Baanwielrennen

Selectiestress uit luxe: het lijkt wel schaatsen

Matthijs Buchli, Harrie Lavreysen en Roy van den Berg (vlnr) tijdens de training in Alkmaar, in aanloop naar het WK in Berlijn. Beeld ANP

Met het WK voor de deur steken ook voor de baanwielrenners selectieperikelen richting de Spelen de kop op.

Het draait natuurlijk om medailles en regenboogtruien, volgende week op het WK in Berlijn, maar de Olympische Spelen werpen ook voor de baanwielrenners al hun schaduw vooruit. De Nederlandse baanrenners zijn potentiële gouddelvers in Tokio. Maar de weelde met al die sprinttoppers is zo groot dat het vooruitlopend op de Spelen vooral over selecteren gaat, ook gisteren in Alkmaar, rond een van de laatste trainingen in eigen land.

Gaat het baanwielrennen het schaatsen achterna, ook zo’n sport waar selectieperikelen altijd de kop opsteken door de hoge prestatiedichtheid in eigen land? “Nou, het schaatsen werkt met een prestatiematrix. Dat zou ik beter vinden”, reageert renner Matthijs Büchli. “Ik vind het niet goed dat de KNWU de selectie bij ons alleen baseert op de teamsprint, terwijl je ook nog de individuele sprint en de keirin hebt. De bond kiest voor het berekenbare, het lomp hard fietsen. De schaatsmethode zou ik beter vinden.” In zo’n schaatsmatrix worden prestaties op diverse afstanden in een rekenmodel meegewogen.

De teamsprint is leidend

De KNWU koos ervoor om de teamsprint leidend te laten zijn, omdat daar de kansen op olympisch goud het grootst zijn. Die selectiemethode is ruim van tevoren open met alle baanrenners besproken, zei bondscoach Hugo Haak gisteren. Dat ging dus heel anders dan voor Rio in 2016, toen Haak daar zelf nog renner was. Inspraak is er inderdaad geweest, beaamde Büchli. “Maar daar heb ik dan ook heus wel tegengas gegeven.”

Tevergeefs. Vorige week was in het Zwitserse Grenchen het eerste test- en selectiemoment. Daar bleek dat Harrie Lavreysen onmiskenbaar de snelste is om het tweede rondje op kop te rijden. De Brabander is daarmee meteen zeker van de Spelen. Het tweede ticket wordt na het WK vergeven, het derde pas in juni. In Grenchen was Roy van den Berg de snelste starter en Jeffrey Hoogland de beste man voor de slotronde. Zo kwam Büchli in de wachtkamer terecht.

Niet drie, maar vier sprinters naar Tokio

Dat hóeft geen probleem te zijn, want de KNWU wil niet drie, maar vier sprinters meenemen naar Tokio. Een van hen kan dan de kwalificaties op de teamsprint rijden, zodat een ander energie kan sparen voor de finale strijd om de gouden plak. Maar het aantal wielrenners op de Spelen per land is gelimiteerd en Nederland heeft alle disciplines vol bezet.

De KNWU denkt eraan een van de vijf startplekken in de wegwedstrijd te laten bezetten door een baanrenner die ook wel op de weg rijdt: Jan-Willem van Schip. Het IOC en UCI gaven er al toestemming voor. Maar de nationale wielerunie wil dat de baanrenners in Berlijn bewijzen een extra plek waard te zijn. Wegbondscoach Koos Moerenhout offert niet zomaar een startplek op. Büchli: “Dat geeft wel een extra lading aan dit WK”.

Lavreysen zei gisteren dat die vierde baansprinter in Tokio wat hem betreft geen noodzaak is. “Een extra man in de kwalificaties gaat niet het verschil maken.” Büchli denkt er heel anders over. “Ik denk dat dit onervarenheid van Harrie is”, zei hij, in Berlijn titelverdediger op de keirin. “Een vierde man vergroot gewoon onze medaillekansen.” 

Lees ook: 

Nederland oppermachtig op de baan, maar het gat wordt kleiner

Nederland was op de EK baanwielrennen in oktober in Apeldoorn zoals verwacht oppermachtig, maar sloot ook een verzekering af. Goud op de Spelen blijft verre van zeker, nu de Britten weer geld investeren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden