ColumnHenk Hoijtink

Slot maakt het nooit nodeloos ingewikkeld

Ik had een kritische column over een voetbaltrainer geschreven – het kan over Mark van Bommel zijn gegaan, die het bij PSV zo merkwaardig anders deed dan Phillip Cocu, maar misschien ook over Erik ten Hag, de trainer van Ajax die ik niet altijd kan volgen. Iemand vroeg me waarom ik dan niet een stukje schreef over Arne Slot, de trainer van AZ, dat zou eens iets positiefs kunnen zijn.

Dat doe ik nu graag. Ja, ook na de nederlaag van AZ deze week in het bekertoernooi tegen NAC, een eerstedivisieclub – of eigenlijk misschien juist daarom. Ik schreef nog niet over hem, omdat ik het te vroeg vond. Aan een praattafel, niet zo lang geleden, werd me gevraagd of PSV Arne Slot niet moest nemen. Zo’n vraag wordt zomaar gesteld, dat is deze tijd, maar ik vind dat dus te vroeg. Hij heeft het bij AZ net een half jaar leuk gedaan.

Even in korte lijnen wat voorafging. Arne Slot, zo begon het enkele jaren geleden rond te zingen, was een jonge, ambitieuze, leergierige, consciëntieuze trainer – type: aardige voetballer geweest, niet goed genoeg voor de top, eentje die des te meer moest nadenken over het spel en die zo toegewijd was om dat te doen. Hij werd bij AZ assistent van John van den Brom. In het hokjesdenken van de voetbalwereld was het beeld gauw geschetst: de fidele Van den Brom was er om spelers te raken met een arm om de schouder, Slot (type bes­te jongetje van de klas op de cursus) om de strategie te bedenken.

Zo is het natuurlijk niet gegaan. Zo werk je niet twee jaar samen zonder openlijke wanklank, zonder dat de een zich toch tegen de ander gaat afzetten. Dat ze zo samenwerkten, zei iets over de sociale lenigheid van Van den Brom, die we daarvan kenden, maar ook over die van Slot – meer, concludeerde ik, dan de theoretische voetbaldenker waarvoor zo eentje in het hokjesdenken gauw wordt gehouden.

Wat hij zegt, vloeit. Het is van A tot Z begrijpelijk

Nu is hij hoofdtrainer, en AZ voetbalt leuk, meestal dan. Even leuk is de presentatie van de trainer. Natuurlijk trekt hij goede lijnen, het spel is niet zomaar zo leuk, maar wat hij uitstraalt en zegt: maak het niet te groot.

Slot denkt goed na over wat hij doet, zonder enige twijfel, maar hij praat nooit nodeloos ingewikkeld over voetbal, nee, wat hij zegt vloeit, het is van A tot Z begrijpelijk. In het Algemeen Dagblad zei hij onlangs: “Ik lees wel eens doorvlochten analyses van voetbalhipsters van ons spel waarvan ik denk: oh, ik wist niet dat we dat op die manier deden”.

Voetbalhipsters zijn jongens die tegenwoordig vanaf hun zolderkamers voetbal als een volledig te regisseren lijnenspel voorstellen, die in hoofden van trainers denken te kunnen kruipen, die Slot als, denken ze, een van de hunnen hoog hebben zitten – en Slot zelf glimlacht er zo om. Hij kan sturen wat hij wil, maar hij weet dat het kan, van NAC verliezen.

In het Noordhollands Dagblad zei hij: “Ik maak spelers niet beter als individu, ik leer ze niet hoe ze een man moeten passeren. (…) Nee, ik moet zorgen dat het team dusdanig goed samenwerkt dat ze elkaar sterker maken.” Uit alle inwisselbare voetbalinterviews blijft zoiets je bij: zo simpel, en zo ontzettend waar – in een wereld waarin, hoe bekrompen, van trainers wordt gedacht en gevraagd dat ze spelers beter moeten en kunnen maken.

Ajax-trainer Ten Hag stak bij ‘Rondo’ op Ziggo weer de gezwollen Ajax-mantra af: dat nieuwe spelers moeten wennen aan het Ajax-spel – alsof dat zo moeilijk zou zijn, en niet voor goede voetballers juist het makkelijkste. Waar hij ook terechtkomt, zoiets zal, denk en geloof ik voorlopig, Arne Slot nooit zeggen.

Redacteur Henk Hoijtink bespreekt in zijn columns de voetbalwereld. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden