Voetbal

Sherida Spitse speelt deze week haar 200ste interland. ‘Misschien kan ik nog wel zes jaar mee’

Sherida Spitse op het trainingsveld van de KNVB campus in Zeist.  Beeld Pro Shots / Remko Kool
Sherida Spitse op het trainingsveld van de KNVB campus in Zeist.Beeld Pro Shots / Remko Kool

Sherida Spitse, al zestien jaar international, speelt vrijdag haar 200ste interland. ‘Het is niet niks en ik ben er ook wel trots op.’

Fred Buddenberg

Het is 31 augustus 2006. De Nederlandse voetbalvrouwen spelen in The Valley, het stadion van Charlton Athletic, een WK-kwalificatiewedstrijd tegen Engeland. Bondscoach Vera Pauw heeft een basisplaats ingeruimd voor Sherida Spitse, 16 jaar jong en bij SC Heerenveen net overgekomen van een jongensteam. Het is het begin van een indrukwekkende interlandcarrière voor de nu 32-jarige Friezin. Vrijdag draagt ze in een oefenduel met Engeland in Leeds voor de 200ste keer het Oranje-tricot.

Spitse kan zich nog wel iets van haar eerste wedstrijd in het Nederlands team herinneren, vertelt ze na een training in Zeist. “Ik dacht dat ik niet zo zenuwachtig was, maar toen ik op het veld stond was dat wel zo. Niet zo gek, je bent 16 en maakt je debuut tegen Engeland in best een vol stadion. Ik werd voor de leeuwen gegooid, maar dat vond ik ook wel mooi. Het was een pittige wedstrijd. Ik weet nog dat ik vooral achter mijn tegenstander aanliep.”

Bij haar debuut zat vrouwenvoetbal in heel andere fase

Het leeftijdsverschil met een aantal ploeggenoten was destijds enorm. De keepster uit die tijd, Marleen Wissink, was 21 jaar ouder dan de jonge Spitse. En het vrouwenvoetbal zat in een totaal andere fase dan nu. “Die generatie hadden we ook nodig om te komen waar we nu staan”, zegt Spitse. “Dat moeten we niet vergeten. Zij hebben in die tijd ook veel in het vrouwenvoetbal gestopt. Nu hebben we succes, is het populairder en professioneler. Het komt op televisie, het wordt door meer mensen serieus genomen en supporters reizen ons achterna. Dat was toen niet.”

Spitse voegt zich vandaag bij een select gezelschap van 21 speelsters met 200 of meer interlands achter hun naam. Onbetwiste koploper is de Amerikaanse Kristine Lilly, die haar land 352 keer vertegenwoordigde. In Europa staat het record met 229 interlands op naam van Caroline Seger, de 37-jarige Zweedse die net als Spitse nog internationaal actief is. “Het is niet niks en ik ben er ook wel trots op”, zegt de doorgaans nuchtere voetbalster uit Sneek. “Naarmate ik ouder word, besef ik dat ook steeds meer.”

Sherida Spitse in september 2021 in actie tijdens de WK-kwalificatie-interland tegen IJsland (0-2) in Reykjavik. Beeld Pro Shots / Remko Kool
Sherida Spitse in september 2021 in actie tijdens de WK-kwalificatie-interland tegen IJsland (0-2) in Reykjavik.Beeld Pro Shots / Remko Kool

Dat Spitse zich al zestien jaar international mag noemen, komt volgens haar doordat ze als een ware prof leeft. Van jongs af aan wist ze wat ze wilde en was ze bereid er alles aan te doen en veel voor te laten. Ze let op haar voeding, slaat feestjes en verjaardagen vaak over, werkt keihard en geeft zich altijd 100 procent op de trainingen. “Dat zit nu eenmaal in me. Ik kijk elke dag hoe ik me kan ontwikkelen. Elke dag weer de beste willen zijn en op mijn positie willen spelen, daardoor ben ik tot zoveel interlands gekomen.”

Spitse miste niet vaak een interland. In 2016 één tegen Noorwegen door een enkelblessure, en in 2020 één tegen Rusland toen haar Noorse club Valerenga haar in coronatijd niet wilde vrijgeven. En natuurlijk de vier duels op de Spelen in Japan die ze vanwege een knieblessure miste. Komt er voor haar een olympische herkansing over twee jaar in Parijs? “Dat zou mooi zijn”, zegt Spitse, die met Ajax in gesprek is over de verlenging van haar contract. “Het gaat erom hoe fit ik mij voel en hoe leuk ik het blijf vinden. Misschien kan ik nog wel zes jaar mee, waarom niet?”

‘Wij zijn echt een toernooiteam’

Het is bijzonder, zegt ze, dat ze haar 200ste interland uitgerekend speelt tegen Engeland, het land waar ze tegen debuteerde en het land met twee oude bekenden in de technische staf, oud-bondscoach Sarina Wiegman en haar assistent Arjan Veurink. En ook bijzonder doordat Engeland gastheer en één van de favorieten is voor het komende EK. “Wij zijn echt een toernooiteam”, zegt Spitse over Nederland dat als titelverdediger aan het EK begint. “Ik kan veel dingen zeggen over hoe het gaat worden, maar ik vind het lastig. Het kan vooraf goed gaan en tijdens het toernooi niet. Of juist andersom, dat je na een slechte aanloop in een flow raakt.”

Lees ook:
Vivianne Miedema: Er zijn zoveel dingen belangrijker dan tegen een balletje trappen

Op 6 juli begint het EK vrouwenvoetbal in Engeland. Vivianne Miedema heeft er zin in. ‘Ik hoop dat het een mooie voetbalzomer wordt.’

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden