Sport en politiek

Sporters zijn pionnen in het ondoorzichtige machtsspel rond de boycot van Rusland

De Russische tennisser Daniil Medvedev mocht vorig jaar wel meedoen op Wimbledon maar dit jaar niet. Beeld ANP / AFP
De Russische tennisser Daniil Medvedev mocht vorig jaar wel meedoen op Wimbledon maar dit jaar niet.Beeld ANP / AFP

Een eenduidige lijn is niet te ontdekken in de sportboycot van Rusland. Willekeur regeert. In het verleden ging het vaak zo, wat sporters met veel verantwoordelijkheid opzadelt.

Esther Scholten

Timing kan beslissingen een extra lading geven. Vorige week jubelde de organisatie van het tennistoernooi van Rosmalen dat Daniil Medvedev, de nummer twee van de wereld, in juni naar Brabant komt. Op dezelfde dag maakte Wimbledon bekend dat Medvedev en andere Russen dit jaar niet welkom zijn, en Wit-Russen evenmin.

Ook deze week was er weer een veelzeggende samenloop van gebeurtenissen. Op dinsdag verdedigde de All England Club in Londen zijn besluit om individuele sporters, enkel vanwege hun nationaliteit, van het meest prestigieuze grandslamtoernooi te weren. “Wij moeten onze verantwoordelijkheid nemen en voorkomen dat Wimbledon gebruikt kan worden om het leed dat het Russische regime veroorzaakt goed te praten”, zei directeur Sally Bolton.

Geen uitzondering

Haar collegavoorzitter Ian Hewitt wilde ook geen uitzondering maken voor de spelers die een geschreven verklaring ondertekenen waarin ze afstand nemen van de Russische president Vladimir Poetin, een voorstel van de Britse minister van sport Nigel Huddleston. Hewitt: “Dan zou nog steeds het risico bestaan dat het succes van tennissers gebruikt wordt in de propagandamachine van Moskou. We weten dat dat regime een geschiedenis heeft waarin het sport inzet voor haar eigen doeleinden.”

Uitgerekend datzelfde etmaal stak Poetin aan de andere kant van Europa de loftrompet over Kamila Valieva, de jonge kunstrijdster die tijdens de afgelopen Winterspelen het middelpunt was van een dopingrel. De tiener won goud in de landenwedstrijd, maar mocht haar medaille niet ophalen hangende het onderzoek naar verboden middelen. Poetin gaf haar in Moskou een staatsprijs. “Het is onmogelijk om zo’n perfectie oneerlijk te bereiken”, verklaarde hij. “Door haar harde werk heeft zij van sport kunst gemaakt.”

De ceremonie ter meerdere eer en glorie van de Russische medaillewinnaars, en daarmee het land dat ze vertegenwoordigen, werd op televisie uitgezonden. Poetin benutte het moment ook om in te gaan op de sportieve boycot: na de inval in Oekraïne zijn Rusland en bondgenoot Wit-Rusland van veel sportevenementen uitgesloten en is er een streep gegaan door internationale wedstrijden die binnen de eigen landsgrenzen zouden plaatsvinden. “De geannuleerde wedstrijden moeten gecompenseerd worden door eigen, nieuwe evenementen. Dat kunnen we snel regelen en daar zullen we ook internationale atleten, clubs en teams voor uitnodigen.”

Niet naar Wimbledon, wel naar Roland Garros

Het zal interessant zijn om te zien wie daarop in gaan. Als deze mede door het Internationaal Olympisch Comité (IOC) geïnitieerde boycot iets duidelijk maakt, is het wel hoe verdeeld de sportwereld is. Er is niet een eenduidige lijn te ontdekken. Badminton sluit de Russen wel uit, het turnen weer niet, en zelfs binnen een en dezelfde sport – tennis in dit geval – worden verschillende standpunten ingenomen. Medvedev mag bijvoorbeeld in mei wél een balletje slaan op het grand slam van Roland Garros, als ‘neutrale’ deelnemer.

Het rommelige verloop van deze sportboycot is niet verrassend, vindt sporthistoricus Jurryt van de Vooren. In het verleden ging het vaak zo. Hij herinnert zich de uitsluiting van Zuid-Afrika, wegens het apartheidsregime. “In 1980 mochten sporters uit dat land niet meedoen aan de Olympische Spelen, terwijl de Paralympische Spelen ze wel wilde uitnodigen. Pas na grote politieke druk van de Nederlandse regering werden de accreditaties alsnog ingetrokken.”

Dat jaar was Moskou overigens de gastheer van de Olympische Spelen, toen nog de hoofdstad van de Sovjet-Unie. In de Koude Oorlog boycotte een groot aantal Westerse landen dat evenement. Nederland deed dat halfslachtig: wie wilde mocht gaan, wie gewetensbezwaren had stapte niet in het vliegtuig. Zo kon het dat de hockeysters thuis voor de televisie zagen hoe Zimbabwe bij hun afwezigheid goud won en hoe hun landgenoot Gerard Nijboer wel naar zilver liep op de marathon.

Maar de Paralympische Spelen, daar had Moskou geen trek in. Gehandicapten rijmden niet met de socialistische utopie. Daarom organiseerde Arnhem het sportieve feest voor mensen met een beperking, en had politiek Den Haag opeens een belangrijke stem in het uitnodigingenbeleid.

De Russen boycotten al zeventig jaar

Behalve de willekeur illustreert het voorbeeld van Zuid-Afrika ook de impact van een sportboycot, zegt Van de Vooren. “Dat land werd eerst sportief uitgesloten, daarna volgde pas een bredere boycot.” Hij noemt het saillant dat de Russen nu zo boos zijn om de huidige boycot, omdat zij deze tactiek ruim zeventig jaar geleden al gebruikten om landen uit de internationale gemeenschap te krijgen, of juist erin. “De DDR lieten ze bewust eerst lid worden van het IOC en wereldvoetbalbond Fifa. Daarna zouden de Verenigde Naties wel volgen.”

Zo zijn sporters pionnen in een machtsspel, zowel die uit Rusland en Wit-Rusland als hun tegenstanders. De Nederlandse voetbalsters weigerden deze maand voor de WK-kwalificatie tegen Wit-Rusland te spelen. Hun concurrent IJsland deed dat later wel. Sterspeelster Vivianne Miedema staat nog steeds achter de beslissing, ook al bestaat het risico dat de Europese bond Uefa Oranje er punten voor in mindering geeft.

“Binnen onze groep was het snel duidelijk: er móést een statement worden gemaakt”, schreef Miedema donderdag in haar column in het Algemeen Dagblad. “Veel speelsters zijn zich heel bewust van wat er in de wereld gaande is. We hebben veel meiden met een goede kop. Daarmee zetten we mensen aan het denken. Andere speelsters, maar ook fans. Daarom moeten we ons altijd blijven uitspreken.”

De beslissing wordt bij sporters gelegd

Wel voegt Miedema daaraan toe dat ze het moeilijk vindt dat die beslissing bij sporters wordt gelegd. “Wij vonden het nodig tegen Wit-Rusland, maar je wilt dat de hoogste internationale sportbonden daar zelf hun verantwoordelijkheid nemen. Los van alle andere belangen.”

Van de Vooren vindt die oproep van Miedema belangrijk. Te vaak wordt het aan de sporters overgelaten, zoals in 1980. Ook in 1972 na de aanslag in München op Israëlische deelnemers was er de keuzevrijheid. “Vier Nederlanders verlieten de Spelen. De rest bleef en kreeg nationale hoon over zich.”

De discussie rond deze boycot laat volgens hem, versterkt door de timing van sommige gebeurtenissen, goed zien hoe de internationale sportwereld functioneert. “Als in een prisma zie je de lijnen en kleuren lopen: wie neemt welke verantwoordelijkheid en hoever reikt welk gezag?”

Lees ook:

Kremlin zal smullen van jubelende Medvedev in Rosmalen

Mag je topsporters verantwoordelijk houden voor de wandaden van de politieke machthebbers omdat ze toevallig dezelfde nationaliteit hebben? Chef sport John Graat denkt van niet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden