Zwemmen

Sharon van Rouwendaal is een even sterke als kwetsbare kampioene

Anna Olasz (links) van Hongarije en Sharon van Rouwendaal tijdens de 10 kilometer in Lake Lupa bij Budapest. Beeld AP
Anna Olasz (links) van Hongarije en Sharon van Rouwendaal tijdens de 10 kilometer in Lake Lupa bij Budapest.Beeld AP

Onder leiding van een nieuwe coach heeft open water zwemster Sharon van Rouwendaal twee keer goud gegrepen op de EK. De generale repetitie voor Tokio was perfect omdat die niet perfect was.

Het was niet haar bedoeling om het op de laatste meters van de tien kilometer aan te laten komen. Wie dat durft, moet stalen zenuwen hebben en vooral veel zelfvertrouwen. Dat is ondanks haar mooie erelijst niet het eerste dat met Sharon van Rouwendaal (27) wordt geassocieerd. Donderdag won zij haar zevende Europese titel met een voorsprong van 0,3 seconden.

Dat haar race in het Hongaarse Lupameer in een thriller eindigde, was – ongewild of niet – met het oog op de zomer in Tokio een mooie mentale test. Juist voor haar. Woensdag nog verklaarde ze na de ook door haar gewonnen niet-olympische vijf kilometer dat ze zich tijdens de wedstrijd onzeker had gevoeld. “Ik dacht: iedereen volgt gewoon.”

Voor de tien kilometer, de afstand waarop ze de regerend olympisch kampioene is, had Van Rouwendaal van haar coach de opdracht gekregen om ‘een beetje te spelen’ tijdens de wedstrijd. Om te kijken hoe zij haar concurrenten moe kon maken, van wie velen de vijf kilometer een etmaal eerder hadden overgeslagen. Ze plaatste af en toe een tussentijdse versnelling en bleef lang in de buurt van haar tegenstandsters. “Normaal gesproken zwem ik van tevoren weg. Nu dacht ik op een gegeven moment ook: laat ik maar gaan, dat is safe.”

Hard finishen

Voor wie haar oude races bekijkt, klinkt dat logisch. Voor wie haar recent nog heeft gesproken, wekt het lichte verbazing. Tijdens de Eindhoven Qualification Meet, een maand geleden, vertelde Van Rouwendaal dat ze onder haar nieuwe trainer explosiever is geworden. “Ik kan weer sprinten over honderd of tweehonderd meter. Daardoor kan ik op de tien kilometer heel langzaam beginnen en dan zoals Ferry (Weertman, red.) hard finishen. Als we aan het eind nog met meerderen liggen, weet ik nu dat ik heel goed de snelste kan zijn.”

Waarom dan toch voor safe gaan? Waarom die nieuwe mogelijke tactiek niet een keer testen? Dat gebeurde uiteindelijk ook, zij het onbedoeld. Van Rouwendaal sloeg een gat van acht seconden, maar zag haar concurrentes vervolgens terugkomen. Ze had zichzelf naar eigen zeggen helemaal kapot gezwommen. ‘Dat spelen’ was zwaar geweest. Haar armen wilden niet meer. Rustig blijven, zei ze tegen zichzelf, in haar benen voelde ze nog kracht.

Stressvol waren deze Europese kampioenschappen ook omdat Van Rouwendaal het extra goed wilde doen omdat ze van coach is veranderd. “Ik wilde laten zien dat het een goede keuze is geweest.” Het waren haar eerste wedstrijden in het open water onder Bernd Berkhahn. Een jaar geleden verliet ze de Franse Philippe Lucas, die berucht is om zijn harde aanpak. Haar huidige Duitse trainer is meer van de wetenschappelijke benadering. “Ik ben heel blij met mijn overstap. Al na een paar weken in Maagdenburg dacht ik: dit kan ik nu beter, en dit ook. Alles wordt daar gemeten. Dus je ziet ook op papier hoe je vooruitgaat.”

Hervonden techniek

Berkhahn had haar al benaderd na de WK in 2019, waar Van Rouwendaal teleurstellend als tiende eindigde op de tien kilometer. Het zou nog een jaar duren voordat ze de overstap aandurfde. Typerend genoeg gaf een bericht op internet over een transfer van een andere zwemmer haar de moed. Als iemand anders na jaren met zijn coach durft te breken, waarom zij dan niet?

Met een hervonden techniek zwom ze naar deze twee Europese titels. Voorheen moest ze het vooral van lompe kracht hebben. “Wat voor scenario’s kan ik aan? Dat wilden we oefenen. Ik ben met de goede oplossingen gekomen.”

Zo bezien was deze olympische generale repetitie perfect omdat die niet perfect was. Haar voorsprong verspeelde ze, maar de ervaring van een geslaagde nek-aan-nek-race bij de finish neemt ze mee naar Tokio. “Een gat creëren ten opzichte van je concurrentes is al zwaar. Laat staan omgaan met het feit dat ze weer terugkomen. Iedereen vond het knap wat ik heb laten zien vandaag.”

Het zou haar gegund zijn om dat oordeel voor eigen rekening te nemen. Van Rouwendaal is een even sterke als kwetsbare kampioene. Een feestje komt er overigens niet. De dag na de wedstrijd wacht de volgende training. “Ik hoef het niet te vieren. Ik geniet er zelf wel van.”

Weertman teleurstellend vierde

De teleurstelling was groot bij zwemmer Ferry Weertman na zijn 10 kilometer. De olympisch kampioen greep net naast de medailles: vierde. “Ik kwam hiernaartoe om er vier op een rij van te maken, niet voor de vierde plaats.” De 28-jarige zwemmer had bij de EK’s van 2014, 2016 en 2018 goud gepakt. Hij had geen antwoord op een versnelling van de concurrentie. “Ik heb er vertrouwen in dat ik in Tokio in betere doen ben dan nu.”

Lees ook:

Sharon van Rouwendaal prolongeert Europese titel op vijf kilometer in open water

Zwemster Sharon van Rouwendaal heeft bij de EK in Hongarije haar Europese titel op de 5 kilometer in het open water geprolongeerd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden