Sport en bewegenBlessures

Te veel sporters haken af door een onnodige blessure

Ernstige blessure voor Ismail Azzaoui of Heracles Almelo tijdens de Nederlandse eredivisie wedstrijd tussen Feyenoord en Heracles Almelo in De Kuip. Beeld ANP
Ernstige blessure voor Ismail Azzaoui of Heracles Almelo tijdens de Nederlandse eredivisie wedstrijd tussen Feyenoord en Heracles Almelo in De Kuip.Beeld ANP

Bij de bestrijding van de bewegingsarmoede in Nederland is blessurepreventie een vergeten onderwerp. VeiligheidNL luidt de alarmbel. Deel 8 van een serie.

Esther Scholten

Om de bewegingsarmoede in Nederland te bestrijden, is er steeds meer aandacht voor het in beweging krijgen van mensen. Maar hoe hou je ze aan het sporten en bewegen? Dat is een onderbelicht onderwerp, stelt VeiligheidNL. “Er is veel verzuim en uitval door onnodige blessures”, zegt manager Maurice Leeser. “Wij vinden het tijd om aan de bel te trekken, want op basis van onze eerste berekeningen stoppen er de komende twintig jaar mogelijk meer dan 1,5 miljoen Nederlanders met sporten vanwege een blessure.”

De Rijksoverheid wil dat 75 procent van de bevolking in 2040 aan de beweegrichtlijnen voldoet. Op dit moment beweegt slechts de helft van de Nederlanders voldoende. Om die ambitieuze groei waar te maken, is het volgens Leeser essentieel dat mensen enthousiast en gemotiveerd blijven om te sporten en bewegen, ongehinderd door fysiek ongemak.

Nu stopt 26 procent binnen drie jaar met sporten, blijkt uit cijfers die VeiligheidNL op een rij heeft gezet. Van hen houdt een op de vijf ermee op vanwege een blessure. In een studie over beginnende hardlopers zijn de percentages nog hoger: binnen een half jaar stopt 29 procent, een op de twee door een blessure. Het kenniscentrum voor letselpreventie stelt dat ongeveer de helft van alle blessures voorkomen had kunnen worden.

Fysieke veiligheid als onderdeel van een veilig sportklimaat

Leeser pleit er daarom voor dat er een programma Verantwoord Sporten en Bewegen komt, vergelijkbaar met het Veilig Sportklimaat. “Er is tegenwoordig veel zorg voor de sociaal-emotionele aspecten binnen de sport, terecht natuurlijk, maar de fysieke veiligheid is ook onderdeel van een veilig sportklimaat.”

Dat heeft de coronapandemie onderstreept. Ongeveer 300.000 Nederlanders begonnen met hardlopen, iets wat ook tijdens de lockdowns mogelijk bleef. Onderzoeker Ellen Kemler zag in één keer het risico op blessures in die sport heel erg toenemen. Dat risico wordt uitgedrukt in het aantal blessures per duizend uren hardlopen en steeg van 6,1 in 2019 naar 7,5 in 2020.

“Hardlopen is een heel individuele sport. Er zijn wel standaardschema’s, maar wat voor de een werkt, helpt een ander niet. Het is belangrijk om naar je lichaam te luisteren en op die manier de opbouw te bepalen. Dat is moeilijk.

Beginnende hardlopers willen gewoon gaan lopen. Ze zijn niet bezig met blessures. Beeld Panchenko Dmytro
Beginnende hardlopers willen gewoon gaan lopen. Ze zijn niet bezig met blessures.Beeld Panchenko Dmytro

“Wat we weten uit gesprekken met beginnende hardlopers is dat ze helemaal niet met blessures bezig zijn. Onbewust onbekwaam, noemen we dat. Ze willen gewoon gaan lopen, om fit te worden of voor de gezelligheid. Het feit dat ze geblesseerd kunnen raken, daar zijn ze niet mee bezig. Daarbij weten ze niet wat pijnklachten eigenlijk inhouden. Betekent het gewoon spierpijn of is er meer aan de hand? Wanneer moet je rust nemen en wanneer niet?”

Wennen aan andere bewegingen en een nieuwe belasting

Ook beginners in andere sporten lopen een hoger risico om geblesseerd te raken, weet Kemler. Uit eigen onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat zelfs bij fitness – een relatief veilige sport – starters twee keer zoveel kans hebben op letsel. Het lichaam moet wennen aan andere bewegingen en een nieuwe belasting. Vaak hebben spieren en pezen daarvoor meer tijd nodig dan de longen.

Dat maakt het pleidooi van VeiligheidNL extra urgent, omdat er juist nu vanwege die 75-procent-ambitie zo wordt ingezet op meer en dus nieuwe sporters. Er zijn genoeg preventiemogelijkheden, vertelt Leeser. Denk aan spierversterkende oefeningen en een warming-up, of het gebruik van beschermende middelen; al dan niet vastgelegd in aangepaste regelgeving. Bekende voorbeelden zijn scheenbeschermers in het voetbal en bitjes in het hockey. Zorg ook voor goede fiets- en mountainbikepaden in de openbare ruimte en dat iedereen een helm draagt.

Ongekwalificeerde trainers en instructeurs

Kemler: “De grootste uitdaging is misschien wel de atleet zijn gedrag te laten veranderen. Er moeten nieuwe gewoontes inslijpen. Inmiddels sport 50 procent in ongeorganiseerd verband. Hoe bereik je die? Complicerend in de georganiseerde sport is dat er nog steeds ongekwalificeerde trainers en instructeurs actief zijn.”

Leeser: “Verantwoorde sportbeoefening kan niet zonder gekwalificeerde begeleiders. Zij weten hoe een goede trainingsopbouw eruitziet en welke preventieve maatregelen er mogelijk zijn, mits daar tenminste voldoende aandacht voor is in hun eigen kaderopleiding. Ook daar schort het momenteel helaas aan, en is dus winst te boeken. Maar dan moet de sport- en beweegbranche wel versterkt worden; er is nu tenslotte al een tekort aan begeleiders.”

Meedenken over mogelijkheden na een blessure

Voorkomen is één, na een blessure mensen weer terug helpen de sport in is twee. Volgens de statistieken haakt nu 60 procent definitief af. Daarvan zou ongeveer de helft behouden kunnen blijven voor het sportlandschap, zoals Kemler het omschrijft. Voor deze mensen is hun oude sport passé, maar ze weten niet wat nog wel mogelijk is of zeggen niet iets anders te ambiëren. “Daar zie ik een rol voor een doorverwijzer. Wat kun je nog wel? Of wat zou je leuk vinden?”

“Toen ik met voetballen moest stoppen nadat mijn schouder voor de derde keer uit de kom schoot, heeft niemand meegedacht over mijn sportieve mogelijkheden”, vertelt Leeser. “Investeren in doorverwijzen en preventie loont.”

Kemler vult aan: “In theorie kunnen we veel uitval voorkomen, maar we zien dat het doorvertalen naar de praktijk moeilijk is. Ik maak weleens de vergelijking met de anti-rooklobby. Daar zijn we al zo’n veertig jaar mee bezig en nu gaan we misschien richting een rookvrije generatie. Dat heeft ontzettend veel geld en tijd gekost en dat hebben we bij sportblessurepreventie nog nooit gehad.”

Lees ook:

Hoe verleid je vmbo’ers om weer te gaan sporten? ‘Geef de jeugd vijf jaar van hun leven terug’

Een nieuwe aanpak van de beweegcrisis, als antwoord op de versnipperde initiatieven, wordt dinsdag gelanceerd. Deel 7 van een serie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden