Holland Acht

Roeier Ruben Knab (32) legt uit waarom roeien in de acht zo’n ‘machtig gevoel’ geeft

Ruben Knab (midden) mag sinds deze week weer zonder beperkingen trainen met de Holland Acht. Beeld ANP

De Holland Acht is deze week begonnen aan een lang en zwaar traject van dertien maanden dat in Tokio in 2021 goud moet opleveren. Ruben Knab vertelt waarom dat een mooi leven is.

Hij zit op het tweede stoeltje. Samen met zeven andere roeireuzen van rond de 2 meter en de frêle stuurvrouw Aranka Kops mag ook Ruben Knab sinds deze week weer in de acht trainen. Een bevrijding na maanden van coronabeperkingen. Het vlaggeschip van het Nederlandse roeien traint tot de verplaatste Spelen van Tokio, volgend jaar juli, vooral vanuit Almere. De Hoge Vaart doorkruist Flevoland tientallen kilometers lang; ideaal voor het grof geweld dat de Holland Acht aan kan richten op het water.

Op de oever legt Knab (32) uit waarom roeien in de acht zo’n ‘machtig gevoel’ geeft. “Elke haal van acht mannen van 100 kilo geeft die boot een enorme zwengel. Als de synergie goed is en het gaat perfect, voelt het als vliegen, als dansen. Er komt leven in de boot; die krijgt een eigen karakter.”

‘In het bedrijfsleven heb je niet zulke harde afrekenmomenten’

Natuurlijk moest Knab de afgelopen maanden ook even bij zichzelf te rade gaan. De sport viel stil, de Spelen waren ineens ver weg. Teamgenoten sloegen serieus aan het twijfelen. Knab was er snel uit. “Een topsporter onderscheidt zichzelf door goed met tegenslagen en onverwachte situaties om te gaan. In het begin van corona zette ik mijn onbezorgde pet op; je doet alsof er niets aan de hand is. Toen dat niet meer kon, dacht ik: wat is het beste voor mij? Het is rottig nu, maar wil ik door? Ik merkte snel dat ik wil blijven doen wat ik leuk vind, waar ik passie voor heb. Ik zie het als een gratis jaar.”

Hij had, met een bachelor geneeskunde op zak, ook iets anders kunnen gaan doen. “Maar ik vind roeien het mooiste dat bestaat. Je werkt elke dag met een groep mensen die tot op het bot gemotiveerd zijn. Iedereen is constant bezig het beste uit zichzelf te halen. In het bedrijfsleven heb je ook een prestatiecultuur, maar daar zijn nooit zulke harde afrekenmomenten aan gekoppeld. In de zorg zagen we mensen de afgelopen tijd ook topsport bedrijven. Maar dat is alleen in crisissituaties. Wij zijn er constant mee bezig”, zegt Knab. Hij weet nu al dat zijn toekomst niet in de zorg ligt. “De werksituatie in de zorg wordt door factoren van buitenaf bepaald, zoals bezuinigingen. In de topsport ben ik zelf de enige limiterende factor, mijn willen en kunnen. Ik ben niet afhankelijk van een kabinet. Ik roei hier met gelijkgestemden.”

‘Ik was geen populair jongetje’

Topsport bedrijven wordt ook wel het uitstellen van volwassenheid genoemd. Knab: “Het tegenovergestelde is waar. In de topsport word je meer dan ergens anders geconfronteerd met je persoonlijkheid. Je komt in situaties jezelf heel erg tegen. In het normale leven heb je vaak ruimte om een stapje terug te doen. Dat kan niet in de topsport. De tegenstander doet dat namelijk ook niet. Je persoonlijke ontwikkeling gaat daardoor veel harder in de topsport.”

Waar zit bij hem dan die persoonlijke groei? “Je begint altijd met een droom: de beste van de wereld willen zijn. Het eerste wat je leert, is dat je dat niet bent. Je krijgt realiteitszin. Vervolgens ga je kijken wat er nodig is om wel de beste te worden. En dan kom je elke keer weer barrières tegen die je moet overwinnen. Je leert hoe je reageert in stressvolle situaties of hoe je je manifesteert in een groep. Op de middelbare school wist ik nog niet waar ik heen wilde met het leven. Ik was geen populair jongetje. Door de topsport ben ik als mens socialer en zelfverzekerder geworden. Als student durfde ik mijn hobby, miniaturen bouwen en beschilderen, niet meer uit te oefenen. Bang dat die sociaal niet geaccepteerd zou worden. Op mijn 25ste dacht ik: waarom laat ik me eigenlijk tegenhouden? Nu gaan mijn spullen, mijn kwastjes en verf, mee op trainingskamp. Teamgenoten komen weleens vragen wat ik aan het doen ben. Dat is leuk. Het is de beloning van de onzekerheid die ik aan de kant heb gezet.”

Na zijn topsportcarrière wil hij andere mensen leren hoe ze ‘een betere versie van zichzelf’ kunnen worden. Of dat al na Tokio zal zijn? Hij heeft trouwplannen, een kinderwens en wil een huis kopen. “Ik heb nog een volledig jaar om daarover na te denken.” Nu eerst hard trainen om na de zilveren medaille van het WK vorig jaar het eerste olympische goud in de acht sinds 1996 binnen te roeien. “Ik zie niet in waarom dat niet zou kunnen.”

Lees ook: 

Nederlandse roeiploeg toont opmerkelijke progressie op het WK

Een jaar voor de Spelen van Tokio presteerde de Nederlandse roeiploeg historisch, op het WK. De Holland Acht pakte zilver. ‘We kunnen steeds samen trainen en dat zal ons nog sterker maken.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden