ReportageStuntploeg

Sprookjesploeg Union wil weg uit het openluchtmuseum, maar hoe?

Union-supporters in hun geliefde Joseph Mariënstadion. Beeld VRT
Union-supporters in hun geliefde Joseph Mariënstadion.Beeld VRT

Het Brusselse stuntclubje Union Sint-Gillis gaat vanaf komende week strijden om een ticket in de Champions League, de beloning voor een seizoen waarin het als promovendus bijna kampioen werd. Een vertrek uit het 102 jaar oude stadion is onvermijdelijk, mede door de ecologisch ingestelde gemeente.

Matthijs van Dam

Voor Alexandre Billiet (28), supporter en ticketingmedewerker van de Brusselse voetbalclub Union Sint-Gillis, voelt praten over een nieuw stadion als nadenken over de dood. Het schiet ineens door je hoofd, het angstzweet breekt uit bij de gedachte dat het een keer voorbij is, en vervolgens probeer je er nooit meer aan te denken. En zo worstelen volgens Billiet wel meer Union-fans. “Zolang we hier nog kunnen blijven, praten we er niet over.”

‘Hier’ is het Joseph Mariënstadion. De 102 jaar oude thuishaven van Union met een 101 meter lange, beschermde art-decogevel inclusief expressionistische bas-reliëfs. Met glas-in-loodramen onder de monumentale eretribune, en vergeet niet de originele houten lambriseringen in het supporterscafé.

‘Hier’ is ook de plek waar afgelopen seizoen een van de grootste stunts uit de voetbalgeschiedenis in de maak leek. Union promoveerde vorig jaar voor het eerst in een halve eeuw naar de hoogste divisie, en pardoes sloot het de reguliere competitie af op de eerste plek als eerste Belgische promovendus ooit, en als tweede in de geschiedenis van het voetbal.

Geheime data-analyses

Anders dan door veel geld over de balk te smijten stelde de Britse eigenaar Tony Bloom, pokerspeler en miljardair, de selectie samen op een Moneyball-achtige wijze. Zij kwamen op de radar via geheime data-analyses die statistiekfreak Bloom ook gebruikt voor zijn gokadvieskantoor Starlizard gebruikt.

Trainer Felice Mazzu schonk juist veel aandacht aan de mens achter zijn spelers. Het was deze combinatie waarmee het ongenaakbare Union weer tot leven werd gewekt. Tussen 1897 en 1935 waren al elf landstitels gewonnen, maar daarna moderniseerde de club niet en belandde uiteindelijk in de laagste profcompetitie.

Ook de heuvelachtige straatjes van Sint-Gillis en Vorst, waartussen de club is ingeklemd, herinneren aan die glorietijd. De gemeenten staan vol met herenhuizen uit eind negentiende of begin twintigste eeuw. Veel hebben eikenhouten deuren met fraai smeedwerk, glas-in-loodramen en keramiek. Op elke straathoek vind je monumentale sgraffito-gevels, een techniek waarbij kunstenaars kleurrijke fresco’s kerven in vers beton.

Vooral dankbaarheid

De eerste plek van Union was ook zo’n kunststukje, maar een twaalfde titel bleef uit. In België besluit de top vier het seizoen met een play-off voor de titel, en na twee onderlinge verliespartijen ging die toch naar nummer twee Club Brugge. Zo bleef het Duitse Kaiserslautern (1998) de enige promovendus die meteen na promotie ook landskampioen werd.

Billiet treurt niet om die anticlimax. Hij hoopte voor het seizoen in ieder geval degradatie af te wenden. “Het kampioenschap was een bonus. Hoe Union grote ploegen domineerde, dat hadden we nooit gedacht. We zijn vooral dankbaar dat we mee konden doen om de titel.”

Openluchtmuseum en zorgenkindje

Want anders dan de ‘dikke nekken’ van aartsrivaal Anderlecht, zoals supporter Billiet ze noemt, gaan bij Union zelfrelativering en humor boven winnen. ‘Brusselse zwans’, noemen ze die mentaliteit. Voor spelers die vallen en theater maken, zingen unionisten ‘Muppet Show, Muppet Show’. Na de laatste wedstrijd van het seizoen tegen Antwerp betraden beide supportersgroepen het veld om te feesten. Toen de Belgische ME optrad, werd de ordepolitie juist het veld afgestuurd door de menigte.

De vraag die unionisten nu bezighoudt, is hoelang ze nog kunnen feesten in het Mariënstadion, want een exit nadert. De traditionele fanschare blijft liever. Als Union maar geen voetbalclub wordt, zegt men hier, refererend naar de kille bedrijfskundige visie waarmee voetbalclubs tegenwoordig gerund worden.

Maar het stadion is ook simpelweg ongeschikt voor het moderne voetbal. De houten tribunebanken in de blauwgele clubkleuren bladderen af en het stadion is slechts voor een kwart overdekt. De rest is doelwit van duiven of regenbuien. Lederen stoelen? De dug-outs zijn hier ouderwets van baksteen met houten planken. Onkruid en mos woekert tussen de stoelen, op de trappen, en rukt nu ook op naar het reclamebord van lokale kroeg In ‘t Spinnekopke. Een businesslounge ontbreekt, en de ticketing- en fanshop van Billiet delen een ruimte onder de eretribune met een kroeg.

Belle époque en Jacques Brel

Zo bevindt de club zich door het succes op een kruispunt, zegt het Brusselse gemeenteraadslid Kurt Deswert. Moderniseren en naar de top, of bij het nostalgische oude blijven en voor de tweede keer sportieve risico’s aanvaarden? Deswert schreef een boek over de geschiedenis van het Brusselse voetbal en werkt nu aan een boek over 125 jaar Union. Het stadion doet hem denken aan het deftige belle-époquetijdperk van begin twintigste eeuw, toen Union een koninklijke titel kreeg en hier statige lieden met bolhoeden en puntsnorren op de tribune zaten.

Union appelleert voor Deswert ook aan de romantiek die de Brusselse chansonnier Jacques Brel ooit bezong. Op de tribunes en de cafés rond het stadion zijn de bolhoeden ingewisseld voor een bonter gezelschap. Intellectuelen, arbeiders, Italiaanse of Portugese migranten die hier in de jaren zeventig bleven plakken vanwege de goedkope kaartjes. Zelfs leden van het Europees Parlement. Desondanks vindt Deswert verhuizen ‘quasi-onvermijdelijk’. “Dit is geen stadion voor het moderne voetbal, Union moet nu overstappen als het een stabiele middenmoter wil worden. En ja, voor een stuk zal dat familiale karakter dan verdwijnen.”

Als stadiongids ervaart hij dat karakter zelf ook. Jongeren, ouderen, vrouwen: ze vertellen nog net niet huilend hoe zij opgroeiden in het Mariënstadion. Van buiten onroerend erfgoed, van binnen ‘emotioneel erfgoed’, zoals Deswert Union typeert.

Dat verliezen is wat unionisten vrezen met een nieuw stadion. Op een televisiescherm zet Billiet een video aan van Union-spelers die feesten met supporters. “Dat fysieke samenzijn maakt Union zo uniek. Ik ben bang dat die atmosfeer verloren gaat. De meerderheid wil blijven, ik ook, maar we weten ook dat we met de tijd mee moeten. Als je grote wedstrijden wilt spelen, is verhuizen de enige oplossing.”

Groene of sportieve ruimte

Volgens de blauwgele spandoeken aan de roestige hekken is het nieuwe stadion al ‘definitief’, maar daar blijft het bij. De ontwikkelaar verwacht over drie jaar te verhuizen, maar Unions eisenpakket is flink. CEO Philippe Bormans wil ‘het groenste stadion van Europa’ bouwen, net zo knus als het huidige om het volkse karakter te behouden. Op wandelafstand van het oude, anders is Bormans bang dat ‘de ziel van de club gedood wordt’.

Plan A, grondige renovatie, is namelijk al weggestreept. Dat komt door de gemeente Vorst, waar de groene Ecolo-partij de grootste is en in het college zit. De ligging in het beschermde Dudenpark maakt renovatie en uitbouw onbespreekbaar. Het wandelpark is erfgoed, een van Brussels groene longen en het laatste gebied in de hoofdstad met een zuiver beukenbos. In de holle ruimtes van die beuken nestelen beschermde vogels als de vuurgoudhaan, de slechtvalk maar ook verschillende soorten vleermuizen.

Procederen is duur, tijdrovend en vaak vruchteloos. Bovendien is de regelgeving voor stadionbouw in België streng. In de afgelopen 35 jaar werd daar slechts één voetbalstadion gebouwd. Behalve Union zijn er dus nog veel meer Belgische clubs met een (te) oud stadion, zegt Deswert: “Het verschil tussen Belgische en Nederlandse stadions is dag en nacht. De Belgische overheid is totaal niet sportminded.”

Blijft over plan B, verhuizen. Wellicht naar een naastgelegen terrein bij een Audi-fabriek, maar ook die optie mondt mogelijk uit in een loopgravenstrijd tussen club en gemeente. Volgens een analyse van locaties die een expertisecentrum uitvoerde, heeft ook dat terrein ‘een hoge biologische waarde’ en heeft bouwen ‘gevolgen voor de groene ruimte’ in een ander natuurpark naast het Audi-terrein.

De andere optie is een atletiekstadion met dezelfde obstakels. De staantribunes zonder dak zijn meer groen van het onkruid. De enige overkapping bestaat uit scheefgegroeide bomen achter de hoogste tribunerij, waar een bosrand begint. Voor een stadion is een deel weghalen onvermijdelijk. Maar toen de gemeente hier recent vijftig oude populieren liet kappen, leidde dat tot ophef bij bewoners. De omgeving is bovendien een ‘akoestische comfortzone’, groene ruimtes met gegarandeerde stilte waar mensen het lawaaierige Brussel kunnen ontsnappen. Dat verandert radicaal met de komst van een voetbalclub.

Liever op een boerenveld

Welke van de twee Union ook kiest, de amateursport wordt sowieso slachtoffer. Op beide plekken zitten nu tennis-,voetbal-, rugby- en atletiekverenigingen. In het atletiekstadion werken scholen gymlessen af. Mocht Union verhuizen, dan is de gemeente genoodzaakt hun gebouwen te slopen, aldus het expertisecentrum in de analyse.

Volgend seizoen maakt Union alvast kennis met een nieuw onderkomen. De voorrondes voor het poenige elitebal van de Champions League, vanaf komende week, werkt Union af in het stadion van OHL Leuven. Het Mariënstadion voldoet niet aan de eisen voor Europees voetbal. Tegenstander is de Schotse recordkampioen Glasgow Rangers van trainer Giovanni van Bronckhorst, ook zo’n traditieclub en vorig jaar Europa League-finalist. De onverbiddelijke Billiet rijdt voor dat affiche liever drie kwartier naar Leuven dan naar het stadion van Anderlecht, op vijftien minuten fietsen. “Nee, nee, nee. Dan nog liever op een boerenveld. Wij gaan niet samen. ”

Deswert adviseert Union vooral te kijken naar faciliteiten. Vorig jaar draaide de club ruim negen miljoen euro verlies, dat zich heeft opgestapeld tot 32 miljoen. Het tweede en derde niveau, waar Union decennialang bivakkeerde, zijn financiële kerkhoven. Het hoogste niveau kost meer dan de commerciële mogelijkheden van het stadion opbrengen.

Zo staat op het terrein van Union alleen een enkele foodtruck. Gyros, geen ouderwets Belgisch frietkot. Dat dan weer niet. Een echte fanshop heeft het niet. Achter Billiets verkoophoekje hangen alleen wat hangers met shirts en sjaaltjes. Deswert denkt dat Bloom, die de verliezen dekt, zijn handen van de club aftrekt als het niet doorpakt. “En dan gaat Union terug naar af.”

Seizoenskaarten als warme broodjes

Voor de ticketingafdeling van Billiet zijn extra faciliteiten ook zeer welkom. Hij begon als vrijwilliger, kreeg al snel een contract en doet als manusje-van-alles nu ook de boekhouding. Duitsers, Nederlanders, Amerikanen, Japanners. Allemaal zag hij ze bij Union om de kolkende ambiance te ervaren. Wedstrijden raakten volgens Billiet binnen no-time uitverkocht. Eén keer stonden tienduizend mensen in de online wachtrij voor een kaartje, waardoor de website plat ging. Dat is een heel Union-stadion.

Zojuist heeft hij weer twee seizoenskaarten verkocht aan een vader en zoon. Twee dagen na het begin van de verkoopperiode stond de teller al op 5000, elfhonderd meer dan in de hele periode vorig jaar. Op een plattegrond van de stadionvakken vastgeplakt aan de toonbank, die symbolisch genoeg door ouderdom enigszins loslaat, laat Billiet zien waar de laatste kaarten te krijgen zijn.

Daarna wijst hij naar een oude printer, waarmee hij alle aanvragen uitdraait. Steeds vaker krijgt hij echter ook gefrustreerde, kaartjesloze kinderen en families op zijn dak, door het krappe stadion. Op dat soort momenten beseft Billiet dat een nieuw onderkomen niet gelijkstaat aan doodgaan. “Het is een hoofdstuk dat je uiteindelijk moet afsluiten.”

Lees ook:
Het kleine Union Sint-Gillis verslaat alle Belgische kanjers

Union staat voor love and peace

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden