Openwaterzwemmen

Sharon van Rouwendaal 2.0 straalt om zilver na uitputtingsslag: ‘Ik had het niet beter kunnen doen’

Sharon van Rouwendaal is blij met zilver. Beeld EPA
Sharon van Rouwendaal is blij met zilver.Beeld EPA

Op het goud van Rio volgde het zilver in Tokio. Sharon van Rouwendaal is daarmee de eerste openwaterzwemster met twee olympische plakken. In warm water hield ze haar hoofd koel.

Ze zwemt het liefst in meren, kanalen, rivieren en de zee, hoe langer hoe beter. Toen ze heel vroeg in de ochtend het water van het Odaiba Marine Park in dook, deed ze dat als een andere zwemster en een ander mens dan vijf jaar geleden, toen ze voor de Copacabana in een monstersolo naar het goud zwom.

Sharon van Rouwendaal wist wat haar over 10 kilometer te wachten stond: uitzonderlijk zware omstandigheden met een extreem hoge luchtvochtigheid en vies water van bijna 30 graden. Ze wist dat ze hier niet zomaar wanhopig moest proberen om net als in Rio vroeg van de rest weg te zwemmen. Dan was ze geheid ‘een beetje dood’ gegaan, zei ze later. Iedereen lette op haar, als favoriete, ze moest vooral kalm blijven en calculerend zwemmen.

En dat lukte. In de finishstraat, met de rijzende zon in het gezicht, zette ze haar ultieme aanval in. Ze had genoeg snelheid om naar zilver te malen, maar door de warmte net niet voldoende kracht om haar olympische titel te prolongeren.

Met een brede lach uit het water

Dit was het maximale resultaat, wist de 27-jarige marathonvrouw uit Baarn. Daarom stapte ze na de uitputtingsslag met een brede lach uit het water. “Ik had het niet beter kunnen doen. Ik ben elke ronde rustig naar voren gezwommen, ik heb het slim aangepakt. In de sprint had ik moeite met de Australische (Kareena Lee, red.) en haar hoge slagfrequentie. Daardoor en ook door de hitte kon ik niet meer naar Ana Marcela toe zwemmen. Maar ik ben hier erg blij mee”, zei Van Rouwendaal.

Ze wilde er niets van weten dat ze goud had verloren. De plak van Rio ligt immers nog op haar nachtkastje. Van dit zilver kan ze misschien wel meer genieten dan van het goud van 2016. Destijds was ze nog een marionet van Philippe Lucas, de orthodoxe trainer die haar jarenlang in Narbonne vernederde, afblafte en afbeulde. In ijskoud water ’s morgens vroeg trainen, daarna ijskoud douchen, eindeloos kilometers maken in het bad, Van Rouwendaal liet het allemaal gebeuren, omdat ze zo graag het hoogste wilde bereiken. En dat deed ze, in Brazilië.

Sharon van Rouwendaal tijdens de race in Tokio. Beeld AP
Sharon van Rouwendaal tijdens de race in Tokio.Beeld AP

Maar het leverde haar niet de sponsors, het geld en de aandacht op waar ze op gehoopt had. Na de teleurstelling daarover zette ze de knop om. Van Rouwendaal zwemt niet meer voor de roem of de buitenwereld, maar voor zichzelf. Vorig jaar durfde ze het roer om te gooien door het spartaanse regime van Lucas te verruilen voor een totaal andere aanpak. Ze verhuisde naar het Oost-Duitse Maagdenburg. Haar nieuwe trainer Bernd Berkhahn baseert alles wat hij doet op wetenschappelijke inzichten. Ze traint er ook heel hard, zeven dagen per week, maar nu wel met oog voor de menselijke maat.

Misschien wel fitter dan vijf jaar geleden

Het resultaat is dat Van Rouwendaal misschien wel fitter was dan vijf jaar geleden. Van blessures heeft ze nooit meer last. Door de pijn zwemmen hoeft ze niet meer, zoals bij Lucas. Ze zegt bovendien veel meer rust in haar hoofd te hebben. De twijfelaar van weleer vertrouwt nu op eigen kunnen. De bevestiging dat de nieuwe aanpak werkte, kreeg ze in mei van dit jaar met twee titels op het Europees kampioenschap in het Hongaarse Lupameer.

De Van Rouwendaal 2.0 is explosiever en durft daardoor strategischer te zwemmen. Dat moest wel, want haar lichaam had bij hoge inspanning in dit water kunnen overkoken. Zuinig moest ze zijn. Zeven rondjes van ruim 1435 meter waren er uitgezet in het vlakke water met weinig wind, met de skyline van de Japanse metropool als decor. De waterkwaliteit was beroerd. Vooraf werd door de organisatie dagelijks gecontroleerd op E. coli, wat duidt op de aanwezigheid van uitwerpselen. Schotten moesten voorkomen dat de zwemmers tussen het stadsvuil kwamen te zwemmen.

Op dat alles was Van Rouwendaal voorbereid. In die smerige, hete poel hield ze het hoofd koel. Lang liet ze het tempo maken door de Amerikaanse Ashley Twichell en de Braziliaanse Cunha. Zelf bleef ze op de vijfde of zesde plek in het pelotonnetje. Pas in de slotronde kwam de afscheiding. Van Rouwendaal volgde het juiste spoor. Maar in de sprint moest ze, met het uitzicht op de iconische Rainbow Bridge, haar meerdere erkennen in Cunha.

“Als ik in Frankrijk was blijven trainen, had ik nooit de rust gehad om zo lang midden in de groep te blijven en had ik aan het einde niet zo’n eindsprint gehad. Ik heb goed gezwommen en een heel goed jaar gehad, veel beter dan in 2016", zei Van Rouwendaal. Ze durfde zelfs al naar Parijs 2024 te kijken. “Daar ben ik niet meer de favoriet. Dan kan ik misschien weer een andere tactiek bedenken.”

Lees ook:

Sharon van Rouwendaal is een even sterke als kwetsbare kampioene

Onder leiding van een nieuwe coach heeft open water zwemster Sharon van Rouwendaal twee keer goud gegrepen op de EK. De generale repetitie voor Tokio was perfect omdat die niet perfect was.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden