Sport & milieuKunstgras

Recycling van kunstgras blijft vooral een probleem van de toekomst

Een vrijwilliger verzamelt in 2016 rubberkorrels op een kunstgrasveld van voetbalvereniging Roda ’23 in Bovenkerk. De korrels werden in een laboratorium getest op kankerverwekkende stoffen. Beeld ANP / Koen van Weel
Een vrijwilliger verzamelt in 2016 rubberkorrels op een kunstgrasveld van voetbalvereniging Roda ’23 in Bovenkerk. De korrels werden in een laboratorium getest op kankerverwekkende stoffen.Beeld ANP / Koen van Weel

In een wereld waar het draait om minimale marges tussen winst en verlies, delft het milieu vaak het onderspit. In een serie artikelen over het spanningsveld tussen sport en duurzaamheid, vandaag deel 12 (slot): kunstgras.

Pepijn Keppel

Het is 1966. De honkballers van de Amerikaanse club Houston Astros klagen over de glazen koepel boven het gras van hun AstroDome. Die koepel vervormt het licht waardoor de sporters zo nu en dan worden verblind. Het team verliest beslissende wedstrijden in de competitie en eindigt dat seizoen als achtste. De clubleiding besluit het dak zwart te verven. Het gevolg is dat het gras doodgaat, door een gebrek aan licht. Kunstgras is een uitkomst, en dat blijkt een succes. Het kunstgrastijdperk is aangebroken. De Engelse naam voor kunstgras, astroturf, is afgeleid van de honkballers uit Houston.

In Nederland duurt de introductie van kunstgras tot 1976. Aanleiding zijn de Olympische Spelen in Montreal, waar wordt gehockeyd op een nylon mat. De Utrechtse hockeyclub Kampong speelt daarop in en besluit voor een slordige 1,2 miljoen gulden een kunstgrasveld aan te leggen voor de Nederlandse hockeymannen. Zo kan het team zich optimaal voorbereiden op de Spelen. Oranje wordt uiteindelijk vierde, de strijd om het brons wordt verloren van Pakistan, maar de sport is voorgoed veranderd: voortaan is hockeyen op kunstgras de norm.

Heracles heeft in 2003 al een kunstgrasveld

In 2001 is Michael van Praag, op dat moment voorzitter van Ajax, enthousiast over de plastic velden. “Binnen vijf jaar hebben we kunstgras. Daar durf ik een kist champagne om te verwedden”, zou hij volgens tijdschrift Voetbal International destijds hebben gezegd. In 2003 beschikt Heracles Almelo al over een kunstgrasveld, maar de vaart komt er pas echt in als in een jaar later wereldvoetbalbond Fifa alle seinen op groen zet. De KNVB volgt. In Nederland leggen daarna steeds meer clubs kunstgras neer, van ADO Den Haag tot FC Emmen.

Afgeschreven kunstgrasvelden worden nu grotendeels gerecycled. Van vier velden wordt één onderlaag gemaakt die twintig tot dertig jaar kan blijven liggen. Maar dan?  Beeld ANP
Afgeschreven kunstgrasvelden worden nu grotendeels gerecycled. Van vier velden wordt één onderlaag gemaakt die twintig tot dertig jaar kan blijven liggen. Maar dan?Beeld ANP

In 2016 leggen onderzoeksjournalisten van tv-programma Zembla een probleem bloot: de gezondheidsrisico’s van sporten op kunstgrasvelden met rubbergranulaat zijn niet goed onderzocht en zouden zelfs kankerverwekkend kunnen zijn. Het RIVM doet daarop onderzoek en oordeelt dat de vermalen autobanden die over het nepgras worden uitgereden niet direct schadelijk zijn voor de volksgezondheid.

Er volgen meerdere uitzendingen van Zembla. De rubberkorrels, ook wel infill genoemd, verontreinigen het milieu en recyclingbedrijven overtreden structureel milieuregels. Zo tonen de onderzoeksjournalisten aan dat de velden jarenlang werden opgestapeld op bedrijfsterreinen zonder de juiste vergunning en soms gedumpt werden in het buitenland. De recycling van de matten blijft achter, als er al wordt gerecycled. Gemeenten leggen momenteel nog altijd kunstgrasvelden aan.

Probleem onderkennen en oplossen

Ondertussen is de recycling van kunstgrasvelden beter ingericht. Althans, zo lijkt het. In de haven van Amsterdam verrees in 2020 een verwerkingsfabriek van het bedrijf GBN Artificial Grass Recycling. Het recyclingbedrijf werkt samen met hoofdrolspelers uit de markt, waaronder de Nederlandse fabrikant Ten Cate, dat eveneens aandeelhouder werd. “Daardoor zijn we medeverantwoordelijk voor het probleem”, zegt Matthijs Verhoef aan de telefoon. Hij is salesmanager bij CSC Sport, onderdeel van Ten Cate, en houdt zich onder andere bezig met de circulariteit van kunstgrasvelden. “Binnen de hele branche is de urgentie heel veel groter geworden. Dat is een mooie keerzijde van zo’n Zembla-uitzending, je wordt toch gedwongen om sneller bepaalde stappen te zetten om het probleem te onderkennen en op te lossen.”

Recyclingbedrijf GBN werd dus een schakel in die oplossing. Eric van Roekel is directeur van het bedrijf. “Toen we zo’n vijftien jaar geleden begonnen met het installeren van kunstgrasvelden, is er niet goed nagedacht over wat er met versleten velden moest gebeuren”, zegt hij tijdens een telefoongesprek. “In Nederland liggen duizenden velden, dus dat wordt vanzelf een probleem. Bij ons komen er zo’n 250 velden per jaar binnen en die verwerken we allemaal.” Een veld wordt volgens Van Roekel tot wel 97 procent hergebruikt, de rest wordt afgevoerd naar de vuilstort.

Dat hergebruik ziet er min of meer zo uit: de infill wordt uit de mat geklopt, het kunstgras wordt versnipperd, gereinigd en uiteindelijk versmolten tot groene plastic korrels. Die korrels bestaan onder andere uit een mix van twee verschillende plastics: polypropyleen en polyethyleen. “Die materialen worden nog niet gescheiden", zegt Matthijs Verhoef van Ten Cate. De vezelfabrikant gebruikt de korrels voor demping onder hockeyvelden. “Die onderlaag heeft hele mooie sporttechnische waarden”, zegt hij. Van vier oude kunstgrasvelden wordt één onderlaag gemaakt die twintig tot dertig jaar kan blijven liggen. En juist daar schuilt een nieuw probleem.

Gerecyclede korrels gebruikt om picknicktafels van te maken

Als verschillende materialen worden samengesmolten tot één korrel, is het daarna lastiger te recyclen. Directeur Van Roekel van GBN: “Is het perfect? Nee. We zitten nu nog niet op de top van wat technisch mogelijk is. Idealiter zouden we zien dat de kunstgrasfabrikanten een mat uit één kunststofsoort maken. Dan kunnen we een veld écht recyclen. Maar dat is aan hen.” Daar is Ten Cate volgens Verhoef al mee bezig, Van Roekel treedt op als adviseur.

De gerecyclede korrels worden inmiddels ook gebruikt om er picknicktafels en zogeheten kantplanken van te maken, planken rondom de sportvelden. Die gaan dertig tot veertig jaar mee. Daarna zullen de picknicktafels en kantplanken weer worden verwerkt tot groene plastic korrels. Het is nog niet mogelijk er wat anders mee te doen. “Dit is een eerste stap in het sluiten van de keten”, zegt Van Roekel. We zijn er dus nog niet, maar het begin is er.

Lees ook de eerdere afleveringen in de reeks sport & milieu:

Deel 1: De carbonrevolutie: de sport wint, de planeet verliest

Deel 2: Jouw eiwitshake is gemaakt van kaasafval. Win-win dus?

Deel 3: Thialfs energieslurpende zomerijs: ‘Idioot als het buiten dertig graden is’

Deel 4: Hoe jouw voetbalshirt een bedreiging kan vormen voor de oceanen

Deel 5: De golfbaan moet in topconditie zijn, óók als dat gif tegen de bloemetjes betekent

Deel 6: Formule 1: van duurzaamheidspioniers naar starre fossielaanbidders

Deel 7: Hoe de Mount Everest ’s werelds hoogste vuilnisbelt werd

Deel 8: Surfers voelen een connectie met de natuur, maar zijn allesbehalve duurzaam bezig

Deel 9: Het grootste milieuprobleem van sportevenementen zijn de fans

Deel 10: Onder elk profvoetbalveld ligt 30 kilometer verwarming

Deel 11: We rennen de wereld stuk met onze hardloopschoenen, en niemand heeft het door

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden