ColumnHenk Hoijtink

Ronald Koeman heeft lang genoeg willen winnen

Ronald Koeman zat aan de praattafel van Beau. Hij zei dat het goed met hem ging. Hij zat er monter bij, sprak openhartig, vrij ongeremd. Zijn zinnen liepen behoorlijk vlot, niet bepaald het wezenskenmerk van de prater Koeman.

Het was goed om dat allemaal zo te zien en te horen, na de schok van zijn hartinfarct.

Uiteraard ging slechts een klein gedeelte van het gesprek over voetbal. Beau, die als niet-kenner graag zou horen dat we een goed Oranje hebben, legde Koeman voor dat hij onlangs ­ergens toch wat kanttekeningen bij het team had geplaatst. Een deel is nog jong, zei Koeman. “Als je een toernooi wilt winnen, moet iedereen op zijn top zijn. Dat ben je niet als je 19 bent.”

Ik denk niet dat Koeman denkt dat het Oranje van nu of dat van volgend jaar een toernooi zou kunnen winnen als iedereen op zijn top is. Maar in deze setting was dit toereikend, dit was voor hier, als het al bleef hangen, kritisch genoeg – daar hoef je hem niets over te vertellen.

Een jaartje extra, tot het EK nu in 2021, kan in ons voordeel zijn, probeerde Beau. Ja, maar dan kunnen er ook weer andere spelers geblesseerd zijn, zei Koeman. “Er kan zoveel gebeuren.” Blijft hier ook niet hangen, wist hij.

Beau vond dat we een bijzondere spits hadden, om niet te zeggen een fenomeen. Hoe die als een dolle had getraind om, na een zware knieblessure, het EK te ­halen. Verschillende medische experts beoordeelden het als onverantwoord, ze waarschuwden voor schade op de langere termijn.

Ronald Koeman vertelde nog eens dat hij Memphis Depay had opgezocht, toen die in Italië revalideerde. Hij deelde de bedenkingen niet – of hij kon ze niet delen. “Memphis was fit geweest”, zei Koeman. “Hij ging ervoor. Ik had verwacht dat hij fit zou zijn.”

Voor het EK, dit jaar, zou ik Koeman interviewen. Het zou, in mijn beleving, een gepast einde van mijn jaren in de voetbaljournalistiek zijn. Daarin is Koeman altijd een ijkpunt voor mijn ­gedachten geweest – ja, al vanaf het begin van zijn carrière als hoofdcoach, eind vorige eeuw bij Vitesse. Streng, veeleisend, gericht op presteren, hoe dan ook, niet te complimenteus, zeker niet te snel complimenteus – alles wat hij als voetballer al was.

Ja, dit zijn andere tijden. Koeman zei al eens dat hij door zijn kinderen (in de twintig, begin dertig) als coach met zijn tijd kan meegaan; dat hij het misschien niet altijd begrijpt, maar dat hij zo weet hoe die generatie zich wil uiten – en geraakt wil worden. Koeman appte Depay na een winnend doelpunt tegen Toulouse, hij ging op de foto met PSV’s ­talent Mohamed Ihattaren, die voor Nederland had gekozen.

Ik had Koeman een gefingeerd tafereel willen voorleggen. Vader Koeman en broer Erwin, die hem aan de keukentafel, in zijn ­no-nonsensenest, even door ­elkaar schudden: kom op, man, een appje na een doelpuntje ­tegen een staartploeg, op de foto met een jongen die alles nog moet laten zien, een joch van wie we nog maar moeten zien hoe goed hij is.

Het was me niet om het antwoord gegaan. Koeman had ­gezegd dat hij met zijn tijd moet meegaan. Het was me om de fijne grijns gegaan, de karakteristieke grijns.

Het zal er niet meer van ­komen, en dat hoeft ook niet. Koeman zei, volkomen begrijpelijk natuurlijk, dat voetbal maar betrekkelijk is. Dat had hij eerder gezegd, even begrijpelijk, toen zijn vrouw ziek was. Toch wilde hij daarna weer presteren, winnen – ook begrijpelijk, zo gaat dat.

Dat het nog lang goed met hem mag gaan. Of hij nog lang wil presteren, winnen, is aan hem. Hij heeft het lang genoeg gedaan.

Henk Hoijtink bespreekt in zijn columns de voetbalwereld. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden