null Beeld

ColumnMarijn de Vries

Parijs-Roubaix wás de koers van de ultieme masculiniteit

Marijn de Vries

Een vrouw in de douches van Roubaix. Daar begon het mee. Een vrouw met een helm op. Ze is te zien tot aan haar schouders. De rest van haar lichaam wordt door de betonnen muurtjes aan het zicht onttrokken. Betonnen muurtjes van iconische douchehokken. Oud, grauw, kaal. Douchehokken met naamplaatjes. Op die plaatjes de grootste wielrenners uit de geschiedenis. Winnaars van Parijs-Roubaix. Allemaal mannen.

De blik in de ogen van de vrouw is schuchter, en nieuwsgierig tegelijk. Zal haar naam hier binnenkort tussen staan? ‘Marianne Vos’, tussen al die mannen? Voor het eerst in de geschiedenis is het mogelijk. De grootsheid hiervan in één foto gevangen.

Parijs-Roubaix. Als er één koers was die vrouwen nooit zouden kunnen rijden, dan was het deze. Te zwaar. Te gevaarlijk. Te hard. Vrouwenlichamen waren daar niet geschikt voor. Het is nog maar heel kort geleden dat er zo over werd gedacht. Parijs-Roubaix was altijd de koers van de Echte Mannen. Het was de koers van de ultieme masculiniteit.

Natuurlijk dachten vrouwen daar zelf anders over. Maar wie luisterde nou echt naar hen? Zelfs zaterdag nog, voor de start, werd er door het voornamelijk mannelijke journaille ter plaatse gespeculeerd over risico’s voor de vrouwelijke genitaliën bij het over de kasseien rijden, hoorde ik van een bevriende journalist. Terwijl, als je er feitelijk over nadenkt, de geslachtsdelen van vrouwen vooral aan de binnenkant zitten – wat bij mannen bepaald niet zo is. Maar daar hoor je nooit ­iemand over, als het om ­risico’s bespreken gaat.

De eerste Parijs-Roubaix voor vrouwen was veel meer dan een primeur. Het was een statement. Het was vooroor­delen aan gruzelementen fietsen tot op het bot. Vrouwen mogen vies zijn, van snot, kwijl, zweet en modder. Ze mogen hard zijn. Vallen. Bloeden. Spugen. Schreeuwen. Stinken. Vrouwen mogen met de benen wijd op de wielerbaan storten, als zedig zitten van vermoeidheid niet meer gaat.

Sneller dan het snelste schema denderde Lizzie Deignan naar Roubaix. Oud-wereldkampioen, en tevens vooroordeelverpletteraar. In keurig Engels laat ze al jaren eloquent haar vernietigende mening horen. Over gelijkwaardigheid. Over zwangerschapsverlof voor vrouwelijke rensters, toen haar zelf verteld werd dat ze na het krijgen van een kind niet meer terug moest willen komen op het hoogste niveau. Als je eenmaal moeder bent, piep je wel anders – zo klonk het. Ze ging er keihard tegenin.

Met een grimlach op haar gezicht

De renster met de Elsa-vlecht. Slippend over de kasseien, met een grimlach op haar gezicht. Vastberaden. Vrouw met een missie. Met bloed aan de handen, zo rood dat ik eerst dacht dat het vlekken van haar nagellak waren. Samen met Marianne Vos is zij de grootste baanbreker van haar generatie. Het doet er niet toe dat ze een moeder is. En tegelijkertijd maakt het alles uit.

Ze is de belichaming van wat in ruim honderd jaar Parijs-Roubaix als het absoluut onmogelijke werd gezien. Zelf zei ze, met de kassei voor de winnaar in haar handen: “Vandaag koerste ik met de kracht van generaties vrouwen die deze koers nooit mochten rijden achter me, en met mijn dochter in mijn hart, voor wie ik hoop dat ze nooit meer op dezelfde barrières stuit.”

Inmiddels is er een foto van Lizzie Deignan in de douchehokken van Roubaix. Het gezicht geheven naar de warme waterstraal. De ogen in spleetjes toegeknepen, genietend in de kaalste douches waar ze ooit stond. Binnenkort zal een van de hokjes haar naam dragen. Dit is wat vrouwen kunnen. Het statement is voor eeuwig.

Journalist en voormalig profwielrenner Marijn de Vries fietst u elke maandag door het sportweekend. Lees hier eerdere columns terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden