ReportageSport in coronatijd

Sporten in coronatijd is als vrijen zonder liefde

Trainingsavond van de mannen en vrouwen van volleybalclub Sovicos uit Den Haag. De ‘soms malle’ coronaregels worden op de koop toegenomen.Beeld Phil Nijhuis

Amateurclubs zijn blij, ze mogen weer sporten, maar hoe gaat dat? Bovenop de spelregels komen nu de coronaregels en dat valt niet altijd mee, zeker niet in de sporthal binnen, zo blijkt. Covid-19 doet teams ook vaker dan anders uitvallen bij wedstrijden. 

Het doffe geluid van de vlakke hand tegen de bal bij de opslag. De iets minder luide resonantie bij de opvang aan de andere kant van het net. Het hoge, piepende geluid van sportschoenen op de gladde vloeren. De compositie van geluiden klinkt deze woensdagavond in een verder lege Haagse sporthal voor de volleyballers van Sovicos als een volmaakte symfonie. 

Akkoord, het is even wennen met coronaregels die als muizenissen in de hoofden van de spelers zitten. Het verbod op juichen na een lekkere actie. Geen handjeklap na het maken van een punt. En, oh ja, niet vergeten de ballen na afloop van de training stuk voor stuk te ontsmetten. En toch. Alles beter dan die maanden van oorverdovende stilte.

Jette Bekking en Wendela Wortman zijn speelsters van het eerste damesteam, dat uitkomt in de eerste klasse. Als de coronacrisis beiden iets bracht, is het wel de ontdekking hoe diepgeworteld de liefde voor hun sport blijkbaar is. “Ik ben als een kind zo blij dat ik na 3,5 maand eindelijk weer uit dat zwarte gat ben gekropen”, zegt Bekking. “Met mijn ploeggenoten op het veld staan, samen spelen, je hebt geen idee hoe ik dat heb gemist. Al die soms malle regels waar we aan gebonden zijn neem ik graag op de koop toe. Het is alleen jammer dat ik geen idee heb hoelang we nog kunnen spelen. Het kan zomaar ineens weer voorbij zijn.”

Er ontbreekt iets

Bij Sovicos, dat zich graag afficheert als ‘de gezelligste club van Den Haag’, vormt de zogeheten derde helft een wezenlijk onderdeel van het spel. Een goede avond in de kantine, bij voorkeur tot een uur of drie ’s nachts, telt even zwaar als een overwinning binnen de lijnen. Nu de met alcohol doordrenkte nachten noodgedwongen korten en om twaalf uur onverbiddelijk het licht aangaat, verandert er ook iets wezenlijks binnen de club. “De beleving is anders. Er ontbreekt gewoon iets”, zegt Wortman.

Dat geldt overigens ook voor het spel op zich, haast ze te benadrukken. “Ik floot laatst een wedstrijd waarbij beide teams zich heel strikt aan de regels hielden. Het zag er werkelijk niet uit.”

Geniet er maar van zolang dat kan, luidt Bekkings credo nu. Ook al is het soms behelpen en zijn de regels waar de speelsters van Sovicos net als die miljoenen andere sportbeoefenaren in Nederland aan gebonden zijn in haar ogen soms even curieus als inconsequent. “In het veld mogen we wel bovenop elkaars lip staan, maar is het verboden om een punt met een high five te vieren. En zodra de wedstrijd voorbij is, wordt er streng op toegezien dat we ineens weer 1,5 meter afstand tot elkaar houden. Leg dat maar eens uit.” Wat ze eigenlijk bedoelt te zeggen: “Ik had van de volleybalbond graag meer duidelijkheid gekregen over het hoe en waarom van de regels.”

Bij volleybal mag je wel kort op elkaar staan, maar geen high fives uitdelen.Beeld Phil Nijhuis

Placeren en compartimenteren

Wie de websites van nationale sportkoepel NOC-NSF en grote sportbonden bezoekt, verdwaalt onherroepelijk in een woud van aanbevelingen en verboden om het gevaar van Covid-19-besmetting zo klein mogelijk te maken. Niet alleen zijn het veelal voorschriften die in de praktijk in het vuur van het spel nauwelijks te handhaven zijn, er lijkt tussen sporten ook sprake van willekeur.

Vaak gebezigde woorden als respect en fair play hebben plaats­gemaakt voor nieuwe begrippen als placeren en compartimenteren, zo valt op de site van NOC-NSF te lezen. Toeschouwers, maximaal 100 bij een indoorsport en 250 langs velden in de buitenlucht, mogen alleen op een vaste stoel ‘geplaceerd’ worden in een strikt afgebakende ruimte. Bij onvoldoende zitplaatsen dient een bezoeker zijn eigen klapstoel mee te nemen. In sporthallen met meerdere velden mogen toeschouwers niet door het gebouw lopen en dienen zij uitsluitend in hun eigen ‘compartiment’ te blijven. Sporters die zich tijdens trainingen of wedstrijden langer dan 15 minuten binnen een straal van 1,5 meter van een teamgenoot met coronaklachten hebben begeven, dienen in thuisquarantaine te gaan voor de duur die de overheid voorschrijft.

Voor voetbalbond KNVB vallen spelers uit hetzelfde elftal in de categorie ‘overige niet nauwe contacten’ en gelden er om die reden binnen de lijnen geen restricties. Waar in het veld lichamelijk contact is toegestaan, gelden op de reservebank en tijdens rustmomenten evenwel weer heel strikte regels. Niet alleen dient te allen tijde de 1,5 meter afstand in acht te worden genomen, teamofficials moeten om redenen van veiligheid plaatsnemen achter de omheining. Het opleggen van sancties bij het overtreden van de wettelijke voorschriften ligt niet in handen van de KNVB, maar is voorbehouden aan de ‘bevoegde instanties’. Bij het zaalvoetbal gelden weer andere normen. Daar is de gemeente als eigenaar en exploitant van de accommodatie verantwoordelijk voor controle en handhaving van de coronamaatregelen. Bij overtreding van de regels volgt uitsluiting van competitie.

Ook voor toeschouwers gelden strikte regels.Beeld Phil Nijhuis

De essentie van sport

In het basketbal zijn de twee arbiters verantwoordelijk voor het naleven van de coronaregels op en rond het veld. Het overtreden van de richtlijnen, bijvoorbeeld wanneer er wordt gejuicht of gezongen op de tribune, kan leiden tot staken van een duel. Voor het overige is de rol van de leidsman door de Nederlandse Basketball Bond gemarginaliseerd. Zo wordt scheidsrechters ontraden om tijdens wedstrijden balcontact te maken. Anders dan door de bal op te gooien wordt deze na een overtreding op de grond gelegd en ‘in leven gebracht’ na mondelinge toestemming van de scheidsrechter.

De maatregelen zijn begrijpelijk en moeten verdere besmettingen voorkomen. Veel volwassen recreatieve teamsporters zijn tussen de 20 en 35 jaar en vooral in die leeftijdscategorie grijpt het virus danig om zich heen. Maar de manier waarop vrijheden en emoties in het veld nu worden ingedamd doet wel afbreuk aan de essentie van sport, meent sportfilosoof Ivo van Hilvoorde. Het is als koken zonder zout of een vrijpartij zonder liefde. Aangenaam tijdverdrijf dat aan het einde van de rit net de sjeu mist die het zo bijzonder maakt.

“Sport bestaat bij de gratie van sociale structuren waarbij het handelen onproblematisch hoort te zijn. De spelregels horen de obstakels te zijn, nu komen daar plots allerlei regels als extra hindernis bij. Die doen geen recht aan het wezen van sport bedrijven”, zegt Van Hilvoorde, verbonden aan de Vrije Universiteit en Hogeschool Windesheim. 

Competitie-element niet schrappen

Hoezeer het op de velden ook een kwestie is van behelpen, Van Hilvoorde is er geen voorstander van om het competitie-element te schrappen nu onzeker is of en in welke vorm een seizoen wordt voltooid. “Het model zonder ranglijsten wordt in het jeugdvoetbal gehanteerd en stuit op veel weerstand. Het opmaken van standen behoort net zo goed tot de essentie van sport als het uiten van emoties. Het is de kurk waarop sport drijft. Besluit iemand van bovenaf af te zien van het hanteren van ranglijsten, dan zijn spelers en clubs inventief genoeg om zelf een stand bij te houden.”

In een tijd waarin de georganiseerde sport met handen en voeten aan regels is gebonden, bespeurt Van Hilvoorde een duidelijke verschuiving. Kijk naar alle hardlopers en wandelaars, de toenemende hoeveelheid jeugd in skateparken, zie hoeveel jonge vrouwen op een racefiets stappen, zegt hij. “Er is sprake van sterke individualisering. Het gaat van formeel naar informeel sport beoefenen. De vraag is alleen of het beklijft. Misschien blijkt het een tijdelijke trend en keren mensen straks weer terug naar hun club. De tijd zal het leren.”

Meer nog dan de restricties binnen de lijnen beschouwt hij de beteugeling van de toeschouwersaantallen in sporthallen en stadions als groot gevaar voor de toekomst van de sport. “De reactie van het publiek is in veel sporten een wezenlijk onderdeel van de ervaring. Ik zie op televisie ook liever een wielrenner een bomvolle Alpencol opfietsen dan een verlaten bergje in het Drentse landschap, zoals tijdens het NK.”

Aan de andere kant: “Sport is van een maatschappelijke waarde die niet onderschat moet worden. Als ik door de bril kijk van iemand die niets om sport geeft, kan ik me wel voorstellen dat er vraagtekens worden gezet bij de huidige gang van zaken. In theaters en kroegen gelden andere regels dan op het sportveld. Er is sprake van inconsequent overheidsbeleid en dat is moeilijk te verkopen.”

Roodgekleurde veiligheidsregio

In de kantine van Sovicos treft Van Hilvoorde in Matthijs Schoenmaker een medestander waar het zijn kritische kanttekeningen aan het adres van de overheid betreft. Als speler van Heren 1 en secretaris van de club heeft hij alle begrip voor de maatregelen die in acht moeten worden genomen. Het gebrek aan consistentie stuit hem evenwel tegen de borst. “Omdat wij in een oude hal spelen, mogen wij vijftig toeschouwers toelaten. Maar 2 kilometer verderop, in Rijswijk, is helemaal geen publiek toegestaan. De protocollen wijzigen bij de gemeentegrenzen. Dat iedere club en elke hal zijn eigen regels hanteert, valt aan veel leden van onze club niet uit te leggen.”

Als vereniging uit de rood­gekleurde veiligheidsregio Haaglanden ontkomt ook Sovicos niet aan de gevolgen van Covid-19. Vanavond had Schoenmaker in de Promotie­klasse eigenlijk moeten aantreden tegen SKC, een studentenclub uit Leiden. Een positief geteste speler bij de opponent betekende een streep door dat duel. Om diezelfde reden vindt ook de wedstrijd van Sovicos Heren 3 dit weekeinde geen doorgang.

Gebrek aan voorlichting

De afgelastingen onderstrepen volgens Schoenmaker wel de urgentie van alle verordeningen. Het ontbreekt in zijn optiek echter aan voorlichting. “De meeste leden van onze vereniging hebben geen idee waarom ze in en buiten het veld doen wat ze van hogerhand moeten doen. Het zou de taak van het ministerie van VWS of sportkoepel NOC-NSF moeten zijn om aan al die miljoenen mensen uit te leggen waarom de protocollen zo zijn opgesteld. Nu worden er van boven naar beneden maatregelen verordonneerd, maar ontbreekt het aan de onderkant aan adequate verspreiding van de boodschap en blijft begrip uit.”

Schoenmaker denkt dat de oplossing eenvoudig is. “In vrijwel iedere sportkantine of clubhuis hangt vandaag de dag een groot televisiescherm. Laat de overheid een voorlichtingscampagne starten en verenigingen verplichten de hele middag en avond een spotje over het hoe en waarom van de maatregelen uit te zenden. Wat mij betreft tot vervelens toe. Betere voorlichting zou een hoop ergernis en onwetendheid onder sporters voorkomen. Zoiets zet meer zoden aan de dijk dan welke persconferentie van Mark Rutte en Hugo de Jonge dan ook.”

Lees ook:

Beachvolleybal als proeftuin in crisistijd: ‘Het is net een gladiatoren-arena'. 

Het beachvolleybaltoernooi King of the Court geldt als een testcase: is er een rendabel sportevenement met publiek te organiseren dat coronaproof is?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden