Bergrit

Samengebalde actie over zeven kilometer (en voor het eerst man tegen man)

Sepp Kuss werkt voor leider Roglic op het slingerpad richting de top.Beeld AFP

De Col de la Loze bracht spektakel in de Tour de France. Voor het eerst moesten de favorieten het man tegen man tegen elkaar opnemen. Alle actie werd in een paar kilometer geperst. Roglic deed goede zaken, maar Lopez ook.

Het was een unieke ervaring op een fantastische klim, met een eerlijke uitkomst, aldus de renners over de zeventiende etappe in de Tour de France. Op de Col de la Loze viel de Tour de France in een plooi(tje). Een verslag van samengebalde actie over zeven kilometer (met een aanloop).

Tot de finish:

15 kilometer

Het wielrennen deze Tour ligt in een voorspelbare plooi, helemaal door de overmacht van Jumbo-Visma. Een geel-zwart achttal bepaalt aan kop wat er gebeurt en wie er mag wegrijden. Het tempo is zodanig dat een aanval van de concurrenten niet mogelijk is. Daarom is het een welkom zicht dat na 155 kilometer in de koninginnenrit van de Tour Wout Poels op kop rijdt voor zijn kopman Landa. Niet alleen omdat zijn gebroken rib goed hersteld is, maar ook omdat er tenminste één ploeg probeert een eigen tactiek te rijden.

7 kilometer

Opeens houdt de weg op, midden in skidorp Méribel. Maar rechts is nog een klein weggetje, een fietspad. Daar beginnen de zeven gevreesde kilometers van de klim die nooit eerder werd opgereden. Vlakke meters wisselen af met muurtjes van een paar honderd meter aan 20 tot 24 procent. Carapaz is nog vooruit, in het peloton rijdt Damiano Caruso op kop. Tom Dumoulin zit er vlak achter. Hij geniet van de klim. Van hem mag ‘zo’n ding’ wel in de Tour. Niet elke dag, eentje is genoeg.

4,1 kilometer

Een klein groepje rijdt door de Sloveense bocht. Zo lijkt het tenminste, want overal wapperen vlaggen. Roglic voelt zich er gesterkt door, het geeft hem ‘iets extra’s. Maar tijd om daarover na te denken heeft hij niet. Opeens is er een versnelling, van De la Cruz, ploegmaat van Pogacar. Dumoulin moet passen, net als Landa, Urán en Yates.

3,8 kilometer

Er blijven zes man over. Deze berg is eerlijk. Het gaat niet om volgen, of om rijden in een slipstream. Wie goede benen heeft, wint. Roglic heeft Sepp Kuss nog bij zich. Ook Richie Porte, Enric Mas en Miguel Angel Lopez zijn er nog. En Pogacar, die omkijkt.

3.5 kilometer

Een aanval van Miguel Angel Lopez. ‘Superman’ is zijn bijnaam. Pogacar haalt hem bij. De aanval kost Porte en Mas de aansluiting.

2,8 kilometer

Sepp Kuss haalt als eerste van de groep Carapaz in en rijdt opeens weg. Roglic stuurt weg. Bewust, want zo heeft hij overzicht. Laat anderen maar zijn teamgenoot bijhalen. Lopez is de enige die vooraan kan aansluiten en zelfs kan wegrijden. Meer en meer wordt het een man-tegen-mangevecht, voor het eerst deze Tour de France.

2,3 kilometer

Roglic plaatst zijn eerste echte aanval van deze Tour. Hij kent de klim van buiten, is er meerdere malen geweest op de verkenning. Zo weet hij precies waar hij kan aanvallen. Op verkenning stonden er alleen niet zoveel mensen. Hij zet wel Pogacar op een paar meter achterstand. Die laatste geeft met zijn hand een toeschouwer met een groene pruik een zet. ‘Wegwezen jij’.

2,1 kilometer

Het mag dan wel man tegen man zijn op deze ‘unieke’ klim (aldus Sepp Kuss), maar Roglic heeft in diezelfde Kuss een +1. Elke meter telt, dus elke meter hulp is welkom, vindt Roglic. Daarom heeft Kuss op zijn kopman gewacht, hij kan nog een paar honderd meter op kop rijden. Pogacar blijft hangen op tien seconden. Als Kuss driehonderd meter verder uitstuurt, klimt Roglic met de handen onderin de beugel verder.

1,1 kilometer

Iedereen kan elkaar zien in de laatste kilometer. Aanraken bijna, maar het is zo steil dat veertig meter al secondenlang duurt. Koploper Lopez is in zijn element, zo hoog in de Alpen. Hij woont op 2500 meter, dus de 2300 meter op de top is voor hem normaal. Hij voelt dat de Tour aan het veranderen is. Renners worden moe, waardoor er ruimte komt om aan te vallen. Achter hem blijven Roglic en Pogacar spelen met seconden. Vijf, tien, zeven. Ze zijn aan elkaar gewaagd. 

300 meter

De meter die het stijgingspercentage aangeeft, loopt verder en verder op. 17 procent, 18 procent. Het is na een uur klimmen het zware sluitstuk. Pogacar denkt aan te sluiten bij Roglic, maar moet zigzaggend naar boven. Hij ziet zijn landgenoot langzaam weer wegrijden.

-1 meter

Lopez wint, en hij heeft nog kracht om te juichen. Roglic behoudt de leiding. Hij loopt vijftien seconden uit op Pogacar, plus twee seconden bonificatie. Het is al met al een minimaal verschil. Het verschil in het klassement is nu 57 seconden. Lopez komt op 1 minuut 26. Dumoulin wordt tiende, op ruim twee minuten. Net als Roglic is hij zeer tevreden, al is ‘57 seconden niet genoeg om zeker te zijn’. Ook Roglic wil meer. “Het is ook nooit genoeg. Maar ik heb hier wat gewonnen en ben blij dat deze klim achter ons ligt.”

Slovenië boven, een kwestie van het juiste moment op de juiste plek

Of hij Primoz Roglic als zijn grote broer ziet, werd aan Tadej Pogacar gevraagd op de rustdag. Nou, antwoordde de 21-jarige Pogacar: “Ik heb al een broer. Primoz is meer een vriend. Behalve op de fiets.”

Vrienden, collega’s, rivalen. Het is Slovenië boven deze Tour de France, ook na de zwaarste klim van deze editie. Op 1: Primoz Roglic. Op 2: Tadej Pogacar. “Er gaat zeker een Sloveen winnen”, zei Roglic.

Maar hoe komt het dat het land nu zo’n succes heeft? Roglic en Pogacar noemen het beiden geluk. Er is nu één generatie die het goed doet. Die eerste wijst ook op zijn eigen verleden, omdat hij pas op zijn 21e ging fietsen en zodoende een apart geval is. Pogacar heeft juist wel een wielerverleden. Hij begon op zijn negende, in navolging van zijn broer, op een in eerst instantie veel te grote fiets. Ja, er zijn goede wieleropleidingen in Slovenië, zei Pogacar afgelopen week - zijn eigen vereniging bestaat al bijna 75 jaar. “Maar die blijven klein, vanwege het altijd terugkerende probleem: geld.”

‘Er kwam geen woord over fietsen uit’

Slovenië, met iets meer dan twee miljoen inwoners, heeft geen grote sportgeschiedenis, zeker niet in het wielrennen. Andrej Hauptmann won brons op het WK in 2000, Janek Brajkovic in 2010 de Dauphiné. In 2020 hebben negen mannen en vier vrouwen (een van hen is de vriendin van Pogacar) een contract op het hoogste niveau. Matej Mohoric, Jan Polanc (wiens vader Pogacar nog trainde) en Luka Mezgec rijden net als de twee toppers de Tour.

Polona Bertoncelj heeft Roglic en Pogacar zien groeien. Ze is journalist voor de Sloveense televisie en had Roglic vorig jaar in de studio tijdens een uitzending over schansspringen, precies aan de schans waar hij in 2007 zo hard viel. Daar was hij niet Roglic de fietser, maar weer eens de skispringer. Bertoncelj:“Er kwam geen woord over fietsen uit. Hij was alleen maar bezig met de springers. Tegelijkertijd keken zij heel erg tegen hem op, en zijn ze daarna gaan fietsen.”

De fiets is in Slovenië populair, zegt Bertoncelj. Net zoals skiën dat was toen Tina Maze dubbel olympisch goud won, of basketbal toen het nationale team in 2017 Europees kampioen werd. Toch zijn de toppers niet zo groot. Roglic kwam tijdens de corona-onderbreking één keer op televisie. Pogacar werd niet gevraagd. Bertoncelj: “Het grote publiek kent hem pas sinds vorig jaar, maar in Slovenië weten we wel beter. Wacht maar op Pogi, zeiden we altijd. Die wordt pas echt goed.”

Zonder Roglic en Pogacar was de berg leeg geweest

In juni was het Sloveens kampioenschap de eerste race na de coronapauze. Het stond er ondanks de maatregelen om afstand te houden stampvol op de klim naar de finish. Het gevolg van Roglic en Pogacar, zegt Bertoncelj. “Als zij er niet waren geweest, was die berg leeg geweest.”

Wel opvallend: hoe relatief klein de sport ook is, er zijn al Sloveense wielrenners vanwege doping geschorst. Kristijan Koren en Borut Bozic bleken genoemd in Operatie Aderlass, het dopingschandaal rond sportarts Mark Schmidt. Zowel Roglic als Pogacar antwoordden op vragen daarover dat ze te vertrouwen zijn.

Lees ook: 

Ploegleider over de koerswijze van Jumbo-Visma: ‘Misschien niet aantrekkelijk, maar het werkt’

Grischa Niermann is ploegleider van Jumbo-Visma, de sterkste ploeg in de Tour de France. De ploeg domineert aan kop van het peloton. ‘Wij zijn zeker wel anders dan Ineos’.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden