null Beeld Maartje Geels
Beeld Maartje Geels

ColumnMarijn de Vries

Oppassen voor Tadej Pogacar, de Sloveense springveer

Ik ben een beetje bang voor Tadej Pogacar. Niet zijn verschijning boezemt me angst in. Ik bedoel: die frêle armpjes, de iele schouders, de smalle borst. Als ik één keer ‘boe’ roep, valt hij om, zo lijkt het. We weten beter. Hoe allesverzengend hard de gele trein van Jumbo-Visma ook naar boven stoomt, Pogacar haakt zijn wagon aan. Moeiteloos, zo lijkt het. En dan sprint hij, de Sloveense springveer, toch net iets vinniger dan die andere Sloveen, die schansspringer. En wint hij. Gisteren nota bene voor de tweede keer.

Over een week wordt Tadej 22. Twaalf jaar geleden reed hij op zijn eerste fiets. Ik kwam er een foto van tegen. De fiets waarop hij zit als kleine jongen is kikkergroen, zo te zien van staal – en veel te groot. Het stuur te breed. De wielen komen, zou hij staan op de grond, tot aan zijn heupen. Het zadel op de laagste stand is eigenlijk niet laag genoeg. Ingeklikt met zijn schoenen als schuiten zo groot lukt nét, maar alleen als hij een beetje schuin opzij helt, en zijn teen strekt als een turner. Zijn slobbertrui en ultrakorte fietsbroek zijn roze met paars, de kleuren van zijn club in Ljubljana. Een blauwe helm, gele bidonhouders en witte jongensbenen maken het plaatje af.

Ligt Tadej op kop? Zijn gezicht in volle focus. Er is niemand om hem heen. Is dit die race waarvan het verhaal gaat dat iemand uit medelijden vroeg of het peloton wat zachter kon, zodat dat arme kleintje achteraan erbij kon komen – terwijl Tadej juist op het punt stond de hele groep in te halen na een solo rondje vol gas?

Nog 40 seconden

Kort daarvoor voetbalde Tadej nog. Hij was er gek op. Nog steeds, zo zegt hij zelf. Maar broer Tilen ging wielrennen. En toen, zo gaan die dingen, wilde kleine Tadej ook. Tilen wielrent nog steeds, ze koersen niet vaak samen – maar dit jaar deden beide broers mee aan de Sloveense titelstrijd. Tadej werd tweede in de wegrit, achter Primoz Roglic. Bij Tilen kwam ‘Did Not Finish’ achter zijn naam. De tijdrit, bergop, van bijna 16 kilometer won Tadej. Roglic deed er negen seconden langer over. En broer Tilen maar liefst acht en een halve minuut.

Ook dat boezemt me angst in. Sneller dan Roglic in een klimtijdrit. Die komt nog, in de Tour, naar LaPlanche des Belles Filles, op de op één na laatste dag. En als je denkt dat zo’n ontzettend jonge vent wel zal inzakken na twee weken koersen, dan heb je het ook al goed mis. Vorig jaar zou Tadej eigenlijk stoppen, na twee weken Ronde van Spanje. Maar het ging zo goed, met al twee etappes – beide bergop, eentje ook toen al in de een sprint tegen Roglic – op zijn naam. Hij ging door. Leek plotseling toch weg te vallen, maar won de een na laatste etappe met grote overmacht. Een derde plek in het klassement, de jongerentrui. Zoals ik zeg: doodeng, die vent.

Want stel je voor, met die twee aankomsten bergop die nog gaan komen. De gele trein stoomt door. Jumbo-Visma doet alles perfect voor kopman Roglic, tot op het eind, de laatste meters. Dan springt Poga er vandoor. Hij pakt een paar bonificatiesecondes. Zo gaat het nu al steeds. Blijft het zo gaan? Nog veertig seconden scheelt het, tussen hem en de gele trui. En dan die klimtijdrit. Met nog een handvol secondes in Roglic’ voordeel. Je moet er toch niet aan denken wat springveer Pogacar daar zomaar zou kunnen doen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden