Interview Wielrennen

Steven Kruijswijk hoopt zijn aanvalsdrang te beteugelen (soms)

Steven Kruijswijk na de finish tijdens de twaalfde etappe van de Tour de France tussen Bourg-St-Maurice en Alpe d'Huez. Beeld ANP

Steven Kruijswijk is plotseling de Nederlandse blikvanger in de Tour de France, die zaterdag 6 juli begint. ‘Ik werd al vijfde en wil meer.’

Chris Froome. Abandon. Tom Dumoulin. Abandon. Twee topfavorieten zijn weggevallen, nog voor de Tour de France is begonnen. En zo werd opeens een in Nuenen geboren wielrenner naar voren geschoven als favoriet. Steven Kruijswijk kan opeens de Tour winnen. Zo makkelijk is dat natuurlijk niet, zegt de kopman van Jumbo-Visma. Maar het podium, dat is wel het doel.

Kruijswijk, in loszittend T-shirt, sportschoenen en een relaxte broek, zit op een bank in de lobby van Hotel des Voyageurs in het kleine plaatsje Le Rouget. Het is de dag voor het ­Critérium du Dauphiné, de laatste voorbereidingskoers voor Kruijswijk richting de Tour de France. Vorig jaar werd hij vijfde in de belangrijkste ronde van het jaar. Nu moet hij ­beter, vindt hij zelf.

In Le Rouget is er geen aandacht voor wielrenners. Het grote evenement van de dag is niet de aankomst van de Jumbo-Vismaploeg, maar het grote petanquetoernooi waar zeker 150 spelers met bier en worstjes het eind (of het begin, dat is om het even) van het bouleseizoen vieren. Kruijswijk, lachend: “Waar we allemaal terechtkomen joh, soms is het echt in het midden van niets.”

Als je in de Tour één dag kan kiezen waarop je wonderbenen hebt, welke etappe kies je dan?

“De etappe waar ik het meeste verschil kan maken. Tsja, saai antwoord. Maar in de derde week, daar draait het toch om.”

Vorig jaar was zijn eindklassering prachtig, maar hij maakte vooral indruk door zijn aanvalslust, zeker in etappe twaalf. Bijna zeventig kilometer reed hij solo. Op de Croix-de-Fer viel hij aan, pas in de laatste kilometers van Alpe d’Huez werd hij teruggepakt. Het was een van de fraaiste staaltjes wielrennen van het jaar. Dit zijn de momenten waarom je wielrenner bent geworden, zei Kruijswijk toen.

“Ja, maar wel met betere afloop’’, zegt hij nu. “Er is niks mooiers dan aanvallend rijden. Klassementrijden kan over het algemeen vrij saai zijn. Dan is het mooi dat dagen als die naar Alpe d’Huez nog bestaan en dat je met een soort alles-of-niets-poging je gevoel laat prevaleren boven je verstand.”

Is het een keuze om aanvallend te rijden?

“Ja, denk ik wel. Het is heel makkelijk om niet in die kopgroep terecht te komen en te wachten op de slotklim. Maar ik kies er juist wel voor. Ik zie iets ontstaan en denk dan dat ik kan profiteren.

“Laatst vroeg iemand of ik op zo’n moment geniet. Ik geniet ervan dat ik in de Tour rijd, maar zit wel in een waan. Hoe kan ik het snelst aan de ­finish komen, en het best en het ­efficiëntst? Ik zie mensen en word aangemoedigd, maar ben bezig met resultaat. Ik ga niet even lekker genieten van de omgeving.”

Je geniet wel van het in de aanval zijn.

“Dat wel. Ik rijd alleen voorop in de grootste koers van het jaar en ook nog in de koninginnenrit. Dat zijn wel momenten waar ik het voor doe. Momenten waarvoor ik vroeger naar televisie keek. Die ­renner die daar voorop reed, die wil ik zijn.”

Is het moeilijk om je dan in te houden als klassementsman?

“Aan de ene kant wel. Ik kan winnen door aan te vallen. Want wil je etappes winnen als je in de favorietengroep zit, dan moet je de beste zijn. Dat is lastig voor mij, zeker omdat jongens vaak explosiever zijn. Dus wil ik mijn palmares met overwinningen uitbreiden, dan zal ik moeten aanvallen.

“Het liefst willen mensen ook dat ik elke dag zoals naar Alpe d’Huez rijd. Dat snap ik, dat is ook leuker dan te kijken dan een groepje renners dat achter Sky (nu Ineos, red.) aan rijdt. Mensen zien liever renners die een poging wagen en het niet halen, dan renners die niets proberen. Aan de andere kant ben ik ook aan het jagen op een podiumplek in een grote ronde. Daar hecht ik meer waarde aan dan als vrijbuiter in een grote ronde starten.”

Wat is die waarde voor jou?

“Het is iets tastbaars. Vorig jaar werd ik vijfde en vierde in grote rondes. Dat waren mijn beste uitslagen ooit. En ik heb nog in mijn achterhoofd die Giro van 2016, waar ik er zo dichtbij heb gezeten (maar hij door een val zijn leiderstrui verspeelde, red.). Het is net als sprinters die jagen op overwinningen. Een tweede plek telt niet. Voor mij is een po­diumplek iets wat telt.”

Vijfde worden niet?

“Nee. Nou ja, dat is een doel dat ik vorig jaar heb gehaald en af kan vinken.”

Is ‘tastbaar’ dan een plek in de geschiedenisboeken? Omdat de nummer vijf sneller vergeten wordt? Of zit het in de medaille en de pluche knuffel na afloop?

“Podium klinkt als een mooi resultaat. Gehuldigd worden in Parijs. Dat is tastbaar. Misschien is het ook wel voor die geschiedenisboeken, maar het gaat vooral om het streven, wat ik in mijn carrière wil halen.”

Kruijswijk zit al tien jaar bij dezelfde ploeg, die van Rabobank via Blanco, Belkin en Lotto-Jumbo naar Jumbo-Visma veranderde. Zowel Jumbo als Visma hebben zich voor langere tijd gecommitteerd aan de ploeg. Uiteraard is winnen belangrijk, maar het doel is ook het inspireren van nieuwe generaties. Kruijswijk speelt daar een belangrijke rol in. Hij is naast Tom Dumoulin een van de vaandeldragers van het wielrennen in de grote rondes.

“Ik ben daar niet direct mee bezig’’, zegt hij. “Ik denk wel dat ik dat steeds meer ga zijn. Je merkt dat mensen hebben genoten van mijn optreden in de Tour van vorig jaar. Ze spreken nog steeds over de Alpe d’Huez-rit. Maar helaas ook over mijn Giro van 2016. Je biedt mensen entertainment en je spreekt misschien kinderen aan. Daar ben ik niet bewust mee bezig, maar het is mooi en fijn dat je mensen daar in de zomer mee kan plezieren.”

Steven Kruijswijk tijdens de Dauphiné eerder deze maand. Beeld BSR Agency

Ben jij iemand die graag in die schijnwerpers staat?

“Daar doe ik het niet voor. Dat zou te veel opoffering zijn. Ik doe het nu wel echt puur voor mezelf. Natuurlijk hoort het erbij en ik heb er niet veel last van dat ik word herkend op straat. Maar het is niet dat ik daarom de wielrenner ben geworden die ik ben.”

Kruijswijk is een van de meest precieze renners van Jumbo-Visma. Trainer Merijn Zeeman noemt hem een voorbeeldrenner. Het grapje binnen de ploeg: staat er een training van vier uur op de agenda, dan wijkt Kruijswijk daar hoogstens twaalf ­seconden vanaf. “Ha, ik word een beetje gezien als het rolmodel, ja. Ik was niet de grote belofte die het wel even ging waarmaken. Ik moest langzaam groeien. Dan kan je ver komen met goed werken op de goede manier, laat ik nu zien.”

Wat betekent leiderschap voor jou?

“Dat vind ik moeilijk onder woorden te brengen. Ik zit lang bij de ploeg, ken de mensen. Ik weet door ervaring wat er nodig is om te bereiken wat ik nu heb bereikt en wat de ploeg heeft gedaan om weer terug op dit niveau te zijn. Daarom probeer ik jongens wel te helpen. Jonge renners, personeel ook. Een beetje aansturen. Dat is leuk, als renners ook iets van je aannemen en leren. Ik zat tweeënhalve week met Wout van Aert op de Sierra Nevada. Die jongen van 24 is al drie keer wereldkam­pioen veldrijden geworden en stelt dan vragen aan mij. Ik vind het mooi dat ik iemand die al zoveel heeft bewezen, nog wat kan leren. Wat ik hem leer? Dat kan ik niet zo zeggen. We ouwehoeren wat af. Maar hij is ook een nieuwe wegrenner. Voor hem is het nieuw om te bewegen in een peloton.”

Heb je in die rol moeten groeien?

“Ja, dat denk het wel. Uiteindelijk moet je als klassementsman de ploeg achter je krijgen. Niet alleen als het goed gaat. Als het een keer tegenvalt, moeten ze ook achter je staan. Dat heb ik moeten leren. Wanneer moet ik tot tien tellen en wanneer niet? Dat heb ik niet van nature meegekregen.

“Je moet respect hebben voor de jongens die je helpen. Die doen er net zoveel voor als jij, trainen net zoveel uur. De kopmannen staan vaak in de schijnwerpers. Maar de jongens die voor jou rijden, daar moet je dankbaar voor zijn.”

Ploegleider Grischa Niermann loopt langs. “Kom je, Stevie? Anders zitten zes jongens te wachten.” Kruijswijk knikt. Hij weet dat er een meeting is. En met wat hij net heeft gezegd, snapt hij dat hij de ploeggenoten niet al te lang kan laten wachten, lacht hij.

Laatste vraag dan. Als jij de ochtend van de laatste bergetappe zevende staat in de Tour, volgt er dan een Alpe ­d’Hueziaanse aanval?

“Ja, dan zeker.”

En als je derde staat?

“Nee, dan niet. Dan zal ik het iets berekender bekijken. Maar zevende? Ik werd al vijfde en wil meer. En als je met een aanval meer kan bereiken, dan doe ik dat zeker.”

Steven Kruijswijk

Geboren: 7 juni 1987

Aantal jaar prof: 10

Beste prestaties: vijfde plaats Tour de France (2018), vierde plaats Ronde van Italië (2016) en Ronde van Spanje (2018)

Overwinningen: Rit Ronde van Zwitserland 2011, eindklassement Arctic Race of Norway 2014

Lees ook:

Wout Poels toont karakter, terwijl Steven Kruijswijk opgeeft in Dauphiné

Het Critérium du Dauphiné, de laatste belangrijke Franse voorbereidingskoers op de Tour de France, is afgelopen. Drie (Nederlandse) vaststellingen.

Kruijswijk imponeert in de Tour, maar de Alpe d’Huez is meedogenloos

De Madeleine, de Croix-de-Fer (Het ijzeren kruis) en de Alpe d’Huez hebben in de wielersport mystieke namen. Vorig jaar werd er in de Tour de France bijna een nieuw verhaal aan toegevoegd, dat van Steven Kruijswijk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden