Sport en duurzaamheid

Schoon kunstgras kan ook zonder gif

De micro-organismen verteren volgens Van de Wetering de organische laag die in een kunstgrasveld ontstaat door bladresten, bloesem en alles wat er verder uit de lucht valt.

Het bedrijf AlgaVelan reinigt kunstgrasvelden op een organische manier. Een les in hoe de natuur zelf schoon schip maakt. Deel 3 van een serie over duurzaamheid en sport.

Hij trekt de vergelijking met het doden van een muis in een muizenval. Heel effectief, maar als het kadaver niet wordt opgeruimd gaat het rotten en stinken. Zo is het ook als algen op een kunstgrasveld worden bestreden met chemicaliën. De algen gaan weliswaar dood, maar zijn niet weg. Het probleem wordt niet opgelost, met een concentratie van vuil in het kunstgrasveld als gevolg.

Ewoud van de Wetering is directeur van AlgaVelan, een bedrijf dat zich bezighoudt met ecologische oplossingen voor het bestrijden van algen en mos. Bijvoorbeeld op steigers van jachthavens, dierenparken, begraafplaatsen, en sinds drie jaar ook op kunstgrasvelden.

“Wat wij doen past volledig in wat de overheid, ook Brussel, in de toekomst wil”, zegt hij. “We gebruiken geen chemische middelen.” Het middel waarmee Van de Wetering kunstgrasvelden op een biologische manier reinigt heet MO5 Sport, wat staat voor Micro-organisme 5. “Het zijn vijf verschillende groepen micro-organismen”, legt hij telefonisch uit. “Dat is levende materie, die in een soort slaaptoestand verpakt zit in luchtdichte zakken. Verdund met water worden ze op het veld aangebracht. Ze vermeerderen zich en gaan aan de slag.”

Ongevaarlijk

De micro-organismen verteren volgens Van de Wetering de organische laag die in een kunstgrasveld ontstaat door bladresten, bloesem en alles wat er verder uit de lucht valt. De organische laag is een voedingsbodem voor algen en mossen. De micro-organismen breken het dode organisch materiaal af, zoals bladeren in het bos verteren.

“Het is een proces zoals dat in de natuur om ons heen ook plaatsvindt.” Het gebruik van MO5 Sport heeft geen enkel negatief effect, meent Van de Wetering. De belasting voor het milieu is volgens hem ‘helemaal nul’. Het vervuilt het bodemwater en het oppervlaktewater niet, het is ongevaarlijk voor sporters en medewerkers en het toepassen van biologie heeft resultaten opgeleverd. “Wij krijgen voor elkaar wat ze met chemische middelen nooit voor elkaar hebben gekregen.”

 Bij bezoeken aan sportclubs stuit Van de Wetering op veel onwetendheid over het chemisch reinigen van kunstgrasvelden. De vrijwilligers binnen een club weten weinig tot niets van de materie, gebruiken meestal nog chemische middelen en aankloppen bij de gemeente levert vaak ook geen duidelijkheid op. “Ik sprak een voorzitter die het graag goed wilde doen. Er zat iemand van de gemeente bij en die zei dat het allemaal geen kwaad kon. Wat moet je dan als vrijwilliger?”

'Bio”kan ook zeer schadelijk zijn

Van de Wetering geeft toe dat het woordje ‘bio’ vaak een verkeerde lading dekt. “Mensen denken het is bio, dus goed. Producten als bio-mos of bio-gard vallen in de groep biociden. Bio betekent leven en cide betekent dood. Dat zijn producten die leven dood maken. Net als een insecticide, die maakt insecten dood.”

Er is een biocide waarvoor ooit toestemming is gegeven om te gebruiken op hockeyvelden”, vervolgt Van de Wetering. “De werkzame stof is een ammoniumchloride, en dat groeit niet aan de boom. Dat is gewoon een chemisch product. Bij de toelating staat: ‘zeer schadelijk voor levende organismen, voorkom lozing in het milieu en trek kleding uit als het daarin komt’. Het is niet goed, overbodig en het werkt ook nog niet eens.”

Kostbare ingrepen

Van de Wetering keek de afgelopen drie jaar soms zijn ogen uit bij wat hij zag. Hij wist hoe streng de controles zijn van de Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) bij het reinigen van wagens in de transportsector. Zijn er kunststofdichte vloeren, klopt het met de afvoergoten, de slipputten en de olie- en vetafscheiding? “Er wordt gebruik gemaakt van zware chemicaliën. Alles moet kloppen. Op sportvelden gebeurt dat allemaal niet en stroomt het zo de omgeving in via het drainage-­systeem.”

Overal waar op kunstgrasvelden met chemisch materiaal wordt gewerkt, zijn extra diepte reinigingen nodig om het vuil te verwijderen. Dat zijn volgens de kenner kostbare ingrepen. En het is een aanslag op de velden. “Door te veel diepte reinigingen en teveel borstelen ontstaat er veel wrijving en dat zorgt weer voor slijtage. En dat is niet bevorderlijk voor de levensduur van een kunststof mat, die zo een paar honderdduizend euro kost.”

Van de Wetering weet dat waterschappen en drinkwaterbedrijven zich zorgen maken over de chemicaliën, zoals chloorverbindingen, die via de drainage in het bodemwater en het oppervlaktewater terecht komt. Alles wat er in spoelt, moeten zij er weer uithalen.

Overal waar op kunstgrasvelden met chemisch materiaal wordt gewerkt, zijn extra diepte reinigingen nodig om het vuil te verwijderen.

“En dan hebben we het niet over een litertje hier en een litertje daar. Het gaat in hoeveelheden van zo’n 300, 400 liter per veld per jaar.”

Onkruid uit de natuurlijke grasmat weghalen met een machine die werkt als een aspergesteekmes

André Trip van sportveldonderhoudbedrijf Grootgroener.

“Ik heb een aannemingsbedrijf in het groen. We onderhouden sportvelden en daar lopen we steeds tegen het onkruidbeheer aan. Er zijn drie onkruiden die veel problemen opleveren: varkens-gras, paardenbloem en de weegbree. Die beheersen we onvoldoende. In het verleden ging je er met de spuitmachine overheen en dan was je het de baas. Omdat dat weinig kostte werden er geen innovaties uitgevoerd. Nu wordt het gebruik van chemie gelukkig aan banden gelegd.

“Onze machine herkent met camerabeelden de verschillende soorten onkruid. Dan maakt hij als een soort aspergesteekmes een stekende beweging precies in de kroon van dat onkruid en prikt hij hem door. Die kroon sterft af en dan kan de grasmat weer dichtgroeien. Dat is het principe waar het om draait. Je moet een goed gesloten grasmat hebben, want dan heb je geen onkruid.

“Het is natuurlijk veel beter voor het milieu, maar het is ook effectiever. Je hebt minder mensen nodig. Nu loop je met tien mensen op een rij met een steekstok het onkruid weg te steken. Niet het leukste karweitje en fysiek een zware belasting. Straks rolt de machine met een snelheid van anderhalve kilometer per uur over het veld.

“Ik ben nu anderhalf jaar bezig om deze machine te maken. Puur uit persoonlijke betrokkenheid. Ik vond dat er iets moest gebeuren. De subsidie vanuit de overheid voor duurzaamheidsprojecten rond sportaccommodaties kwam als geroepen. Anders zou het een gigantische aanslag op mijn liquiditeit zijn geweest en nu kunnen we het professioneler aanpakken.

“Het doel is om met de machines 70 procent of misschien iets meer van het onkruid weg te halen. Je moet ook accepteren dat er een keer een paardenbloempje op het veld staat. Op dit moment wordt de machine ontwikkelt, maar is nog niet toonbaar voor de buitenwereld. De eerste test met beeldherkenning lijkt goed. Ik verwacht dat we in het najaar ermee naar buiten kunnen komen.

De discussie rondom kunstgras blijft maar voortwoekeren. Dan is het weer het rubber en dan is het weer uitloog. Er zal altijd ruimte zijn en blijven voor natuurgrasvelden. Er is toch niks mooier dan voetballen op natuurgras.”

Kunstgrasmat met maIs als grondstof

Jochem Knol van ingenieursbureau Sweco

“Als je kijkt vanuit maatschappelijke verantwoordelijkheid en duurzaamheid dan zie je dat er een afvalprobleem is. Vanuit ons ingenieursbureau proberen we bij het bedenken van de inrichting van steden en dorpen circulariteit serieus te nemen. Ik ben van mening dat duurzaamheid een maatschappelijke verplichting is. Ik vind dat er veel meer gedaan zou moeten worden.

“Het afvalprobleem is de aanleiding geweest om te gaan kijken naar een biokunstgrasmat die via een composteerinrichting weer gecomposteerd kan worden. Dat was de basisgedachte. Met Antea Sportsgroup, polymeerontwikkelaar Senbis, kunstgrasproducenten TenCate en Edelgrass zijn we de uitdaging aangegaan. Het is een complexe materie. Een kunstgrasmat bestaat uit een vezel maar ook uit een doek waarop vezels ‘getuft’ worden en die weer worden vastgeplakt met latex.

“Doordat die drie componenten door elkaar zitten wordt het eigenlijk in herbruikbaarheid heel laagwaardig. Populair gezegd kun je er na gebruik dan alleen nog bermpaaltjes voor langs de snelweg van maken. Maar daarna kan je er eigenlijk niks meer mee. Het blijft een afvalproduct.

“Het idee achter ons project is dat we de hele mat van hetzelfde materiaal proberen te maken. De vezel, het doek en de lijm. Daarmee is het al veel hoogwaardiger. Je kan het een keer levensverlengend maken, maar je kan het daarna alsnog in een composteerinrichting brengen. Je hoeft het dus niet te storten of te verbranden.

“Belangrijke grondstoffen voor deze kunstmat zijn polymeren die bijvoorbeeld van mais gemaakt kunnen worden. Het idee is dat je uiteindelijk van die maïs weer compost maakt wat dan de voedingsstof is van nieuwe maïs-planten. In tegenstelling tot de huidige generatie grasmatten, is deze in de toekomst composteerbaar. Het compost kan ingezet worden in de landbouw of plantsoenen.

“Het ideaalbeeld is dat we er weer nieuw kunstgras van kunnen maken. Dat is een enorme opgave, want tijdens het gebruik wordt het kunstgras vies wat hergebruik moeilijk maakt. Er is altijd een eind aan een product. In die eindfase, en als het aan ons ligt is dat na twintig jaar, is het mogelijk om het in industriële omstandigheden te composteren.

“Je moet blijven innoveren. Het mooie van dit project vind ik dat je samen nadenkt over het oplossen van een maatschappelijk probleem. Ik weet niet of dit het Ei van Columbus is, maar het is wel een bijdrage aan het afvalprobleem waar we in Nederland mee zitten. En dat gaat om enorme bergen.

Lees ook: 

Witteveense Boys ’87 maakte soepel een omslag van energievreter naar duurzame voetbalclub. De Drentse amateurvereniging geldt inmiddels als schoolvoorbeeld. Deel 2 van een serie artikelen over duurzaamheid en sport.

Uit maatschappelijke verantwoordelijkheid, en geholpen door subsidieregelingen van de overheid, zoeken bedrijven naar mogelijkheden om sportaccommodaties te verduurzamen. Deel 1 van een serie: ‘In een circulaire economie is ook sport belangrijk.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden