ReportageWoonwagenkamp Emmen

RKC-trainer was kind van het woonwagenkamp. ‘Ik stond overal met 1-0 achter’

Joseph Oosting, trainer van RKC Waalwijk, op het woonwagenkamp in Emmen waar hij opgroeide en waar zijn broers en ouders nog altijd wonen.  Beeld Reyer Boxem
Joseph Oosting, trainer van RKC Waalwijk, op het woonwagenkamp in Emmen waar hij opgroeide en waar zijn broers en ouders nog altijd wonen.Beeld Reyer Boxem

Joseph Oosting werd als kind van het woonwagenkamp in Emmen bij het verlaten van de snoepwinkel gefouilleerd en voelde de vooroordelen bij sollicitaties. Het maakte bewijsdrang in hem los. Nu is hij hoofdtrainer van RKC Waalwijk in de eredivisie. Trouw ging met hem terug naar zijn roots en sprak over de lessen uit zijn jeugd.

Jan-Cees Butter

Met grote passen wandelt Joseph Oosting over De Ark, het woonwagenkamp in Emmen waar hij geboren en getogen is. “Als ze mij een blinddoek omdoen, dan weet ik hier nog de weg”, zegt hij. De twinkeling in zijn ogen verraadt dat hier een man vol trots door de herinneringen uit zijn jeugd loopt.

“Kijk”, wijst Oosting naar wat struiken langs het terrein van voetbalclub WKE (Woonwagenkamp Emmen), de club waarmee hij in 2009, samen met zijn broers Berend en Hendrik, landskampioen bij de amateurs werd. “Daar kropen we vroeger stiekem doorheen om te gaan voetballen op het veld. Totdat Rooie Jan (voormalig bestuurslid Jan Wolters, red.) eraan kwam om ons van het veld te sturen. Dan moesten we sprinten om weg te komen.”

Even later, als we op de hoek van twee smalle straten staan: “Hier heb ik gewoond”. Oosting schetst: “We hadden zo’n kleine pipowagen. Als ik naar het toilet moest of wilde douchen, dan moest ik de wagen uit en naar de schuur toe. Zo ging dat toen.”

Schijn bedriegt

Het woonwagenkamp in Emmen, met zo’n honderd woningen, oogt deze grijze vrijdagmiddag een beetje verlaten. Bij veel woningen zijn de rolluiken naar beneden. Schijn bedriegt, zegt Oosting. “De mensen zien ons wel, hoor”, fluistert hij. “Ik weet zeker dat mijn broers straks de vraag krijgen: met wie was Joseph op het kamp? Dat willen ze weten, hè.”

Slechts een enkeling laat zich zien. “Ha Jan”, roept Oosting als hij een oudere man naar buiten ziet komen. “Wat een mooie boompies heb je hier staan.” De man, glimmend van trots voor zijn tuin: “Ha Joos! Je doet het goed, hè?”

Dat kan Oosting niet ontkennen. RKC Waalwijk werkt met een van de laagste begrotingen in de eredivisie (ruim 8 miljoen euro), maar staat voorlopig keurig achtste. Oosting, vorige zomer begonnen aan zijn eerste klus als hoofdtrainer in het betaalde voetbal, zorgde er in zijn debuutjaar al knap voor dat het bescheiden RKC niet degradeerde. Wat voor reis heeft hij afgelegd? Welke waarden uit zijn jeugd hebben hem gevormd als trainer? En hoe past hij die toe in de dagelijkse praktijk?

Tussen de burgers

“Hier is het allemaal begonnen”, glundert Oosting als we bij een pleintje naast het buurtcentrum van De Ark staan. “Dit noemen we het zwarte pleintje.” Alles en iedereen heeft een bijnaam op het woonwagenkamp in Emmen.

Hoe zijn jeugd hier was? Oosting: “Zorgeloos. We hadden het niet breed, maar we kwamen ook niets tekort. Ik was de eerste met een leren bal op het kamp. Mijn vader was altijd aan het werk. Hij had een ijzer- en metaalhandel. Mijn moeder heeft mij meer opgevoed. Zij stond altijd klaar voor mij en mijn twee broers.” Zijn beide broers wonen nog altijd op het kamp. Net als zijn ouders. ‘Jan en Grietje Oosting’, staat er in sierlijke letters op hun bungalow.

Joseph Oosting verliet het kamp op zijn twaalfde. Dat had een praktische reden. Zijn vader nam de ijzer- en metaalhandel met aanpalende woning over van zijn opa, die op zijn beurt weer op De Ark ging wonen. Ineens woonde Oosting tussen de burgers van Emmen. “Voor mij was dat een moeilijke periode”, kijkt hij terug. “Ik moest mij aanpassen, flexibel worden. Het vaste, vertrouwde was ik ineens kwijt. Naast ons woonden kinderen die niet veel met voetbal hadden. Ik begreep dat totaal niet. Ook zeiden de buren last te hebben als we gingen voetballen. Op het kamp had ik daar nog nooit iemand over gehoord.”

Hoewel Joseph, de oudste van drie kinderen, al jaren niet meer op De Ark woont, ziet hij zichzelf nog altijd als een ‘reiziger’, zoals kampbewoners zich noemen. “Ik ben vergroeid met het kamp”, legt Oosting uit. “Mijn vader en moeder hebben elkaar op het kamp leren kennen. Ik ging vroeger naar het kampschooltje, de Sint Frans-school. Daar zat je in de klas met leden van de familie Wolters, Oosting of Bakker. Iedereen kende elkaar.” Joseph leerde zijn vriendin Martine in Emmen zelf kennen. Dikke grijns: “Zij komt uit de ‘bouw’, zoals we dat hier zeggen.”

Reusachtige villa van volkszanger Jannes

Oosting maakt van de gelegenheid gebruik om even bij zijn schoonzus langs te gaan. “Hier moet je wel je schoenen uitdoen”, haast hij erbij te zeggen als we naar binnen willen gaan. En niet zonder reden: de vloertegels zijn brandschoon.

“Vroeger had je veel van die pipowagens”, wijst Oosting als we weer buiten staan. “Maar die zie je nu bijna niet meer. Ook de mensen en de huizen hebben zich hier ontwikkeld.” Met de reusachtige villa van volkszanger Jannes als passend bewijs.

null Beeld Reyer Boxem
Beeld Reyer Boxem

Het woonwagenkamp in Emmen is weleens in het nieuws vanwege een inval door de politie, maar als kind kreeg Oosting daar weinig van mee, vertelt hij. De Ark voelt als een veilige plek voor hem. Het is een warme, hechte gemeenschap waarin je voor elkaar klaarstaat en voor elkaar opkomt. De sociale controle is er groot. Maar als Oosting er goed over nadenkt, heeft die plek ook iets in hem losgemaakt. “Een soort bewijsdrang”, denkt hij.

“Ik zal nooit vergeten: ik zat net op de mavo in Emmen en in de pauze ging ik met klasgenoten snoep kopen bij Jamin. Toen ik naar buiten wilde stappen, werd ik ineens gefouilleerd. Zo van: wat heb jij in je zak gedaan? Terwijl mijn vriendjes gewoon door konden lopen. Dat deed wel pijn. Ook bij sollicitaties voelde je de oordelen. Dan zeiden ze: ‘Oosting? Kom je van het kamp?’ Nou, dan stond ik al met 1-0-achter. Voor mijn gevoel moest ik mezelf altijd bewijzen.”

Vleugels uitslaan

Voetbal werd zijn houvast. De kromme benen van Oosting doen herinneren aan zijn tijd als voetballer bij WKE, BV Veendam en FC Emmen. Bij die laatste club had hij een contract voor het leven, maar Oosting wist: als hij zichzelf wilde ontwikkelen, dan moest hij zijn vleugels uitslaan. In 2014 vertrok hij naar Vitesse. Hij was er jeugdtrainer, had Jong Vitesse onder zijn hoede en werd na het ontslag van Leonid Sloetski in 2019 aangesteld als interim-coach.

Intussen volgde hij allerlei cursussen, hij las boeken over psychologie en sprak met mensen uit de voetballerij om kennis op te doen. Oosting deed er elf jaar over om op de cursus Coach Betaald Voetbal te komen. “Ik vond dat best spannend”, herinnert de Drent zich, zittend achter een kop koffie in zijn fraaie twee-onder-een-kapwoning in Emmen. “Dan zat ik ineens tegenover een psycholoog die tegen mij zei: ‘Je hebt je reis wel alleen gemaakt, hè?’ Ook hij wist waar ik vandaan kwam. En ook hij had een mening over mij. Ik kwam maar niet door die ballotage-commissie. De laatste keer dat we daarnaartoe reden, zei ik tegen Martine: ‘Jopie uit Emmen, die moet en zal op die cursus komen’.”

Wees gewoon lief, wees aardig

In 2017 slaagde hij. Nu, terugkijkend: “Ik wilde zó graag laten zien wie ik was. Op het moment dat ik voor het bord sta en over voetballen praat, dan voel ik mij zeker en veilig. Dit vak gaat om mensen, om samenwerken. Dat past bij mij.”

Ergens voert dat weer terug naar zijn jongste jeugd, beseft Oosting achter zijn eikenhouten tafel. “Zolang ik trainer ben, wordt niemand genegeerd”, zegt hij geraakt. “Iedereen doet ertoe. En wees gewoon lief, wees aardig. Het familiaire wat we bij RKC hebben, hoort ook bij mijn kernwaarden.”

Of hij daardoor juist goed kan omgaan met voetballers met een ‘krasje’? Oosting: “Bij RKC heb ik een groot kantoor met van die grote ramen. Elke ochtend zie ik mijn spelers binnenkomen. Meestal zie je aan hun loopje al of ze goed hebben geslapen of dat er iets is met hun zoontje of dochtertje. Alle spelers krijgen aandacht van mij. Ik stel vragen, luister naar ze. Soms hoor je trainers zeggen: ‘Ik ben oprecht geïnteresseerd in mijn spelers’. Dan denk ik: oké, maar weet je dan ook wat die tattoo in zijn nek betekent?”

In de trainer Oosting, wiens zoon Thijs profvoetballer is bij Willem II, zit nog altijd de drang zich te verbeteren. Waarschijnlijk neemt hij die de rest van zijn leven mee. Hij heeft er vrede mee. Sterker: dat hij trainer in de eredivisie is geworden, vertelt ook iets over hoe hij in het leven staat. Ontspannen achteroverleunend: “Het klinkt heel erg romantisch – en misschien ben ik ook wel een idealist – maar we moeten plezier hebben met elkaar in het leven. Want als je plezier en jezelf ontwikkelen samenvoegt, dan ga je presteren.”

Lees ook:

Joseph Oosting omarmt bij RKC spelers met een ‘krasje’

RKC-trainer Joseph Oosting omarmt spelers ‘met een krasje’. ‘Het is zo typisch Nederlands om spelers te veroordelen om de dingen die ze níet kunnen.’

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden