Skatepark Urban Sport Zone in Amsterdam.

Skatecultuur

Skateboarden: liever een vette truc op Insta dan een gouden plak

Skatepark Urban Sport Zone in Amsterdam. Beeld Patrick Post

Skateboarden is hip, zeker ook in coronatijd. Vrijdag werd het grootste park van Nederland geopend. Bovendien debuteert skateboarden volgend jaar op de Olympische Spelen. Puristen vinden dat het ten koste gaat van ‘hun’ subcultuur.

Het is dan weliswaar coronatijd, maar op deze vrijwel onbewolkte zaterdag kan men op het skatepark van het Zeeburgereiland in Amsterdam over de hoofden lopen. Er zijn honderden kinderen, jongeren en volwassenen die omstebeurt de nieuwe hindernissen van het pas geopende park willen bedwingen. Af en toe klinkt er applaus, een eerbetoon aan diegene die een mooie truc laat zien.

Sinds vrijdag is dit park officieel geopend en het is gelijk het grootste skatepark van Nederland. Ruim 3800 vierkante meter gewapend beton, midden in een nog af te bouwen woonwijk. Kosten: twee miljoen euro. Opvallend zijn naast de trappen en de ramps om vanaf te sliden ook de diepe kuilen. Bowls worden die genoemd, als synoniem voor een zwembad. De sport kent haar ontstaansgeschiedenis in lege zwembaden in Amerika, waar de eerste pioniers in rondreden.

De spannendste bowl is die van 3,5 meter diep. Wie aan de rand staat, krijgt toch knikkende knieën, zo merkte ook Stan Postmus, de initiator van het park. Jonge fanatiekelingen die zich er deze zaterdag aan wagen, komen er alleen met hulp van vriendjes uit. De rand van de kuil is bijna twee meter boven hun hoofd.

Postmus, die ooit zelf nog in het bedrijf werkte van de wereldberoemde skater Tony Hawk (wiens videogames de sport vanaf eind jaren negentig bekendmaakten bij een heel breed publiek), kon vrijdag na lange tijd eindelijk een rondje over ‘zijn’ park maken. Het was een proces van zeven jaar, vertelt hij. Maar, zo zegt hij, de oplevering past wel in een ontwikkeling. Skaten – zowel inline-skaten, skateboarden als BMX’en – is populairder dan ooit.

Skatepark Urban Sport Zone in Amsterdam. Beeld Patrick Post

In zijn motivatie voor de Amsterdamse gemeenteraad eind 2013 stelt hij dat er in Amsterdam vijftigduizend urban sporters waren, bijna evenveel als Amsterdamse leden van de voetbalbond KNVB. Dat cijfer kwam van de gerenommeerde sportonderzoeksinstantie het Mulier Instituut, dus daar kon de gemeenteraad niet omheen. Postmus kreeg ‘zijn’ park.

Door het hele land skateboarden ongeveer drie- tot vierhonderdduizend mensen, is de schatting van de Skateboarding Federatie Nederland. Een aantal dat in de coronacrisis overigens toeneemt. Zij hebben hun eigen lifestyle, gebruiken en manieren. Het skaten is toch nog steeds ‘underground’, zegt Candy Jacobs, een van de beste Nederlandse skateboarders. Het is een cultuur ook waarin niemand zich laat vertellen wat te doen. “Ik had er al moeite mee als iemand zei dat ik één bepaald trucje moest doen. Dat deed ik dus gewoon niet.”

Maar sinds vier jaar is dat wereldje in beroering gebracht. Er is veel onverschilligheid, maar ‘de skatecultuur’ moet in een rap tempo professionaliseren, omdat het Internationaal Olympisch Comité skateboarden heeft toegevoegd aan het olympisch programma. Volgens het IOC zit de sport vol actie en sluit het skateboarden uitermate goed aan bij een nieuwe, jonge doelgroep.

Giga-snelkookpan

Nederland had ondanks de onverschillige houding van veel skaters serieuze plannen om deel te nemen aan de Spelen. En opvallend genoeg zou Nederland in Tokio dit jaar met een relatief grote delegatie aantreden, als het coronavirus er niet was geweest. Een overvloed aan talent zorgde ervoor dat van de twintig vrouwen op de Spelen er drie uit Nederland actief zouden zijn: Jacobs (30 en nummer vijf van de wereld), Roos Zwetsloot (19) en Keet Oldenbeuving (de pas vijftienjarige ‘Skeetkeet’, die in veel media haar verhaal mocht doen).

Skatepark Urban Sport Zone in Amsterdam. Beeld Patrick Post

Een toevalstreffer? In ieder geval nog niet het resultaat van een jarenlang talentenprogramma. Want toen in 2016 het IOC skateboarden toevoegde als olympisch onderdeel, was Nederland zo ver nog niet. Binnen drie jaar moest een volledige structuur uit de grond worden gestampt. Het was een ‘giga-snelkookpan’, zegt Nynke Lely, voorzitter van de Skateboard Federatie Nederland. “Skateboarden is een nieuwerwetse sport in een old school wereld, zonder looproute die al honderd jaar wordt bewandeld. Er was geen internationale federatie, alleen lokale infrastructuur van mensen die in skateparken individueel of als klein groepje bezig waren.”

In 2016 organiseerde de toenmalige nationale stichting (waar Postmus sinds 2002 een van de initiatiefnemers en jarenlang voorzitter van was) wel een drukbezocht Nederlands kampioenschap. Maar er moest een schepje bovenop om echt te praten over topsport. In 2017 veranderde de stichting in een federatie. Bovendien werd die federatie aspirant-lid van sportkoepel NOC-NSF. Er was zo weinig geregeld dat de sportkoepel zelfs regels moest aanpassen omdat een sport zonder historie en structuur in eerste instantie niet in aanmerking kwam voor subsidie. Lely: “Uiteindelijk begonnen we met kanshebbers voor de Spelen. Het was niet lukraak, maar wel autodidact. En met onze partners.”

Inmiddels is de SFN sinds november volwaardig lid van NOC-NSF en is aan de top een structuur zichtbaar, al is slechts een heel beperkt groepje écht bezig met topsport. In de focusgroep, de top van de top, zitten vier skaters. De drie vrouwen plus Douwe Macaré. Er is een tiental talenten en een aantal pro riders bij de heren. Het park in Amsterdam speelt in dat topsportbubbeltje overigens (nog) geen rol. Er wordt door de topgroep nog niet getraind, maar volgens Lely zijn er wel gesprekken. Den Haag heeft een skatepark met internationale allure (kosten: een miljoen euro) en in Noord-Brabant hebben vijf steden zich verenigd om in de regio een ‘skate-Mekka’ te maken.

Nukkig

Toch is niet iedereen fan van professionalisering, niet alleen in Nederland. De besten ter wereld stonden lange tijd nukkig tegenover toetreding tot de Spelen, bang als ze waren voor het verdwijnen van ‘hun’ subcultuur. Zo vertelde Macaré twee jaar geleden nog in Trouw dat de Spelen de skateboarders harder nodig heeft dan andersom. Voor hem, en voor een oudere generatie skateboarders, was het wennen dat een sport die zich altijd heeft geprofileerd met een counter culture ineens op een evenement te zien is dat bij uitstek bedoeld is voor de massa.

Skatepark Urban Sport Zone in Amsterdam. Beeld Patrick Post

Inmiddels is hij wel om, maar zijn gedachte wordt nog steeds breed gedeeld. Bij een kleine, niet-representatieve steekproef onder twintig mensen op het park in Amsterdam bleek zaterdag dat een gouden medaille minder aanslaat dan een toffe truc op Instagram of een geslaagde actie op de onder extreme sportliefhebbers populaire Amerikaanse X Games. Postmus: “Wanneer jij een vette truc op Insta kwakt, geeft dat meteen veel meer aanzien dan een hoge placering bij een wedstrijd.” Jacobs: “Onder skaters krijg je toch het meeste respect door je skate-skills.”

De vergelijking gaat op met de toetreding van het snowboarden in 1998 tot de Winterspelen. Destijds deden in Nagano ook vrijgevochten jongelui mee aan het evenement, die leefden volgens hun eigen culturele standaarden. De winnaar van de allereerste olympische reuzenslalom, Ross Rebagliati, testte na afloop positief op marihuana. Het leidde tot diskwalificatie, een dag in een cel en in veel landen tot nieuwsberichten. “Het hoort bij de manier waarop snowboarders leven”, liet de toenmalige voorzitter van de Snowboard Union Nederland optekenen in Trouw.

Nu is marihuana niet een vast onderdeel van de skatewereld, maar een eigengereid karakter wel. Bij de skatecultuur hoort bovendien muziek, fotografie en kunst. Postmus: “Je kan een prima carrière hebben zonder ook maar aan één wedstrijd mee te doen.” Tekenaar Leon Karssen verkoopt zijn kledingmerk inmiddels in skatewinkels in onder meer China, Vietnam en Japan. Zijn kenmerk: shirts met een blauwe kat erop getekend. Op Instagram heeft hij al meer dan 140.000 volgers. Allemaal vanwege het skateboarden. Maar Karssen hoeft niet zo nodig prijzen te winnen. Dat hij met zijn plankje elke dag kan rijden, is zijn voldoening. “Je moet niet vergeten dat skateboarden juist voor solisten is. Individueel, maar toch samen. Creatief en toch sportief. Dat hoort bij het skatepark.”

Skatepark Urban Sport Zone in Amsterdam. Beeld Patrick Post

Candy Jacobs kijkt heel anders naar de topsportontwikkelingen. “Ik zag kansen. Voor mij is het een mogelijkheid om van mijn hobby te leven. En wie weet opent het deuren voor later. Ik kan makkelijker binnenkomen als ik zeg dat ik topsporter ben, dan als ik zeg dat ik skateboarder ben.”

Toch had ook zij het in het begin wel moeilijk. Haar leven werd door de Spelen aan de horizon in één keer vastomlijnd. Ze moest telkens hetzelfde doen in haar trainingen. Iets wat bijna onmogelijk is voor iemand die haar hele leven lang ‘vrij’ was, vertelt ze. Inmiddels is ze een van de atleten met een A-status van NOC-NSF. Dit garandeert een vast inkomen. Ze is een echte topsporter. “Al voel ik me totaal niet zo.”

Een omwenteling

Verandering komt er toch wel, denkt Jacobs, die haar eigen skatepark in Venlo heeft. Een nieuwe generatie van skateboarders zal veel minder star tegen professionalisering aankijken. Tot die tijd maakt zij deel uit van een omwenteling, of, beter gezegd, een extra stroming in de subcultuur. “Dat is ook wel heel erg gaaf.”

Nynke Lely van de SFN wil de komende tijd ook de breedtesport meer aandacht geven. “Het was racen naar de Olympische Spelen, maar nu kunnen we samen met de skateboardparken praten over opleidingen voor trainers en gave producten voor skateboarders. De software, noemen we dat. Dat is bijna af. De coronacrisis heeft eindelijk de tijd gebracht die nodig was om een beleidsplan op te stellen. We begonnen met de Spelen, en werken nu omlaag.”

Skatepark Urban Sport Zone in Amsterdam. Beeld Patrick Post

De hardware, dat zijn de skateparken zelf. En dat er in Amsterdam nu een gigapark is, komt volgens Lely en Jacobs de sport en de cultuur alleen maar ten goede. Jacobs: “Want de gemeenschap is toch de basis. Als je een skateboard pakt en op het park iemand tegenkomt, heb je er gelijk een vriend bij.”

In Amsterdam ging het in het openingsweekend misschien wel te goed. Het was er ondanks de coronamaatregelen erg druk. Maar, zoals het ook klonk: “Wat ontzettend lijp om hier te zijn!”

Lees ook: 

Kom niet aan de skatecultuur

De sport die vooral werd geassocieerd met hangjongeren, is in 2020 voor het eerst op de Olympische Spelen te zien. Dat creëert mogelijkheden, maar niet alle skaters zijn enthousiast.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden