Transpantatie en sport

Sporten na transplantatie verlengt levens

null Beeld
Beeld

Heel weinig getransplanteerden doen aan sport terwijl dat levensverlengend blijkt te zijn. De Stichting Sport en Transplantatie wil hen de huiver laten overwinnen.

Twintigduizend mensen in Nederland hebben een orgaan- of stamceldonatie ondergaan. Van hen doet doet slechts een fractie – zo’n vierhonderd – meerdere keren per week aan sport. Te weinig vertrouwen in het eigen lichaam, te weinig kennis bij sportverenigingen en te weinig stimulans vanuit de medische wereld zijn enkele oorzaken daarvan.

De Stichting Sport en Transplantatie wil daar nu iets aan doen. De stichting heeft zich ten doel gesteld het geschatte aantal sporters drastisch stijgt naar drie- tot vijfduizend. Want juist voor deze groep mensen kan de gemiddelde levensverwachting aanzienlijk verbeteren bij voldoende beweging. Na een transplantatie doet de gemiddelde mens vijftien jaar met zijn orgaan. Iemand die regelmatig beweegt, verlengt dat met gemiddeld vijf jaar. Ook helpt bewegen om bijwerkingen van medicijnen te onderdrukken, wat de kwaliteit van leven verbetert.

Om sporten veel meer te gaan promoten werd Stichting Sport en Transplantatie afgelopen maand toegelaten als lid van sportkoepel NOC-NSF. Een belangrijke stap voor de door vrijwilligers gerunde organisatie met 120 leden. Het lidmaatschap maakt de contacten met sportbonden veel eenvoudiger en het aanvragen van Europese subsidies mogelijk. “Deze steun in de rug van de grootste sportfamilie van Nederland is heel mooi”, zegt Peter van Maurik (57), bestuurslid van Stichting Sport en Transplantatie.

Iedere getransplanteerde moet kunnen sporten

De stichting hield zich tijdens haar twintigjarig bestaan tot dusver vooral bezig met de voorbereiding op de World Transplant Games, het WK voor getransplanteerden dat elke twee jaar plaatsvindt. In 2019 reisde Nederland nog met zestig sporters af naar Newcastle.

Met de toetreding tot NOC-NSF wordt het doel breder: mogelijk maken dat iedere getransplanteerde kan gaan sporten. Uiteindelijk moet er voor iedereen met een orgaan-of stamceldonatie binnen veertig kilometer een sportmogelijkheid zijn. De stichting wil als koepelorganisatie vooral sportverenigingen adviseren: hoe om te gaan met mensen met een stamcel- of orgaandonatie.

Dat er maar zo weinig mensen met een donororgaan sporten, heeft verschillende oorzaken. Getransplanteerden hebben een relatief hoge leeftijd (veertig jaar); dan neemt ook in de rest van de Nederlandse bevolking de sportfrequentie af. Daarnaast zijn getransplanteerden vaak op jonge leeftijd ziek geworden, waardoor de ervaring met sport ontbreekt. Toch zijn er volgens de stichting nu zo’n vijfduizend mensen die voldoende belangstelling hebben om te gaan sporten. Zij lopen weer tegen andere problemen aan. Eerst moeten zij het vertrouwen in het eigen lichaam terugvinden. Ook hebben ze na een orgaan- of stamceldonatie eerst een lange herstelperiode. Na weken, maanden en soms jaren in het ziekenhuis, is er bijna geen spiermassa meer over. Om op hetzelfde spierniveau te komen als voor de opname, staat een tot drie jaar. “Voor elke week die je in het ziekenhuis ligt, heb je een maand nodig om te herstellen”, weet Van Maurik, die in 2015 zelf een donorhart kreeg. “En gewoon een sportschool binnenlopen kan bijna niet. Om van zo’n laag niveau je spiermassa terug te bouwen, heb je kennis nodig.”

Weinig aandacht voor beweging

Revalidatieklinieken schieten daarbij tekort. Iemand wordt geholpen om zelfstandig boodschappen te kunnen doen, maar niet om dertig kilometer te wandelen. “Dat moet je zelf uitvogelen”, zegt Van Maurik. Voor voldoende beweging is überhaupt weinig aandacht vanuit de medische wereld. Sport en Transplantatie zet nu in op gezamenlijke wandelingen bij ziekenhuizen. Vier van de acht Nederlandse transplantatiecentra hebben het revalidatietraject inmiddels al uitgebreid een wandelprogramma. Van Maurik: “Als je al wandelend op een goed niveau komt, kun je daarna gaan sporten.”

Dat sporten gebeurt meestal bij reguliere sportverenigingen. Maar ook als getransplanteerden zich daar eenmaal hebben aangesloten, ervaren zij nog drempels. Kennis over goede trainingsvormen ontbreekt vaak. De stichting wil de verenigingen daarbij gaan helpen.

Lees ook:

Column: Waarom ik toch orgaandonor word

Beslissen wat er met mijn organen gebeurt na mijn dood is een onderwerp dat ik vaak heb vermeden, schrijft Babah Tarawally.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden