wereldrecord op de kilometer van de Fransman François Pervis (56.303) gaat aanvallen. “Nu het nog kan. Straks gaat het toch weer harder.”

Lees ook:

Nederlandse overmacht op de WK baanwielrennen

De Nederlandse teamsprinters pakten woensdag voor het derde jaar op rij de wereldtitel. Ze deden dat in Berlijn met overmacht én in de snelste tijd ooit gereden.

Kirsten Wild denkt nog niet aan een leven zonder winnen

Kirsten Wild richt het vizier op de Spelen in Tokio, maar eerst rijdt ze nog het WK op de baan, dat vandaag in Berlijn begint. ‘Je moet altijd op zoek naar verbetering.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden