null Beeld

ColumnMarijn de Vries

Paralympiërs zijn de ambassadeurs van hoop

Marijn de Vries

“Gáát het, met dat dienblad?” De vrouw die mijn collega Roos Oosterbaan aansprak in de bedrijfskantine articuleerde overdreven, om er zeker van te zijn dat Roos haar zou begrijpen. Roos, net als ik redacteur van een achtergrondprogramma op Radio 1. Superslim. En heel handig met haar rolstoel. Razendsnel draaide Roos zich om, jongleerde de etenswaren op het dienblad op haar knieën nog een beetje heen en weer en was verdwenen. Alleen wij zagen de geïrriteerde blik op haar gezicht.

Het is vijftien jaar geleden, dit voorval, maar het staat in mijn geheugen gegrift. Want plots was mij glashelder waarmee Roos te maken heeft: met mensen die denken dat ze onnozel is, omdat ze in een rolstoel zit. Elke dag weer. Op elk onbewaakt moment. Lief bedoeld hoor, heus, maar zo denigrerend.

In de loop der jaren heb ik nog vaak aan Roos’ ergernissen gedacht, bijvoorbeeld toen ik ontdekte dat er een woord bestaat voor hoe ze behandeld werd: validisme. Dat is “discriminatie, marginalisering en stigmatisering van mensen met een functiebeperking, lichamelijk of geestelijk”. Je hoeft het niet expres te doen, zoals de mevrouw in de kantine, maar er automatisch vanuit gaan dat iemand in een rolstoel ook geestelijk niet in orde is, is validistisch.

Validisme werkt ook de andere kant op: mensen met een beperking bewonderen om hoe ze toch hun dagelijks leven leiden, kan als net zo denigrerend gevoeld worden. Je zegt tegen mensen zonder beperking ook niet continu dat het inspirerend is dat ze zelfstandig naar het werk komen, of eigenhandig koffie zetten.

Op het schild gehesen

Hoe ik in dat kader naar de Paralympische Spelen moest kijken, vond ik lastig. Want sommige mensen vinden het ook irritant dat paralympiërs op een schild gehesen worden, als helden die ondanks hun beperking iets knaps doen. Het gaat om hun prestatie, hoorde ik dan, niet om het verhaal erachter.

Roos was niet alleen mijn collega, maar zat ook in het paralympisch basketbalteam. Ze deed in 2004, 2008 en 2012 mee aan de Spelen. Een tijdje basketbalde ze samen met Marc de Hond, die vorig jaar overleed aan kanker. Deze weken maakt Roos ’s nachts een radioprogramma op Radio 1: Miss Paralympics. Indrukwekkend vond ik haar interview met Remona Fransen, de weduwe van Marc. Een vrolijk gesprek was het, sterk en kwetsbaar tegelijk. Vol fijne herinneringen. En fragmenten waarin Marc te horen was.

Vijf jaar geleden was hij tijdens de Paralympische Spelen nog rolstoelbasketbalcommentator voor de NOS. “Alle sporters die hier zijn, hebben een verhaal”, vertelde hij toen. “Dat vind ik prachtig. Ik heb zelf veertien jaar geleden een dwarslaesie gekregen. Ik kon helemaal niks meer. Toen zag ik Esther Vergeer tijdens de Paralympische Spelen op tv. Als ik niet meer kan lopen straks, dacht ik, dan kan ik in ieder geval dat nog.”

“Zij was voor mij een ambassadeur van hoop, waar ik me aan heb opgetrokken en waardoor ik ook ben gaan sporten. Ik hoop dat de mensen die nu thuis zitten te kijken, in net zo’n negatieve situatie zitten als ik toen, of ouders die zich nu misschien zorgen maken over hun kind, hoop putten uit de Paralympics. En dat op een dag hun kind misschien wel een medaille wint.”

Wat mooi gezegd zeg: paralympiërs zijn ambassadeurs van hoop. Zo zou ik het ook graag willen zien, liever dan dat ik hun verhalen niet inspirerend mag vinden. In de medailles zie ik hoop. Perspectief. Sprankeling en glans. En me dunkt, daar kunnen we wel wat van gebruiken, in deze tijd.

Journalist en voormalig profwielrenner Marijn de Vries fietst u elke maandag door het sportweekend. Lees hier eerdere columns terug.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden