Georgino Wijnaldum viert zijn goal tegen Duitsland.

Nederlands Elftal

Oranje is zo onverschrokken als Koeman zelf

Georgino Wijnaldum viert zijn goal tegen Duitsland. Beeld Robert Michael/dpa-Zentralbild/d

Natuurlijk kan niet alles bij Oranje onder bondscoach Koeman goed gaan, al lijkt het er soms op. Maar coach en spelers vormen een verbond van het soort waarin de charme van landenvoetbal schuilt.

Weer zo’n wonderlijke wedstrijd, Duitsland-Nederland (2-4) vrijdag in Hamburg, weer in dit tijdvak van bondscoach Koeman zo’n wedstrijd die tal van uiteenlopende gedachten opriep. De gedachte aan de Nederlandse voetbalcrisis, kort geleden nog maar, waarin het EK 2016 en het WK 2018 werden gemist. Nu wint Oranje van toplanden: eerder al van Frankrijk, voor de tweede keer (na de 3-0 van oktober vorig jaar) van Duitsland.

De gedachte dat het onder deze bondscoach hoe dan ook niet fout kan gaan: na een magere eerste helft vrijdag zomaar ineens een uitbarsting met vier doelpunten, de meeste nog mooi uitgespeeld ook, in de tweede helft. Maar de gedachte óók aan de laatste wedstrijd hiervoor, de finale van de Nations League begin juni: verloren (1-0) van een topland, Portugal – de ontnuchtering dat (natuurlijk) niet alles onder deze bondscoach hoe dan ook goed kan gaan.

Koeman was chagrijnig geweest, toen. Dat leek voort te komen uit het besef dat de tekortkomingen, bovenal in aanvallend opzicht, in de nabije toekomst zouden blijven knellen, op topniveau dan. Koeman zei destijds in Porto herhaaldelijk dat het aan de kwaliteit van de tegenstander had gelegen dat Oranje niet goed had kunnen spelen, weinig had kunnen uitrichten.

Wervelende aanval

De aanval van Oranje is niet van topniveau, was dat niet een algemene gedachte? Depay is een gemaakte spits, hij mag bij zijn club Olympique Lyon niet in de punt van de aanval spelen. Babel, jaren al lang en breed vergeten, als dertiger weer international, bij gebrek aan iets anders toch. Promes, een zo moeilijk in te schatten voetballer. Dat is op papier geen weelde. Maar zie, tegen Duitsland wervelde de aanval soms echt, in de grotere ruimtes van de tweede helft.

Hoe kón dat? Koeman deed wat omzettingen: Babel ging op links spelen, Promes kwam zelfs in de rechterverdedigingszone terecht. Maar daaraan alleen kon het niet liggen: voetbal is geen Stratego, waarin een coach naar believen kan schuiven. Het gaat ook vaak genoeg niet goed, als coaches schuiven. Nee, op de avond van jubel moest er ook oog voor zijn dat iets ook aan de tegenstander lag, zoals het omgekeerd in Porto het geval was geweest – zoals het in de weegschaal van een voetbalwedstrijd meestal het geval is.

De verdediging van Duitsland had in de eerste helft al onzeker geoogd, stram, opbouwend soms zelf onbeholpen. Duitsland heeft enkele goede spelers, maar het is vooral daardoor bepaald nog niet zo sterk als na de ombouw her en der al werd gesuggereerd. Dat doet niet veel af aan de prestatie van Oranje. Het gaat er in een sportwedstrijd om, zo veel als mogelijk, gebruik te maken van de kwetsbaarheden van de tegenstander. Dat deed Oranje optimaal.

Moeilijk breekbaar

Koeman kon worden geprezen om zijn wissels na een uur: middenvelder Pröpper voor De Roon, de debuterende aanvaller Malen voor Dumfries. Die pakten goed uit, ja, maar zo bijzonder waren ze niet. Dumfries was de zwakste Oranje-speler geweest. De sobere De Roon kan zijn waarde hebben, maar met de vloeiender spelende Pröpper achter de hand is hij op het middenveld bij behoefte aan een wending normaal gesproken de eerst aangewezene voor een wissel.

Belangrijker was misschien iets onderliggends, iets waarvoor Koeman in dezelfde mate kan worden geprezen. Er zit, in welke samenstelling dan ook, onderhand iets in dit Oranje wat niet onbreekbaar kan worden genoemd – dat voert voor elk team te ver –, maar toch wel moeilijk breekbaar. Oranje had veel meer gedaan dan Duitsland om te winnen, zei Koeman met gepaste trots. De Duitsers hadden zich na de vroege voorsprong teruggetrokken, zich toch al te veel – zeker gezien de staat van hun defensie – op die aanvankelijk niet onlogische strijdwijze verlaten.

Oranje was al bepaald niet voor het eerst teruggekomen, gedreven boven alles (weer) door geestkracht, teamgeest. Die kracht wordt door de ene na de andere speler bezongen. Typerend was vrijdag een gesprekje met Wijnaldum. Hij had het vierde doelpunt gemaakt (na een sprint nog over de as van het veld in de slotminuut) en het derde voorbereid, met een fijn wippertje naar Malen. Hem werd gevraagd wat hij mooier vond. Het doelpunt was niet makkelijk, na zo’n sprint, zei hij, maar hij vond het ook mooi dat hij de debutant had kunnen laten scoren.

Saamhorigheid

Zo wordt de saamhorigheid gekoesterd, gekneed sinds diens entree door Koeman. De onverschrokkenheid waarmee hij niet terugdeinsde voor de zware tegenstanders in zijn eerste jaar, het vorige, heeft hij op Oranje kunnen overdragen. Nee, dan gaat niet alles goed. Vergeet niet dat ook de tactiek in de eerste helft (met de beperkte Dumfries in een offensieve rol en Babel meer centraal voorin) zijn handtekening droeg. Dat was, met deze spelers, te moeilijk gedacht.

Maar coach en spelers kunnen iets ombuigen, ze openden zo vrijdag de weg naar het EK 2020. Dan denk je terug aan de crisis, de gemiste toernooien. Zo gewaagd is het niet om te denken dat met Koeman en zijn even vasthoudende als zo nodig variabele aanpak die toernooien wel waren gehaald. Maar ver had Oranje er met toen mindere spelers waarschijnlijk niet kunnen komen – en wie weet welke kritiek dat dan in het veeleisende Nederland had opgeroepen.

Misschien is het voor Koeman maar beter dat hij pas vorig jaar bondscoach is geworden. Hij leidt een team dat het land kan bekoren, een team dat met het toernooi van volgend jaar in zicht zelfs een stiekeme gedachte oproept. De charme van landenvoetbal is dat niet op elke positie een topspeler kan staan en dat juist daarom een verbond moet worden gevormd – mooier en bevredigender vaak dan in het clubvoetbal, waar met geld zo veel te koop is. Zo’n stiekeme gedachte, wie had dat kunnen denken?

Lees ook:

Vette bonus voor Oranje én Koeman na herrijzenis in Hamburg

In weer een wonderbaarlijke wedstrijd onder bondscoach Koeman zette Oranje een forse stap naar het EK van 2020. Duitsland werd in Hamburg verslagen en daarmee in de onderlinge verhoudingen achterhaald.

Gedachten achter het chagrijn van Koeman

Ronald Koeman was een beetje chagrijnig in het interview met Jeroen Stekelenburg van de NOS, na de Nations League-finale tegen Portugal. Stekelenburg schreef dat aan het eind van het gesprek aan de nederlaag toe, en Koeman ging daar graag in mee. Ik begreep dat: hij hoeft ons niet alles open en bloot te vertellen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden