Beeld Maartje Geels

Column Tour de France

Om je vingers bij af te likken

De renners gun ik hun rustdag natuurlijk van harte, maar zelf loop ik vandaag met mijn ziel onder de arm te trappelen van ongeduld tot het dinsdag is. Man, wat een Tour de France is dit. Om je vingers bij af te likken. Er zijn wel zes renners die kans maken om zondag in de gele trui Parijs te verlaten. Ik heb in mijn hele leven nog nooit zo’n spannende Tour gezien.

Voor ons Nederlanders is de Ronde van Frankrijk natuurlijk al vanaf het begin geweldig, maar, dacht ik gisteren bij het aanschouwen van de macht van Thibaut Pinot, wat een genot moet het ook voor de Fransen zijn. De Tour is voor Frankrijk al decennia wat Wimbledon voor Groot-Brittannië is: het grootste sportevenement in het land dat nooit door een inwoner gewonnen wordt.

Nationaal trauma

De laatste keer dat een Fransman het geel in eigen land hield, was in 1985. Bernard Hinault won toen voor de vijfde en laatste keer de Tour. Sindsdien stelt het Franse wielrennen teleur. De Ronde van 1989, toen de Amerikaan Greg Lemond op de laatste dag Laurent Fignon met acht seconden versloeg, is nog steeds een nationaal trauma.

Tuurlijk, Thomas Voeckler droeg in 2011 dagenlang het geel. Er werden etappes gewonnen en er eindigden Fransen op het eindpodium, maar een échte winnaar, nee, die kwam er niet meer. De nationale hoop werd gevestigd op Romain Bardet. Op Warren Barguil. Vlo-achtigen. Klimmers van sleutelhangerformaat. Maar ik weet het niet. Met dat zenuwpezige en schichtige van beide heren heb ik nooit veel opgehad.

En ineens staan daar twee andere chouchous. Nou ja, niet ineens natuurlijk. Julian Alaphilippe en Thibaut Pinot doen al een tijdje mee. Maar de eindzege in de Tour, nee, daar had niemand ze realistischerwijs echt om zien meedoen, denk ik. Pinot gaf in 2016 en 2017 op in de Tour. In 2018 deed hij niet eens mee. 

Knuffelen met een babygeitje

Bang om te dalen, dat was hij lange tijd. Bezoeken aan psychologen en racelessen hebben hem geholpen. En knuffelen met zijn ezels en zijn geiten. Dat ook, denk ik zomaar. Pinot is niet alleen op de fiets een buitenmens. Hij komt tot rust in de natuur. Ik snap dat, en ik hou ervan: een vent die zich niet schaamt om knuffelend met een babygeitje te poseren, of met een ezel op een selfie te staan.

Om Julian Alaphilippe, de man die al dagen het geel sjeu geeft, moet ik altijd lachen. Drummer wilde de grappenmaker vroeger worden, maar zaterdag stond hij met president Macron boven op de Tourmalet. Macron gaf een interview over – naar het leek – hoe geweldig Alaphilippe het doet. Intussen keek het onderwerp zelf schalks in een andere camera en liet zijn dikke wenkbrauwen ontdeugend dansen.

Dus vooruit. Als het niet Steven Kruijswijk wordt, laat Thibaut Pinot de Tour maar winnen. Frankrijk verdient het. En ik moet zeggen: door mijn oogharen doet hij me aan die thuisgebleven Nederlander denken. Zelfde postuur. Zelfde slaapkamerogen. En hoe hij klimt, hoe hij klimt! Is Tom Dumoulin er toch een heel klein beetje bij.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden