Tour de France Platanenjacht

Op zoek naar de plataan van Abdelkader Zaaf

De Algerijnse wielrenner Abdelkader Zaaf raakte in 1950 bevangen door de hitte, dronk wijn in plaats van water, en zeeg neer tegen een plataan.

De Ronde van Frankrijk zit vol mooie verhalen. Zo moet ergens in de buurt van Nîmes nog de boom staan waartegen de door hitte bevangen Algerijnse renner Abdelkader Zaaf in 1950 een hazeslaapje deed.

In de buurt van Nîmes, waar de Tour de France dinsdag startte en finishte, ligt de plek waar een van de beroemdste anekdotes van de Tour zich heeft afgespeeld. Ergens op de D610, tegenwoordig een verbindingsweg tussen Montpellier en Nîmes, zeeg Abdelkader Zaaf ineen. Maar waar precies? 

Het verhaal van Zaaf is een van de bekendste verhalen uit de rijke wielergeschiedenis. Op weg van Perpignan naar Nîmes werd hij in de dertiende etappe van de Tour in 1950 door de hitte bevangen (het is er 35 graden) terwijl hij in de kopgroep zat. Hij valt neer, neemt een slok uit een fles die wijn in plaats van water bevat en raakt zo beneveld dat hij niet meer verder kan.

Op bewaarde filmbeelden is te zien hoe een renner met rugnummer 115 omringd door toeschouwers wezenloos weer op een fiets wordt gezet, maar bij het wegrijden zijn stuur niet recht kan houden en bijna tegen een muurtje oprijdt dat vlak achter de platanen langs de weg is gebouwd. Tegen een plataan doet hij volgens het verhaal een hazeslaap en in plaats van voor het peloton uit, fietst hij daarna naar het peloton toe. Waarschijnlijker is dat hij uiteindelijk in een ambulance is afgevoerd.

Muurtje

De platanen staan anno 2019 nog steeds met tientallen langs de weg tussen Restinclières en Sommières, acht kilometer verderop. Tussen deze twee plekken moet het zijn geweest dat Zaaf (33 jaar op dat moment en volgens de kranten een van de ‘smaakmakers’ in het peloton) 69 jaar geleden langs de kant van de weg lag. De exacte locatie is onduidelijk, maar er zijn aanwijzingen.

Op de filmbeelden is te zien dat de weg vlak is, er veel mensen staan (dicht bij een dorp) en er een muurtje langs de weg loopt. Volgens lokale verhalen moet het net na het verlaten van Restinclières zijn geweest. Dat kan: net buiten het kleine dorpje is een vlak stuk met platanen. Maar nergens in de buurt staat een muurtje er vlak achter. In ieder geval niet aan de linkerkant van de weg, waar Zaaf ineen zeeg.

Een andere mogelijkheid is net na het dorpje Boisseron. Daar staat een muurtje, maar geen platanen. Wel aan de rechterkant. De bomen daar zijn behangen met plakkaten over de komende feesten in het dorp. Dit is de plek die Wilfried de Jong in 2000 al aanstipte als de plek waar de Algerijn moet hebben gelegen. In een uitzending van VPRO Sportpaleis zegt hij dat de boom is gekapt in een van de renovatieprojecten van de huidige D-weg. In 1987 was er een, rond de eeuwwisseling ook.

De boom van Zaaf is weg, net als de herinnering. Er is geen bordje waar de geschiedenis van de Algerijn op staat vermeld. In de gemeentehuizen van Restinclières en Sommières weet niemand van de geschiedenis af. Zelfs de ‘geschiedenisman’ van het eerste plaatsje, Serge, heeft geen idee wie Abdelkader Zaaf was. Het is te lang geleden. Tourhistorie leeft alleen bij liefhebbers voort.

Vier bidons per uur

De platanen die er nog staan, zorgen voor hoognodige schaduw in een gebied waar de zon jaar in jaar uit op de velden brandt. In 1950, en nu. Vorige maand werd in Vellevielle (zo’n tien kilometer van Restinclières en twee kilometer van waar de Jumbo-Vismaploeg de afgelopen rustdag verbleef), de hoogste temperatuur ooit gemeten in Frankrijk: 45,1 graden Celsius.

De warmte zorgde dinsdag voor aanpassingen in het peloton van 2019. Er gingen minstens drie en meestal vier bidons per uur doorheen, nog los van het water dat over hoofd, armen en benen werd gegooid. Renners kregen ijszakjes in de nek en voorafgaand aan de etappe tekenden ze in met een koelvest aan. Insmeren met zonnebrand was niet eens een vraag: dat gebeurt sowieso.

In 1950 waren dit soort voorzorgsmaatregelen niet aan de orde. Helemaal niet bij twee Algerijnen die dat jaar voor het eerst aan de Tour mochten deelnemen: Zaaf en Marcel Molinès. Zij waren al lange tijd prof, maar konden nooit deelnemen aan de Tour omdat een Noord-Afrikaans team nooit was uitgenodigd. In de dertiende etappe ontsnapten ze beiden uit het peloton. Zaaf kwam in de geschiedenisboeken, maar Molinès ook. Die won uiteindelijk in Nîmes de etappe en werd zo een van de voorgangers van de winnaar van gisteren, Caleb Ewan.

Lees ook: 
Merckx droeg 96 gele truien. Of toch 111?

Hoeveel gele truien heeft Eddy Merckx eigenlijk gedragen? Koos Schwartz heeft het antwoord in de column ‘ongeschoren benen’, die elke dag tijdens de Tour verschijnt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden