ReportageSportverenigingen

Sportverenigingen onder druk: ‘Veel leden betalen contributie en daarmee houdt hun betrokkenheid wel op’

Een zaterdag  bij voetbalvereniging GPC Vlissingen, bij de wedstrijd van de jongens onder 19.  Beeld Arie Kievit
Een zaterdag bij voetbalvereniging GPC Vlissingen, bij de wedstrijd van de jongens onder 19.Beeld Arie Kievit

Nederland moet meer bewegen. Daar is iedereen het over eens. Maar hoe is dat te realiseren? Vandaag deel 5 van een serie: de klassieke sportvereniging, waar de uitdagingen en problemen zich opstapelen.

Esther Scholten

Het is een zaterdag als alle andere. Op het hoofdveld van GPC Vlissingen voetbalt een jeugdteam. Vloeiende combinaties blijken lastig op de hobbelige grasmat. Langs de lijn wordt er gemopperd over een grensrechter. Ondertussen tapt een gepensioneerde vrijwilliger in de kantine het eerste biertje van de dag. Het is net twaalf uur.

In deze alledaagsheid schuilt behalve de tragiek ook de schoonheid van een sportclub anno 2022. Het elftal dat zich in het zweet werkt, is de JO19 – verwijzend naar het geslacht (jongens) en de leeftijd (niet ouder dan negentien jaar). Lange tijd had GPC geen JO19, bij gebrek aan genoeg leden uit die leeftijdsgroep.

Verenigingen vormen de ruggengraat van de unieke Nederlandse sportinfrastructuur. Met bijna 5 miljoen leden bij 24.000 clubs zijn ze de grootste groep georganiseerde sportaanbieders. De regering heeft de ambitie uitgesproken dat in 2040 75 procent van de bevolking aan de beweegrichtlijn voldoet. Momenteel haalt iets meer dan de helft die norm. Het is logisch om voor die groei ook naar de verenigingen te kijken. Maar wat kunnen zij nog betekenen, nu ongeorganiseerd sporten een vlucht neemt en de individualisering hoogtij viert?

De website van GPC maakt duidelijk waarmee veel sportverenigingen worstelen. ‘Gezocht: barpersoneel.’ ‘Gezocht: grensrechter tweede elftal.’ ‘Gezocht: scheidsrechters senioren.’ Bestuurslid Matthijs Lugtenburg noemt het de grootste uitdaging: de vereniging blijven zoals we altijd zijn geweest. “Ik zie sommige ouders hun kind ’s ochtends op de parkeerplaats afzetten en om half vier in de middag weer ophalen. Iedereen heeft steeds minder tijd.”

‘Vroeger was de zaterdag voor de club’

Henk Lammens, de pensionado aan de toog, constateert dat tijden veranderen. “Een heleboel mensen voelen geen betrokkenheid meer bij de vereniging. Die betalen contributie en meer niet. Mensen hebben het ook erg druk. Het ene kind moet naar turnen, de volgende naar vioolles en de derde naar het voetbal. Vroeger hadden we alleen het voetbal. De zaterdag was voor de club.”

Voorzitter Ron Huser vertelt dat er de afgelopen jaren is geprobeerd een vrijwilligersbeleid in te voeren: ieder volwassen lid kon 30 euro van zijn contributie terugkrijgen als hij of zij een taak op zich nam. “Maar een groot aantal leden koos ervoor om meer te betalen. Dan los je nog niks op.”

De Gemeente Post Combinatie, in 1954 opgericht voor de lokale ambtenaren en postbodes, telt rond de 500 leden. Het eerste elftal speelt derde klasse. Ze noemt zichzelf ‘de gezelligste voetbalclub van Zeeland’. Ons kent ons. Desondanks is het een schamele 10 procent die helpt bij het draaiende houden van de club. Die groep vrijwilligers is bovendien sterk vergrijsd, constateert Huser. “De mensen die iedere dinsdagmorgen het clubhuis en de kleedkamers schoonmaken, zijn allemaal gepensioneerd. Als zij uitvallen, hebben we een gigantisch probleem.”

Henk Lammens vrijwilliger achter de bar in de kantine van GPC Vlissingen. Beeld Arie Kievit
Henk Lammens vrijwilliger achter de bar in de kantine van GPC Vlissingen.Beeld Arie Kievit

Net als bij GPC Vlissingen heerst bij de meeste sportverenigingen de waan van de dag, weet Jan Raateland. Zijn stichting Ons helpt organisaties om de aan hen toegeschreven maatschappelijke functie beter uit te voeren. In het debat over de beweegarmoede pleit hij voor een professionaliseringsslag van de sportverenigingen.

“Clubs zouden hun blik meer naar buiten moeten richten. Een visie zou verder moeten gaan dan zaterdag is er weer competitie, hebben we genoeg scheidsrechters en zijn alle bardiensten ingevuld? Denk aan de strijd tegen eenzaamheid onder ouderen of overgewicht bij kinderen. Door vrijwilligers gerunde verenigingen staan meestal niet te trappelen om extra taken op zich te nemen, terwijl daar juist de groeipotentie zit. Een rol spelen in buurten en wijken maakt een organisatie steviger. Dan trek je andere doelgroepen. Dan word je meer van betekenis. Dan zullen gemeenten ook eerder randvoorwaarden faciliteren.”

Infrastructuur van verenigingen bestaat al bijna een eeuw

Ondanks die reserves vormen de verenigingen volgens Raateland het beste middel om Nederland meer in beweging te krijgen. “Omdat ze lokaal de grootste sportaanbieders zijn, de infrastructuur al bijna een eeuw bestaat en daarmee continuïteit biedt. Maar ze moeten dan wel maatschappelijk ondernemend worden. Ongeveer 15 procent van de sportverenigingen is daar inmiddels in geslaagd. Het kan dus wel.”

GPC Vlissingen is een klassieke vereniging, stelt Huser, ‘echt gericht op het voetbal’. Er worden geen speciale projecten voor ouderen, nieuwkomers of mensen met een beperking georganiseerd. De club probeert ook geen andere doelgroepen aan zich te binden, verklaart hij. “Wij willen zoveel mogelijk voor onze leden doen. Zoals de grillavond dit weekend. Verder is ons speerpunt de jeugdopleiding.”

De laatste jaren is daarin geïnvesteerd, door betere randvoorwaarden te creëren voor trainers – kledingpakketten en gratis consumpties – en de aanstelling van een hoofd jeugdopleidingen. Het moet zorgen voor een betere doorstroming naar het eerste elftal. Jarenlang stagneerde dat door het vertrek van veel oudere tieners, die voor de flexibele tijden bij de fitness kozen en de spelcomputer thuis.

Daarom is Huser zo blij met de huidige JO19 en daarom baalt hij van de slechte staat van het veld waarop de jongens hun kunsten moeten vertonen. Maar wat kan hij doen? Het sportpark is eigendom van de gemeente, die ook het onderhoud verzorgt. “Wij hebben regelmatig overleg met de lokale overheid, over van alles. Maar Vlissingen heeft het financieel niet breed. Dat is vaak een struikelblok.”

De kleedkamer van JO19 van GPC Vlissingen. Beeld Arie Kievit
De kleedkamer van JO19 van GPC Vlissingen.Beeld Arie Kievit

Het eigen kasboek is aardig op orde, ondanks de coronacrisis. Penningmeester Peter Huser, de broer van, komt uit de financiële wereld en realiseert zich ‘dat je er bij een vrijwilligersvereniging bovenop moet zitten’. Wat ook helpt, is het hoge aantal vriendenteams bij de senioren: vijf van de acht elftallen. “Voor een penningmeester is dat geen verkeerde ontwikkeling.” De kantine-inkomsten zijn goed voor 40 procent van de jaarlijkse omzet.

Vlissingen telt alleen al vier voetbalclubs, wat veel is op een bevolking van 45.000. Maar door het hele land zijn de laatste dertig jaar met name in de oude wijken veel sportverenigingen verdwenen. Uit onderzoek blijkt dat deelname aan beweegactiviteiten in die buurten beduidend lager ligt dan elders.

Daarom is de sportinfrastructuur volgens Raateland niet alleen aan onderhoud toe maar ook aan uitbreiding. “Daar zou de overheid meer op moeten inzetten, in plaats van op buurtsportcoaches die her en der een les aanbieden. Dat is relatief duur en het effect is onduidelijk. Een lidmaatschap van een vereniging is duurzamer.”

Hij zou graag zien dat meer buurtsportcoaches op verenigingen worden ingezet – oude en nieuwe – om daar trainers op te leiden. Ook met het oog op de moderne eisen die aan clubs worden gesteld, wat betreft een veilig en didactisch verantwoord klimaat.

Ron Huser zit daar niet op te wachten. “De gemeente moet faciliterend zijn. Onze accommodatie is aan een opknapbeurt toe. Ik heb geen coaches nodig die ons gaan vertellen hoe dingen moeten. Daar hebben we eigen beleid voor.”

‘Geef ons ballen en hesjes en wij redden ons wel’

Dat drijft op voetbalvaders als Lugtenburg en Wouter Vermeule, beiden ook bestuurslid. In het verleden speelden ze samen in het eerste elftal, toen dat nog eerste klasse speelde. Die ervaring nemen ze mee naar de training van hun zoons. Lugtenburg: “Geef ons een paar ballen en hesjes en wij redden ons wel. In het verleden had de club die luxe niet.” Vermeule: “De grote vraag is hoe we dit momentum kunnen vasthouden. Het antwoord hebben we nog niet. We zijn nu bezig de jeugdtrainingen meer te stroomlijnen, zodat het hopelijk voor mensen met minder speelervaring ook mogelijk wordt om in te stappen.”

Alle twee zijn ze ervan overtuigd dat het belang van sportverenigingen groter is dan ooit. Vermeule: “Je leert grenzen kennen, van jezelf en van anderen. Zeker bij verlies.” Lugtenburg: “Een vereniging zorgt niet alleen voor sportieve baten, ook voor sociale. Samenwerken, hoe doe je dat? Dat is een maatschappelijk belang.”

Op het veld lukt dat bij GPC Vlissingen aardig, buiten de lijnen kan het beter. Ron Huser: “Een vereniging kan niet zonder vrijwilligers. Zij is niet van het bestuur of van één lid, maar van ons allemaal.”

Lees ook:

Voor de buurtsportcoach telt iedere zweetdruppel: Als wij er niet zijn, doen ze niets

Om Nederland weer in beweging te krijgen, wordt er steeds vaker naar buurtsportcoaches gewezen. Hoe werkt dat in de praktijk?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden