null Beeld
Beeld

ColumnAntal Crielaard

Soms vergeet je even dat er ook een thuis is

Het kan zomaar ineens komen, het besef dat er ook een thuis is.

Als olympisch verslaggever word je tijdens de Spelen langzaam maar zeker een koker in gezogen, waarvan de buis steeds nauwer wordt. Opstaan, ontbijten, bus in – en nog één, en nog één – inchecken op locatie, sport kijken, interviewen, stuk tikken en dan op naar een volgend evenement. Zelfde riedeltje nog een keer. Werkdagen van zestien uur zijn eerder regel dan uitzondering.

Het mooie: daar merk je heel weinig van als je op de Spelen bent. Er kan immers altijd nog een stuk geschreven worden. De verhalen liggen voor het oprapen. En de kranten en websites zijn onverzadigbaar. Eens in de vier jaar wint de sport.

En dan dit beeld.

Een verslaggever van een concurrerende krant slaat om half twee ’s nachts – de laatste collega’s zijn zojuist gearriveerd na een gouden onderonsje met Sifan Hassan - plots verschrikt de ogen op, grijpt in zichtbare paniek zijn telefoon. En zegt: “Shit, mijn dochter. Ik moet mijn dochter bellen.” Het meisje had eerder op de dag contact gezocht, maar het kwam niet uit. In de race naar de deadline kan het je ontglippen. Zeker in de derde week van de Spelen.

Gelukkig hebben we hier het voordeel van de tijd. En de diepe Japanse nacht is de vooravond in Nederland. Het meisje neemt meteen op, het gezicht van de verslaggever ontspant, en verzacht. Er zijn relaties gesneuveld om minder.

Je kunt het thuis tijdens de Spelen eenvoudig vergeten, omdat die smalle olympische koker je nu eenmaal opstuwt naar steeds een nieuw moment. En in het beste geval weet thuis dat ook wel, wordt er rekening mee gehouden.

En toch. Sommige dingen mag je niet vergeten. Al dagen rinkelt mijn interne agenda. Onrustig weet ik dat me één ding zeker niet mag ontglippen. Ik hoop dus ook dat ik vandaag niet pas om half twee ’s nachts opschrik, in de wetenschap dat ik iets vergeten ben. En gebeurt dat alsnog, dan hoop ik dat ze dit stukje leest.

Mijn dochter wordt vandaag 16. Zestien! En ik ben 9295 kilometer verderop. En ja, dan komt het, dat besef dat er ook een thuis is.

Gefeliciteerd, lieverd. (Volgende week krijg je een georigamiede kraanvogel.)

Lees ook:

Zelfs na haar gouden race blijft de aureool van eenzaamheid om Sifan Hassan hangen

Zoals ze daar zit, een klein bultje atleet onder de Nederlandse vlag. Het rood bedekt haar hoofd. Het wit haar rug. Het blauw haar benen en haar billen. Zo begint de column van Marijn de Vries over Sifan Hassan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden